Schietinstructeur Defensie gemangeld door werkgever na persoonlijke vete van collega’s
Hell hath no fury like een ambtenaar scorned
Defensie heeft vorige week een schietinstructeur ontslagen wegens ‘wangedrag’. Het volledige dossier, in mijn bezit, vertelt echter een ander verhaal, over wat er kan gebeuren als een paar ambtenaren met een hele sterke persoonlijke overtuiging jarenlang vrij spel krijgen, en niemand elkaar corrigeert. De instructeur kreeg te maken met zware beschuldigingen en onterechte huisinvallen en werd achteraf keer op keer in het gelijk gesteld, maar Defensie blijft hun eigen betrokkenheid en verantwoordelijkheid downplayen.
Het aantal dossiers dat politiek Den Haag vlak de start van het Kamerreces stilletjes hoopt te sluiten, groeit net zo gestaag als de zomerse temperaturen. Zo leerde ik deze maand dat een schietinstructeur van Defensie ontslag is aangezegd per 15 juli, vorige week dus, wegens ‘wangedrag’.
Hebben ze op het Ministerie van Defensie nét de verkeerde bureaulade gekozen om dit stilletjes in weg te stoppen want laat ik dit dossier toevallig al sinds 2018 (en ook in vakantietijd) nauwgezet volgen. Het onderwerp sluit bovendien naadloos aan op de Haagse actualiteit.
Enkele weken geleden schreef ik over het voornemen van minister David van Weel (VVD, Justitie en Veiligheid) om via de Wet Wapens en Munitie (WWM) legaal wapenbezit verder aan te scherpen. Een vreemd voornemen, als je ziet dat de incidenten met en de maatschappelijke kosten van legaal wapenbezit (zeker ten opzichte van illegaal wapenbezit) minimaal zijn. Toch wordt er buitengewoon veel ambtelijke energie gestoken in het aanscherpen van regels voor degenen die zich al aan de bestaande regels hielden.
Net zoveel buitensporige ambtelijke energie wordt gestoken in het wegwerken van deze schietinstructeur van Defensie. Het ‘wangedrag’? Hij haalde het in zijn hoofd om de valse beschuldiging aan te vechten dat hij een mentaal instabiele Tristan van der Vlis zou zijn, een aantijging die gedaan werd puur en alleen vanwege het feit dat hij thuis wapens houdt - legaal, welteverstaan.
Tot aan de Raad van State kreeg hij gelijk maar hell hath no fury like a Nederlandse ambtenaar scorned.
Legale wapens illegaal in beslag genomen
In 2018 kwam ik voor het eerst met deze schietinstructeur in contact, toen ik werkte aan een uitermate curieus verhaal voor Follow the Money.
Gekleed als The Expendables namen een handjevol werknemers van de Marechaussee, de Politie Haaglanden en de Douane op eigen houtje en met veel bombarie legale wapens op illegale wijze in beslag. Deze zelfverklaarde ‘werkgroep’ stuurde namelijk zelf in elkaar geknutselde nepbrieven vanuit Defensie, met daarbij zelfverzonnen (niet bestaande) afdelingen, legden aantoonbaar onjuiste verklaringen af en eentje gaf zichzelf valselijk uit als opsporingsambtenaar.
Al deze acties (die mij best illegaal in de oren klinken) werden ingezet om iets tegen te gaan wat wettelijk juist wel is toegestaan, namelijk: legaal wapenbezit. Maar enkele collega’s van de schietinstructeur ‘vonden daar iets van’, en pakten hun collega aan.
Sommige ambtenaren hebben namelijk liever niet dat burgers of militairen privé wapens bezitten. Dat kan, en ambtenaren mogen die persoonlijke opvattingen best uiten, maar niet als het hun werk in de weg gaat zitten, of wanneer er misbruik wordt gemaakt van bevoegdheden om alsnog een eigen politieke opvatting over beleid te kunnen forceren.
Voor ambtenaren telt grotendeels dat wat je vindt, je mag houden. De burger moet er immers op kunnen vertrouwen dat een maatregel van de overheid niet is gebaseerd op persoonlijke voorkeuren, maar op een zo neutraal mogelijke toetsing en handhaving van de bestaande wet- en regelgeving. Aanpassing van wetgeving hoort thuis in de Tweede Kamer, niet op ambtenarenbureaus.
Rechtstatelijke nuances die aan de zelfverklaarde ‘werkgroep’ niet waren besteed. Omdat ze te werk gingen als een olifant in een porseleinkast kregen ze een reeks klachten aan hun broek. Er werd niets met deze signalen gedaan, waardoor ze jarenlang ongestoord hun gang konden gaan. Naast deelnemers van historische militaire optochten (zoals vrijwilligers die herdenkingen omtrent Market Garden 70 organiseerden), moest ook een schietinstructeur van de Landmacht het ontgelden.
De eerste ronde
De schietinstructeur werd na een 112-voorlichtingsdag in Pijnacker (waar hij nota bene op verzoek van de Douane echte wapens mee naartoe had genomen zodat de Politie kon zien hoe veel deze lijken op airsoft-wapens) door deze zelfbenoemde ‘werkgroep’ beschuldigd van het illegaal vervoeren van wapens. Hij had voor die dag toestemming gekregen, zijn wapenverlof was in orde en hij was uitgerekend door de Douane thuis opgehaald.
De schietinstructeur vertrouwde de situatie niet en bracht na de beschuldiging zijn wapens uit voorzorg onder bij een erkende handelaar, voor het geval zijn wapenverlof zou worden ingetrokken.
Dit vermoeden bleek terecht: kort hierna werd hij aangehouden als verdachte in een strafrechtelijk onderzoek. De basis voor de strafrechtelijke verdenking was dun. Hoewel leden van de ‘werkgroep’ hem in verklaringen afschilderden als een mogelijke ‘lone wolf’ en meermaals verwezen naar Tristan van der Vlis, verklaarden andere Marechaussee-collega's en de Hulpofficier van Justitie achteraf twijfels te hebben over de rechtmatigheid van de actie. Eén gaf aan het gevoel te hebben gehad ‘voor een karretje gespannen’ te worden.
Twee weken later liet het OM weten niet over te gaan tot vervolging, maar ondertussen werd zijn wapenverlof wel ingetrokken. Een half jaar later werd de schietinstructeur door Dienst Justis en toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff in het gelijk gesteld: de beschuldiging bleek ongegrond en hij mocht dus gewoon zijn wapenverlof opnieuw aanvragen.
Defensie vond dat - drie jaar na de brief van Dijkhoff maar fluks na verschijnen van het FTM-artikel - zelf ook en ondertekende een vaststellingsovereenkomst met de schietinstructeur. Hij zou gerehabiliteerd worden, er was een beperkte regeling voor de gedane schade (want volgens Defensie lag het vooral aan de Politie) en hij zou weer aan het werk kunnen in zijn eigen functie. Eind goed, al goed.
Geen excuus voor onterecht intrekken excuses
Maar de inkt van de afspraken uit september 2018 was nog niet droog, of de schietinstructeur kreeg te horen dat de door Defensie beloofde functie niet beschikbaar was.
Interessant, want de schietinstructeur zat op dat moment precies op die functie (hij wilde tenslotte garantie dat hij zijn werk kon blijven doen), en was daar zelfs al (positief) op beoordeeld. Zijn commandant omschrijft hem bijvoorbeeld als een ‘integere en gedreven militair. Hij is voor mij een autoriteit op het gebied van wapens, munitie en bijbehorende richtmiddelen. Tevens is hij een autoriteit op allerlei regelgeving die het bezit en transport van wapens betreffen. Ik ken hem niet anders dan een persoon die altijd verantwoordelijk optreedt en zijn cursussen nauwgezet verzorgt’.
Ondanks zijn functioneren blijft er van het beloofde ‘loopbaanperspectief’ uit de vaststellingsovereenkomst weinig over. Aanvankelijk belooft zijn generaal een alternatieve plek maar in januari 2019 weigeren de onder-commandanten medewerking. Ook doet de generaal het tegenovergestelde van rehabilitatie, en benadert hij op eigen initiatief collega’s om ze pro-actief te waarschuwen voor deze schietinstructeur.
De Marechaussee blijft eveneens dwarsliggen. De wapenverloven waren immers (door de onterechte beschuldigingen) ingetrokken, dus de schietinstructeur moest deze opnieuw aanvragen: een apart verlof voor schietsport en een apart verlof voor de verzameling. Hoewel de Marechaussee officieel geen rol speelt binnen de wapenwet, geven ze (waar nodig) de Politie wel advies. De Marechaussee bleef, ondanks rehabilitatie, negatief adviseren op de aanvragen van de schietinstructeur. Want hoewel een groot deel van de ‘werkgroep’ ondertussen op non-actief was gezet, zat een betrokken adjudant op de stoel die de Politie adviseert over de wapenwet.
Een goedmaak-gesprek met de Koninklijke Marechaussee hierover volgde pas in augustus 2019. En hoewel de Marechaussee in eerste instantie excuses aanbood voor de gang van zaken, besloten ze dit excuus een maand later in te trekken. Het argument: hij zou als militair geen toestemming hebben gehad van bevoegd gezag voor het vervoeren van defensiewapens. Een onterechte beschuldiging, want die toestemming had hij wel degelijk van zijn commandant. Dit wordt later toegegeven, maar uiteraard wordt hiervoor geen excuses gemaakt (en het eerder teruggenomen excuses niet teruggedraaid).
De schietinstructeur had ondertussen zijn sport- en verzamelverlof wel terug gekregen, maar moest nog zijn ontheffingen terugkrijgen, en een verlof voor vervoer. Deze pogingen strandden telkens op zo’n negatief advies, hetgeen leidde tot een slepende procedure bij screeningsautoriteit Justis. Pas na 84 weken krijgt hij ook daarin gelijk. Zijn aanvraag voor vervoersverlof krijgt in november 2018 eveneens een negatief advies; dit leidt in 2021 tot een uitspraak van de Raad van State die hem in het gelijk stelt.
Terwijl hij zijn wapenverloven probeert terug te krijgen maar ook zijn leidinggevende erop aanspreekt dat Defensie zich niet houdt aan de afspraken, loopt het geroddel uit de hand. In september 2020 gaat een van zijn commandanten, met toestemming van hogerhand, naar de Marechaussee om over hem en twee collega's te praten. Dit vormt het startsein voor huisbezoeken van de Politie en, in februari 2021, tot een officiële melding.
In september 2022 volgt zelfs een politie-inval in zijn huis.
Onderzoeksverantwoording
Het dossier van de schietinstructeur telt letterlijk honderden pagina’s aan documenten uit Woo-verzoeken, Wpg-verzoeken, gerechtelijke uitspraken, klachtenprocedures, interne onderzoeken inclusief getuigenverklaringen, nota’s en mail-communicatie met Defensie en daaraan gelieerde loketten over de periode 2014 tot op dagtekening.
Op basis van primaire bronnen heb ik een tijdlijn gereconstrueerd: wie deed wat wanneer en op basis waarvan? Naast de openbare bronnen, zoals (helaas niet altijd online gepubliceerde) gerechtelijke uitspraken, kreeg ik inzage in zijn personeelsdossier.
Elk genoemd officieel document is ingezien. De achterliggende communicatie met Defensie eveneens, om zo inzage te krijgen in de gebruikte argumenten aan beide kanten.
Het inzien van zijn dossier was in het kader van een breder onderzoek voor Follow the Money naar de structurele omgang met klokkenluiders bij Defensie. Hiervoor is gebruik gemaakt van acht volledige klokkenluidersdossiers en de opbrengsten van een Woo-verzoek naar integriteitsbeleid bij Defensie sinds 2006 inclusief aanvullende openbare bronnen zoals de Jaarverslagen Integriteit sinds 2016. Dit onderzoek verschijnt binnenkort.
Met toestemming van de schietinstructeur heb ik zijn casus uitgelicht voor dit specifieke artikel.
‘Naar eer en geweten’
De politie-inval blijkt te zijn gedaan op basis van verklaringen van defensiemedewerkers. Alleen bevat de officiële melding tegen de schietinstructeur, getiteld ‘zorgen om wapenbezit’, vooral indrukken uit tweede hand of verklaringen over gesprekken waar ze zelf niet bij waren.
Zo stelt een collega dat hij ‘een onstabiele indruk maakt’ en ‘meerdere keren heeft aangegeven wat hij denkt van bepaalde collega’s (laat staan wat hij ze toewenst…)’. Ook zou hij in een gesprek hebben laten vallen dat ‘hij maar eens met een wapen in een winkelcentrum moest gaan rondlopen/schieten’. Deze collega heeft hem dat zelf nooit horen zeggen, maar verwijst naar de gebeurtenissen uit 2015: enkele jaren eerder trok tenslotte een commandant ‘aan de bel’: ‘Hij vond het ondenkbaar dat er mensen zijn die bij ruzie/conflict, dan wel onstabiel zijn, thuis een wapen hebben. Hierbij kwam de naam Tristan van der Vlis al een paar keer naar boven. In de hoedanigheid dat wij niet moeten willen dat een van onze collega’s straks iets soortgelijks doet als Tristan van der Vlis.’
Precies dezelfde, destijds al ongegrond verklaarde beschuldigingen, worden opnieuw ingezet als bewijs: ‘Hij heeft inmiddels alles weer terug maar ik denk dat zijn mentale toestand nu slechter is dan enige jaren geleden. Naast militaire wapens en munitie beschikt hij ook over civiele vergunning’.
Ironisch genoeg is in dezelfde getuigenverklaring te lezen hoe de case coördinator van de schietinstructeur de betreffende persoon en collega’s heeft geadviseerd om ‘met hem, niet over hem’ te praten. De betreffende persoon legt immers een verklaring af tegen een schietinstructeur die hij zelf slechts twee keer kort heeft ontmoet. Volgens Defensie zijn de meldingen echter ‘naar eer en geweten’ gedaan.
De case-coördinator tegen wie hij deze opmerkingen zou hebben gemaakt, blijkt genuanceerder: ‘Het wordt een beetje uit zijn verband getrokken. Hij heeft gezegd, ze maken mij zo boos, ze dwingen mij bijna die kant op. (…) Ik zag het toen ook niet als een dreiging dus vandaar dat ik er toen geen melding van heb gemaakt. Het kwam niet bedreigend over’. Zelf zegt de schietinstructeur in dat gesprek juist zijn bedrijfsarts te hebben geciteerd, die eerder had opgemerkt: ‘hoe ze met jou omgaan, het lijkt wel of ze je die kant op willen drukken’.
Diezelfde dag kreeg de Politie evengoed de instructie dat er een ‘dreiging met lange afstandwapens’ zou zijn en bij ‘het zien van de verdachte direct contact met Arrestatieteam’ te zoeken en ‘afstand te houden (lange wapens is 100 meter), zware vesten aan en opzoeken van harde dekking’.
Dit terwijl Hoofd Bureau Maatschappelijk Werk van Defensie al had aangegeven dat er geen dreiging was: ‘Ga in geen enkel geval op klaarlichte dag voor het front van de hele buurt een actie opzetten en spullen (in dit geval de wapens) meenemen’. Toch was dat precies wat er de volgende dag gebeurde. Een bedrijfsarts verklaarde later dat: ‘In geen enkel contact is in de afgelopen jaren ooit sprake geweest van een teken dat deze militair een gevaar was voor anderen of zichzelf. Mijn bevindingen sluiten geheel aan bij die van andere deskundigen die in de afgelopen jaren geconsulteerd zijn’. Een oordeel dat ook een geraadpleegde psychiater deelt, die wel waarschuwt voor ‘spanningsklachten en een dreigende burn-out wanneer een oplossing van dit conflict uitblijft’.
Ook bevindingen van inlichtingendiensten worden genegeerd. Nota bene na de politie-inval werd zijn veiligheidsclearance opgehoogd tot het allerhoogste niveau door de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD, voor de liefhebbers: van VGB-B naar VGB-A). Hoewel Justitie oppert dat er ‘vrees voor misbruik’ met zijn wapens bestond, toetst de MIVD juist op gedragscomponenten en risico op misbruik. En dan niet alleen spionagerisico’s, maar ook psychologische stabiliteit, stressbestendigheid en integriteit.
Oftewel: net als in 2014 en 2015 waren de meldingen gebaseerd op ‘een gevoel’, aannames en horen-zeggen, terwijl beschikbaar tegenbewijs werd genegeerd. Voor alle wapens bleek achteraf een vergunning én een logische verklaring: de schietinstructeur maakt nota bene onderdeel uit van het Defensie Schietteam.
Oh, ironie: in het willen voorkomen van een ‘Tristan van der Vlis-scenario’ maken de autoriteiten juist precies diezelfde menselijke inschattingsfouten als bij het daadwerkelijke Tristan van der Vlis-scenario. De informatie is er wel, ze handelen er alleen niet naar.
‘Vertrouwen noodzakelijk bij vruchtbaar dienstverband’
Toch gaat het in dit dossier niet om een ‘foutje, bedankt’, maar een herhaling van zetten die steeds verder escaleert. Waar in 2015 ambtenaren intern niet werden gecorrigeerd toen ze hun persoonlijke overtuiging over legaal wapenbezit lieten prevaleren boven een neutrale toetsing, láten ambtenaren zich tien jaar later botweg niet corrigeren.
Hoewel de anonieme meldingen van collega’s over de schietinstructeur onterecht blijken (maar wel leiden tot een zogeheten ‘aandachtsvestiging’ en politie-inval in zijn huis) weigert Defensie zijn meldingen over een onveilige werkomgeving in behandeling te nemen.
Tegenover DieuwNieuws trekt Defensie zelfs haar handen er volledig vanaf: ‘Zoals aangegeven heeft Defensie als werkgever geen twijfel geuit of [de schietinstructeur als] een veiligheidsrisico gezien. Zoals aangegeven kan Defensie individuele personen niet tegenhouden meldingen te doen of verklaringen af te leggen’.
Even samenvattend: hoewel een generaal actief meehielp aan het creëren van een negatieve sfeer rondom de schietinstructeur, de meldingen aan de Politie vanaf de defensie-werkvloer zijn gedaan, de negatieve adviezen aan de Politie zijn afgegeven vanuit een defensie-onderdeel, collega’s pro-actief vanuit de Marechaussee werden benaderd of ze een verklaring tegen hem af wilden leggen, en een luitenant-kolonel van de Landmacht aan de Marechaussee verklaarde dat de kwestie:
“Ook al op een redelijk hoog niveau ligt. Namelijk al op Secretaris-generaal en Commandant der Strijdkrachten-niveau. (…) Na mijn zorg-uitingen bij de Commandant der Landstrijdkrachten en bij de Commandant der Strijdkrachten waren ook zij van mening dat de verloven ingetrokken moesten worden”,
ziet Defensie hier geen rol voor Defensie: ‘In hoeverre de privé wapenverloven door de Politie zijn ingetrokken naar aanleiding van deze verklaringen of andere informatie kan Defensie niet beoordelen. Dit is een bestuursrechtelijk traject van de Politie waar Defensie geen betrokkenheid in heeft’.
Nog een ander ‘hier valt geen land mee te bezeilen’-voorbeeld: de Politie viel op basis van onder meer getuigenverklaringen zijn huis binnen. De schietinstructeur wilde vervolgens weten op basis van welke informatie vanuit Defensie de Politie heeft gehandeld: die trappen immers doorgaans niet zomaar je deur in op basis van een paar mensen die ‘iets van je vinden’ (althans, daar mag je van uitgaan). Dus vroeg hij die informatie op op grond van de Wet Politiegegevens (Wpg).
Krijgt ‘ie niet, want allemaal geheim verklaard…
Hoewel rechters bij herhaling (in november 2024 en april 2025) oordeelden dat de schietinstructeur, met het oog op een eerlijk proces, recht heeft op inzage - weigert Justis (dat zich heeft te schikken naar de geheimhoudingsregels van het ministerie van Defensie) die geheimhouding op te heffen.
Correctie-verzoeken worden afgewezen omdat de instructeur niet specifiek genoeg is, maar: zonder inzage kan hij niet specificeren.
En ondanks dat uit de getuigenverklaringen (die wel zijn vrijgegeven) blijkt dat de meldingen vanuit Defensie via de Marechaussee naar de Politie liepen, claimt Defensie hier (ook in antwoord op wederhoorvragen) 'geen partij' te zijn, want de geheimhouding ligt formeel onder Dienst Justis. Interessant, want uit een brief van het Hoofd Juridische Zaken van Defensie, in handen van DieuwsNieuws, blijkt dat Defensie vorige maand zelf geheimhouding heeft aangevraagd over gegevens die de Marechaussee heeft verwerkt.
Nog een saillant detail: in zowel zijn ontslagbrief als in de wederhoor wordt de schietinstructeur vervolgens verweten dat Defensie geen volledige inzage heeft in alle stukken (die ze zélf mede achter slot en grendel houden) die nodig zijn om zijn melding van een onveilige werkomgeving te onderbouwen. En als hij hier bezwaar tegen aantekent, wordt dit op zichzelf gezien als bewijs van een negatieve werkhouding. De instructeur kreeg twee weken geleden zelfs een mopperige brief van de Landsadvocaat, met het verzoek geen functionarissen van Defensie meer aan te schrijven, maar al het contact via het kantoor van Pels-Rijcken te laten lopen.
Dus sinds vorige week staat hij op straat wegens ‘wangedrag’ en niet goed functioneren. Zo schrijft Defensie in zijn ontslagbrief:
‘Uit de inhoud van de vele brieven aan meerdere functionarissen bij Defensie blijkt verder dat u onvoldoende vertrouwen heeft in Defensie als werkgever. Vertrouwen is echter wel noodzakelijk bij een vruchtbaar dienstverband. Door uw houding en gedrag heb ik niet het vertrouwen dat in de nabije toekomst sprake zal zijn van duurzame werkhervatting, waarbij u goed functioneert’.
Rechtstatelijk Rogue
Het zorgwekkende in dit dossier is dat niet alleen de interne controlemechanismen (zoals de MIVD, bedrijfsartsen, case-coördinatoren of beoordelingsformulieren waaruit goed functioneren blijkt) allemaal falen, maar ook de laatste halte en beroepsmogelijkheid - de rechterlijke macht - niet voldoende is om Defensie weer in het gareel te krijgen.
De schietinstructeur is meermaals door Justis en de rechter in het gelijk gesteld, maar Defensie weigert hem gelijk dit botweg te geven. Ook shopt het ministerie opportuun in gerechtelijke uitspraken. Zo stelde een rechter vorig jaar dat procedureel gezien de schietinstructeur de door Defensie aangeboden baan moest accepteren, maar benadrukte dat ze geen uitspraak deed over de rechtmatigheid van de aangeboden baan, of de onderliggende arbeidsrechtelijke geschillen. De rechter drukte daarom Defensie op het hart om de meldingen van een onveilige werkomgeving serieus te onderzoeken, ‘desnoods via extern onderzoek’, omdat ze (terecht) constateerde dat er nog ‘niet ééntje serieus is onderzocht’.
Nu kan ik niet beoordelen wat u als lezer een (on)veilige werkomgeving vindt, maar als mijn leidinggevenden samen met collega’s fluistercampagnes beginnen die escaleren naar anonieme meldingen bij de Politie waarin ik word afgeschilderd als een staatsgevaarlijke gek, op basis daarvan een politie-inval in mijn huis krijg, waarop mijn werkgever 0,0 (zegge: nul-komma-nul) actie onderneemt maar wél eist dat ik blijf inklokken omdat het anders onder werkweigering valt - dan zou ik er op zijn zachtst gezegd niet zo lekker bijzitten.
Wat deed Defensie met deze gerechtelijke uitspraak? Geen onderzoek naar zijn meldingen van een onveilige werkomgeving, maar aangifte tegen de schietinstructeur wegens ongeoorloofde afwezigheid: ‘Dit is een misdrijf zoals omschreven in artikel 96 Wetboek militair strafrecht en Defensie moet dan aangifte doen’. De woordvoerder voegt daaraan toe dat de schietinstructeur hiervoor afgelopen donderdag ‘is veroordeeld zonder strafoplegging’.
De motivering van de rechtbank moet nog volgen, en daarnaast gaat de schietinstructeur ook hiertegen in hoger beroep.
Dit dossier is een extreem voorbeeld, maar toont wel aan wat er gebeurt als een handjevol ambtenaren dat ergens politiek ‘iets van vindt’ (in dit geval dus over legaal wapenbezit), daar jarenlang ongecorrigeerd naar kan en mag handelen.
Met het oog op het wetsvoorstel van Justitie-minister Van Weel om legale wapenbezitters nóg strenger aan te pakken, is dit dossier een relevante waarschuwing: wat gebeurt er als het uitventen van een persoonlijke, politieke opvatting binnen de eigen organisatie niet wordt gecorrigeerd, en uitmondt in een persoonlijke vete?
Voordat Van Weel de teugels aanhaalt voor burgers die zich al aan de regels houden, kan hij beter eerst kijken naar zijn eigen achterban: zijn ambtenaren zich voldoende bewust van hun rol als uitvoerder van beleid, in plaats van behartiger van een eigen overtuiging? En zijn ze in staat elkaar daarop aan te spreken, voordat het compleet uit de hand loopt?
Dit dossier laat zien wat er gebeurt als dat besef ontbreekt, en hoge ambtenaren zowel intern als extern (door gerechtelijke uitspraken) niet meer zijn te corrigeren.
Een overheid die zich niets door niemand laat zeggen, heeft geen nieuwe bevoegdheden of strengere wetten nodig, maar bewindspersonen met een ruggengraat die hoge ambtenaren op de vingers tikken zodra ze rechtstatelijk rogue dreigen te gaan. Dat, én een Tweede Kamer die ook tijdens de zomermaanden let op uw saeck.
Het probleem zit niet in de (wets)instrumenten, maar bij degenen die erop (vals)spelen.
Belangrijke verhalen als deze moeten gratis te lezen zijn.
Dat betekent niet dat ik ze gratis kan maken.
Steun mijn werk en wordt lid:
Uiteraard is een losse bijdrage ook mogelijk!












de omkering van ´burgers zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen' naar 'burgers zijn verdacht tot zij het tegendeel hebben bewezen' is in allerlei uithoeken van overheidsbemoeienis en op allerlei niveaus al lang en breed gemaakt... irritant is dat op straat, met opsporingsambtenaren die, zoals dat heet, gewoon hun werk doen, ten hemel schreiend is het bij zaken als de toeslagenaffaire... maar zo geestverruimend als deze zaak zullen er weinig zijn of komen er weinig van aan het licht... eng is het...
En zo bedreigt en bedriegt de staat de rechtsstaat! Nederland hoezee!!!