Wie betaalt, bepaalt. Niet qua onderwerpen, maar hoe diep ik kan graven. Dankzij het huidige ledenbestand kan ik steeds meer tijd investeren in DieuwsNieuws. Dank u daarvoor, want hier diep ik onderwerpen uit die ik elders niet kwijt kan.
Dit onderzoek en dossieropbouw kosten veel tijd. Cijfers die Van Weel niet geeft zijn bijvoorbeeld opgevraagd middels een woo-verzoek (afgelopen juli al, dus dat wordt binnenkort naar de rechter 🎉) en dankzij oplettende lezers ben ik een dikke leesmap vol gerechtelijke uitspraken rijker.
Help mee met vastbijten in dit dossier en overweeg een betalend lidmaatschap.
Een eenmalige donatie als blijk van waardering is uiteraard ook altijd welkom!
Minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel (VVD), wil de wapenwet aanpassen. Hiervoor baseert hij zich mede op een ‘burgerconsultatie’ waaruit zou blijken dat Nederlanders tegen particulier wapenbezit zijn. Interessant: onlangs verscheen een vergelijkbaar opinieonderzoek met een totaal tegenovergestelde uitkomst. Hoe je met een vraag het antwoord kunt bepalen.
Vlak voor het zomerreces kwam minister Van Weel met een ronkende aankondiging: de huidige regels uit de wapenwet zijn ‘verouderd en onvoldoende om misbruik en paramilitarisering te voorkomen’. Ook wil het kabinet kijken of het mogelijk is om wapenbezitters te onderwerpen aan een verplichte psychologische toets, minimale eisen te stellen aan fysieke geschiktheid en strengere signalering door huisgenoten, zorgverleners en verenigingen te verplichten bij ‘zorgwekkend gedrag’.
Eerder schreef ik een artikel over hoe de minister zich vooral richt op wat hij kan handhaven (legaal wapenbezit) omdat hij voor hetgeen hij moet handhaven (illegaal wapenbezit) de middelen, de mensen en het geld niet heeft. Voor de liefhebber is deze hier terug te lezen:
Het zomerreces is alweer even voorbij, dus mooi moment om te kijken naar de onderbouwing die de minister tot nu toe heeft geleverd bij zijn voorgenomen wetswijziging.
Amerikaanse toestanden
Interessant is dat Van Weel zijn wetswijziging voor legaal wapenbezit er aan de haren bijsleept op kamervragen over illegaal wapenbezit. Zo zei hij tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer 26 mei jl. dat:
“Ik vertelde al dat de maximumgevangenisstraf voor het in bezit hebben of vervaardigen van verboden wapens wordt verdubbeld. Dat is een van de stappen die al gezet wordt.
Ik ben bezig met een herziening van de Wet wapens en munitie om de kaders aan te halen van wat we aan wapenbezit acceptabel vinden in Nederland. Dat is zo dicht mogelijk bij de nul
De vragen van de Kamerleden tijdens dat vragenuur gingen eigenlijk allemaal over illegaal wapenbezit. Over jongeren die in de Bijlmer met zware wapens poseren en het verkrijgen van wapens via Snapchat, niet over schietverenigingen of jagers.
Van Weel sprak van ‘Amerikaanse toestanden’ en na een belofte de strafrechtelijke vervolging van illegale wapens te verzwaren, spiegelt hij de Kamer voor dat hij de overlast door illegale wapens kan aanpakken door de wet die toeziet op legaal wapenbezit aan te passen. Dat slaat: helemaal nergens op.
Minstens zo veelzeggend is zijn claim dat de wapenwet moet worden aangepast op een manier die ‘wij in Nederland’ acceptabel vinden, wat neer komt op ‘zo dicht mogelijk bij de nul’.
Hoog tijd om eens te kijken wie die ‘wij’ eigenlijk zijn.
Meten is weten
Uit een Kamerbrief van 17 juni 2026 blijkt dat een burgerconsultatie mede de basis vormt voor het nieuwe beleid. Van Weel schrijft aan de Kamer dat binnen het beleidskompas (dat is Haags voor ‘beleidsplan’) ervaringen, trends en zorgen bij stakeholders (dat is Haags voor ‘betrokkenen’) én ‘in de samenleving’ zijn opgehaald: “deze stukken vormen de basis van de hoofdlijnenvisie” (dat is Haags voor bullet points, pun intended).
Volgens deze burgerconsultatie, uitgevoerd voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid door onderzoeksbureau Verian, blijkt dat 85 procent van de Nederlanders negatief is over wapenbezit in huis. Bijna iedereen dus.
De onderzoekers erkennen dat er een sturend element in hun onderzoeksopzet zit. Er is gebruik gemaakt van focusgroepen (lees: mensen in een kringgesprek) die van te voren hebben gehoord dat wapenvergunningen in zijn geheel ter discussie staan, niet dat het gaat over onder welke voorwaarden burgers gebruik mogen maken van de wettelijke mogelijkheid tot wapenbezit. Volgens de onderzoekers was dit om respondenten ‘meer de ruimte te geven om hun mening te delen’.
Toch is het nog maar de vraag hoeveel ruimte de respondenten daadwerkelijk was gegund. Zo luidt een stelling:
Ik vind dat alle soorten vuurwapens aan burgers toegestaan moeten zijn voor sport, dus ook vuurwapens die eigenlijk voor politie en leger bedoeld zijn (aanvalswapens) of die veel vuurkracht hebben.
Een typisch voorbeeld van een geladen en een samengestelde vraag. Als ik het prima vind dat een sportschutter een regulier sportpistool heeft, maar een militair automatisch wapen te ver vind gaan, zal ik alsnog ‘oneens’ moeten antwoorden. Ja, zo lust ik er nog wel eentje.
Daarnaast is een wapen dat toevallig óók door politie of krijgsmacht wordt gebruikt, niet meteen een aparte categorie ‘aanvalswapen’. Toegankelijkheid van vragen hoeft niet per se ten koste te gaan van zorgvuldigheid. Dat is precies wat hier gebeurt.
In deze vraag krijgen de onderzoekers het zelfs voor elkaar drie kenmerken door elkaar te halen: wie een bepaald wapen kan gebruiken, waarvoor het wapen oorspronkelijk is ontworpen en in welke technische of juridische categorie het wapen valt. Allemaal verschillende dingen. En als je allemaal verschillende dingen bij elkaar op een hoop gooit in een vraag, weet je nooit waar respondenten eigenlijk op antwoorden en meet je dus feitelijk: niks.
Nog zo’n pareltje:
Iedere burger in Nederland zou het recht moeten hebben om vuurwapens thuis te hebben.
Hier vraag je wat mensen vinden van het recht op wapenbezit zoals in de Verenigde Staten terwijl het Nederlandse stelsel juist uitgaat van een verbod met uitzonderingen. Als 87 procent die stelling afwijst, kun je daar moeilijk uit afleiden dat 87 procent tegen het bestaande Nederlandse stelsel is maar tegen wapenbezit naar Amerikaans model. Het onderzoek staat bomvol met dit soort vragen die op het eerste gezicht van alles lijken te zeggen (inclusief leuke staafdiagrammen) maar na zorgvuldige lezing geen klap verklaren.
Wat het onderzoek duidelijk probeert te meten is beleidsvoorkeur. En verrek, deze blijkt niet te zijn gegoten in beton. Hoewel 85% negatief is over wapenbezit, daalt dit percentage direct zodra respondenten er meer context bij krijgen. Wanneer mensen wordt gevraagd naar wapenbezit voor jacht-of wildbeheer vindt nog maar 47% dat de overheid voor het ‘doden van dieren’ moet toestaan aan burgers. Bij de noodzakelijke variant (dus niet voor plezierjacht) wil 56% liever dat de overheid dit doet. Ook bij schietsport is slechts 36% tegen (35% voor en 29% neutraal).
Zelfs binnen het eigen onderzoek van het ministerie wordt duidelijk dat de mening van mensen over wapenbezit afhangt van de context waarin (en dus waarvoor) burgers een wapen bezitten.
Meer context = andere antwoorden
Wat gebeurt er als je respondenten die context vooraf meegeeft, en uitlegt aan welke regels wapenbezitters zich nu al moeten houden? De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Verenigde Vakspecialisten Jacht & Schietsport, Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie en de Vereniging van Nederlandse Wapenverzamelaars nam de proef op de som en liet 6t Zest Marketing in juni een vergelijkbaar onderzoek uitvoeren.
Waar het ministerie een algemeen idee van ‘burgers met een vuurwapen in huis’ voorlegt, maakt het onderzoek van de verenigingen een onderscheid tussen legaal en illegaal wapenbezit. Ook wordt respondenten gevraagd naar de bekendheid met de regels, zoals ‘wist u dat dat het bezitten van een werkend vuurwapen alleen is toegestaan met een geldige wapenvergunning’ en ‘wist u dat de Politie dit jaarlijks onaangekondigd controleert op veilig bezit en correcte opslag’? Daarnaast worden de verplichte kluis, de screening, de opleiding en de Verklaring Omtrent Gedrag genoemd.
Deze vraagstelling levert een heel ander beeld op.
In plaats van 85% negatief tegenover legale vuurwapens in zijn geheel, vindt in dit onderzoek meer dan de helft dat legaal wapenbezit in Nederland veilig verloopt. En, opsteker voor Politie en Justitie zou je zeggen, een meerderheid heeft relatief veel vertrouwen in het bestaande stelsel van vergunningen, controles en toezicht. Het onderzoek van de verenigingen concludeert dan ook dat kennis over het bestaande toezicht ‘invloed heeft’ op het vertrouwen in legaal wapenbezit (let wel, het gaat hier om een samenhang en geen oorzakelijk verband).
Dit betekent niet dat het onderzoek van het ministerie volledig ‘fout’ is en van de verenigingen volledig ‘goed’. De onderzoeken meten botweg twee verschillende dingen. Het minsterie vraagt naar wenselijkheid van particulier wapenbezit: moet de overheid burgers toestaan een wapen te hebben? De verenigingen vragen naar de veiligheid van het bestaande stelsel: hoe beoordelen mensen legaal wapenbezit als ze dit onderscheiden van illegaal wapenbezit en weten wat de regels zijn? Het eerste onderzoek meet iets algemeens en principieels, het tweede iets concreets binnen de context van regelgeving (die Van Weel zo graag wilt aanpassen).
Naast elkaar gelegd laten de onderzoeken zien dat minister van Weel zich op spekglad ijs bevindt wanneer hij zich voor een wetswijziging gaat baseren op ‘wat de samenleving van ons verwacht’ en wat ‘wij als Nederland vinden’. Als je vraagt naar een burger met een vuurwapen in huis, is het merendeel van de Nederlanders negatief. Als je vraagt naar een type wapenbezitter (jagers, sportschutters), verdwijnt die meerderheid al snel. En als je vervolgens onderscheid gaat maken tussen legaal en illegaal bezit en de bestaande regels meegeeft, krijg je weer een ander beeld.
Kortom: wat ‘de Nederlander’ vindt van wapenbezit, hangt af van wat je hem (of haar) vraagt.
Merkwaardige cirkelredening
Dat Van Weel graag naar de samenleving wilt luisteren en hiervoor gebruik maakt van een representatief opinieonderzoek is niet erg. Dat is een onderdeel van beleid vormen. Wat wel problematisch is, is dat de minister inhoudelijk vaart op een opinieonderzoek wat met een nét iets andere insteek en vraagstelling, zoals de schietverenigingen aantoonden, een radicaal ander beeld oplevert van wat ‘wij in Nederland vinden’.
Het lijkt ook alsof het Ministerie van Justitie en Veiligheid niet veel meer heeft dan deze fluïde opvatting van wat ‘de samenleving verwacht’. Zodra de minister namelijk wordt gevraagd naar verdere onderbouwing, blijft het verdacht stil.
Als die strengere regels voor legale wapenbezitters zo noodzakelijk zijn voor de veiligheid, zou je verwachten dat hij kan uitleggen welk concreet veiligheidsprobleem hij oplost. Hoe vaak gaat het mis onder de huidige regels? Op welke onderdelen schieten controle tekort? Welk bewijs is er dat deze aanvullende beperkingen het risico op deze incidenten verkleind?
Precies deze vragen zijn ondertussen aan de minister gesteld, maar concrete beantwoordingen kwamen er niet.
Meest illustratief tot nu toe zijn de antwoorden op kamervragen van Shanna Schilder (PVV), die begin september verschenen. Schilder vroeg onder meer op basis van welke ‘concrete cijfers’ de minister concludeert dat psychologische en lichamelijke keuringen Nederland veiliger zullen maken. Van Weel noemt vervolgens geen énkel cijfer, laat staan dat hij kan uiteenzet wat de verwachte veiligheidswinst zal zijn van de keuringen. Hij verwijst naar een onderzoek (via ‘kennistafels’, jeuk jeuk) wat is verricht naar het fenomeen van psychologische en lichamelijke keuringen maar dat is, wederom, iets heel anders.
Schilder vroeg hem ook welk probleem de nieuwe maatregelen oplossen die niet met bestaande bevoegdheden, controles en screening kan worden aangepakt. Ook hier: de minister formuleert geen concreet probleem, laat staan cijfers waaruit de omvang van het probleem blijkt.
In plaats daarvan wijst de minister op ontwikkelingen in Europese landen (‘hullie doen het ook’) en vooral het principiële punt dat particulier wapenbezit in Nederland een uitzondering is op een verbod (vandaar ook: wapenverlof). En dus heeft de overheid, volgens Van Weel, de verantwoordelijkheid het zo in te richten dat de mogelijkheid van wapenbezit ‘daadwerkelijk gerechtvaardigd moet worden naar de samenleving’ (daar zijn ‘wij in Nederland’ weer).
De minister grossiert in antwoorden geven op niet gestelde vragen.
Het feit dat de overheid voorwaarden mag stellen verklaart niet waarom de huidige voorwaarden tekortschieten. Dat een maatregel maatschappelijk ‘gerechtvaardigd’ is, toont niet aan dat die maatregel Nederland veiliger maakt. En dat uit een opinieonderzoek blijkt dat Nederlanders niet warm draaien voor burgers met een legaal vuurwapen, bewijst niet dat strengere regels dat oplossen (tenzij je politiek doel is om een of ander ongrijpbaar ‘gevoel’ weg te nemen).
Zolang van Weel niet kan beantwoorden waarom de wetswijziging nodig, welk probleem het oplost, op basis waarvan, heeft hij niets anders dan een merkwaardige cirkelrekening. Strengere regels zijn nodig omdat de samenleving dat wilt, wat de samenleving daarvan vindt, wordt vastgelegd met een opinieonderzoek waarvan de uitkomst afhangt van de gekozen vraagstelling. En wanneer de minister wordt gevraagd naar de veiligheidswinst van de strengere maatregelen, gaat hij terug naar start: er zijn strengere regels nodig omdat de samenleving dat wilt.
De samenleving wil ongetwijfeld ook gratis bier, geen belasting meer betalen, 72 maagden bij leven en 30 weken per jaar betaald verlof: daar gehoor aan geven maakt het nog geen gedegen beleid.
Wie betaalt, bepaalt. Niet qua onderwerpen, maar hoe diep ik kan graven. Dankzij het huidige ledenbestand kan ik steeds meer tijd investeren in DieuwsNieuws. Dank u daarvoor, want hier diep ik onderwerpen uit die ik elders niet kwijt kan.
Toch kosten dit onderzoek en dossieropbouw meer dan een halve dag per week. Cijfers die Van Weel niet kan geven zijn bijvoorbeeld opgevraagd middels een woo-verzoek (afgelopen juli al, dus dat wordt binnenkort naar de rechter 🎉) en dankzij oplettende lezers ben ik een dikke leesmap vol gerechtelijke uitspraken rijker.
Help mee met vastbijten en overweeg een betalend lidmaatschap.
Een eenmalige donatie als blijk van waardering is uiteraard ook altijd welkom!
Meer lezen over ambtenaren die ‘iets vinden’ van legaal wapenbezit:
Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s
Defensie heeft vorige week een schietinstructeur ontslagen wegens ‘wangedrag’. Het volledige dossier, in mijn bezit, vertelt echter een ander verhaa…





