Minister Van Weel (VVD) pakt legaal wapenbezit aan (omdat hij illegaal bezit niet kan handhaven)
Vlak voor het zomerreces. Vast toeval
Een typisch Nederlands kwaaltje: bij een handhavingsprobleem het kleine cohort burgers dat zich aan de regels houdt, nóg harder handhaven. Doet ook minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD), die van plan is om wapenbezit aan te pakken bij de groep die de minste overlast veroorzaakt: de legale wapenbezitter (die wapens thuis volgens strenge regels in een kluis bewaart), in plaats van de illegale wapenbezitter (met hun blaffer onder het kussen of in het dashboardkastje).
De meest interessante antwoorden op Kamervragen komen steevast vrijdagmiddag rond 17:00 online. Dat is het moment waarop de gemiddelde parlementaire journalist flink in de VrijMiBo-olie zit en niet meer bij machte is om de kleine lettertjes te lezen of (ondanks herhaaldelijk ongecoördineerd tikken op een vettig en gebarsten smartphone-scherm) de PDF te openen. Politiek Den Haag verraadt zodoende vaak met hun timing van publicaties aan welke onderwerpen het zo min mogelijk ruchtbaarheid wil geven.
Dus als een minister vlak voor het zomerreces - terwijl heel Nederland ligt te zeesterren onder de airco naast een pak perenijsjes - ineens opvallend voortvarend aan de slag gaat met wetgeving, is dat eigenlijk een open sollicitatie om in het zonnetje te worden gezet.
Dit jaar is de zomerse eer aan VVD-minister Van Weel, die vorige week via de pers aankondigde wapenbezit strenger aan te pakken. Klinkt op het eerste gezicht als goed nieuws, totdat je ziet welk type wapenbezit hij aan wil pakken (het legale deel) en welk deel hij laat liggen (het illegale deel).
‘Conflicten in de privé-sfeer en paramilitarisering’
‘Hobbywapens sneller in de ban: kabinet wil wapenwet aanscherpen met mentale en lichamelijke controles’, zo kopte de T. vorige week. De huidige regels stammen uit 1919 en zijn volgens Van Weel derhalve ‘verouderd en onvoldoende om misbruik en paramilitarisering te voorkomen’.
Daarnaast wil de minister kijken of het mogelijk is om wapenbezitters te onderwerpen aan een verplichte psychologische toets, minimale eisen te stellen aan fysieke geschiktheid en strengere signalering door huisgenoten, zorgverleners en verenigingen te verplichten bij ‘zorgwekkend gedrag’. Of de vuurwapens straks nog thuis bewaard mogen worden, is ook maar de vraag want ‘directe beschikbaarheid geeft risico’s bij conflicten in de privé-sfeer’.
De toon is gezet: er is (kennelijk) politieke actie nodig om te voorkomen dat extremisten weekend-trainingskampen opzetten in de Ardennen, of wapenbezitters besluiten om nóg een keer te schieten zodra ze schoonmoeder in de tuin zien wankelen. Hiermee suggererend dat zowel extremisten met paramilitaire aspiraties als ‘mensen met zorgwekkend gedrag’, die ‘conflicten in de privé-sfeer’ oplossen door in de rondte te schieten, zich volop onder legale wapenbezitters bevinden. Of in ieder geval in voldoende mate om er een wetswijziging voor op te stellen.
Juist met deze framing vliegt de minister uit de populistische bocht: niet alleen zal zijn beoogde wetsaanpassing de gevreesde paramilitarisering niet tegen gaan, ook zal het de gemiddelde Nederlander geen klap veiliger maken tegen vuurwapengeweld.
Want om welke mensen gaat het eigenlijk? Momenteel zijn er in Nederland ongeveer 70.000 burgers met een wapenvergunning. De sportschutters zijn hierin de grootste groep: er zijn 42.290 schutters aangesloten bij 781 schietverenigingen. Zij moeten een jaar lid zijn van een vereniging voordat ze een wapenverlof kunnen aanvragen, en krijgen dan in beginsel maar één wapen.
Dan zijn er jagers met een eigen regime zoals een jachtdiploma, jachtrecht op een terrein en een maximaal aantal wapens specifiek voor de jacht. Daarnaast zijn er nog verzamelaars, vaak gekoppeld aan een verzamelaarsvereniging, plus mensen die historisch militair materieel verzamelen (in de regel gaat het hier om onklaar gemaakte wapens uit bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog). Tot slot is er nog een reeks sub-sub-sub-categorieën. Zo moeten de scheidsrechters die startsein geven bij sportwedstrijden of dierenartsen met een verdovingsgeweer zich laten registreren.
Alle wapenbezitters worden onder meer onderworpen aan een antecedentenonderzoek, opslagcontrole en vrees-voor-misbruik toetsing. Het zijn dus per definitie mensen die al ‘in beeld’ zijn bij de overheid.
Gevaarlijker dan een gun: het aloude keukenmes
Wapenoverlast wordt juist veroorzaakt door de mensen die niet in beeld zijn. In 2019 constateerde KRO-NCRV Pointer dat - mede door de strenge regels na de fatale schietpartij door Tristan van der Vlis in Alphen aan den Rijn (2011) - het legale wapenbezit op het laagste punt in 12 jaar zat. Sander Duisterhof, directeur van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA) wees erop dat schietpartijen met wapens in Nederland ‘gelukkig incidenten zijn. En als het gebeurt, dan is het voornamelijk met illegale wapens’.
Criminologe Katharina Krüsselmann vergeleek in 2024 voor haar promotieonderzoek aan de Universiteit Leiden vuurwapengeweld in Nederland met andere Europese landen en constateerde niet alleen dat Nederland het ‘heel goed doet’ qua handhaving, maar dat het meeste fysieke geweld in Nederland gebeurt met (jawel) een keukenmes. Krüsselman viel op dat in Finland en Zwitserland het legale wapenbezit hoog ligt (vanwege de jachtcultuur en het feit dat tot voor kort militairen na hun dienstplicht het wapen mee naar huis namen): ‘Toch hebben die twee landen de laagste moord- en doodslagcijfers met vuurwapens van de vijf die we hebben onderzocht’.
Ondertussen zijn de cijfers voor illegale wapens substantieel en stijgend. Een onderzoek van de Politie naar de impact van illegale vuurwapens constateerde dat van januari tot september 2019 er 445 schietincidenten plaatsvonden met 92 gewonden en 21 doden, met destijds gemiddeld twee schietincidenten per dag (!). In zestig procent van de onderzochte opsporingsonderzoeken was een illegale vuurwapen betrokken. De maatschappelijke impact was volgens de politie-onderzoekers groot. Ze onderzochten onder meer:
“Een bedreiging van een misdaadjournalist, een overval op een tankstation door jeugdige daders, een overval op een gelddepot waar politiemensen in het nauw komen, het gebruik van een automatisch vuurwapen in een woonwijk, gerichte moordaanslagen, een liquidatiepoging in een buurthuis, een familiedrama, vergismoorden, terroristische aanslagen en een politieke moord.”
Een jaar later constateerde de Politie (op basis van alle cijfers uit 2019) dat het aantal schietincidenten met veertien procent was gestegen, naar 646, en dat circa 5700 illegale wapens in beslag zijn genomen. De Politie zei tegenover het NOS ‘bezorgd’ te zijn en sprak van een ‘aanhoudende stroom illegale vuurwapens naar Nederland’ ondanks inspanningen van de opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie (OM).
In recentere jaren (2023-2024) waarschuwde de Nationale Politie herhaaldelijk voor de stijging van vuurwapengeweld onder minderjarigen: in 2024 waren er 358 aanhoudingen van jongeren met een vuurwapen waarbij in totaal 1357 illegale wapens in beslag werden genomen. Het CBS bevestigt het beeld in meer algemene zin: de cijfers laten een stijging van illegaal wapenbezit zien.
It’s the handhaving, stupid
Alleen in Den Haag kunnen deze signalen worden vertaald naar een uitstékende gelegenheid om legaal wapenbezit aan te pakken. Volgens Van Weel is dit nodig vanwege het voornoemde schietincident met Tristan van der Vlis (2011) en vanwege ‘incidenten in 2024’. De minister specificeert niet welke ‘incidenten’ dit zijn, maar hij doelt vrijwel zeker op Gerben van Vlimmeren, die in juli 2024 in Stampersgat zijn 25-jarige buurman Hamza el Baghdadi met meerdere kogels doodde na een burenruzie over parkeerruimte. Van Vlimmeren had in januari dat jaar zijn lidmaatschap bij de schietvereniging opgezegd en de afspraak gemaakt zijn wapens bij de politie in te gaan leveren. Zes maanden later bleek dit niet te zijn gebeurd - en er was dus niet op de afspraak gehandhaafd.
Ook bij Van der Vlis, die in 2011 op 24-jarige leeftijd in winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn zes mensen doodde, zeventien anderen verwondde en daarna de hand aan zichzelf sloeg, werkte het systeem zoals het behoorde te werken - totdat het in aanraking kwam met het fenomeen ‘menselijke inschatting’.
Van der Vlis’ aanvraag voor een wapenvergunning werd in 2005 afgekeurd op psychische gronden maar in 2008 kreeg hij deze alsnog, ondanks de beschikbare informatie in het systeem. Aldus concludeerde toenmalig GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi tijdens een kamerdebat over het schietincident dat:
“In de zaak van Tristan van der Vlis moet je concluderen dat de fout niet lag in tekortschietende wetgeving. De fout lag erin dat het, ook bij de politie, gaat om mensenwerk. Mensen maken soms inschattingsfouten. Zij krijgen cruciale informatie, bijvoorbeeld over de geestestoestand van Tristan van der Vlis, maar er gaat op dat moment geen alarmbel rinkelen. Er wordt op dat moment niet iets in gang gezet. Men denkt niet: dit is ernstig en we moeten hier alert op zijn.”
Een conclusie die ook de Landsadvocaat - zij het in bedekte juridische termen - eind vorig jaar meedeelde aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De Wet wapen en munitie (WWM) is sinds 1919 gebaseerd op een algeheel verbod op wapens met uitzonderingen (vandaar de term ‘wapenverlof’). Mensen kunnen alleen een vergunning krijgen wanneer er een redelijk belang is (zoals het op peil houden van de wildstand of het beoefenen van sport) én er geen vrees voor misbruik bestaat.
De Hoge Raad bevestigde in 2019 dat geringe twijfel, ‘mits objectief vast te stellen’, voor de politie al voldoende is om een wapenverlof te weigeren. Het wettelijke kader is dus niet verouderd of ontoereikend, zoals van Weel suggereert. Zijn eigen Landsadvocaat noemt de wet zelfs expliciet ‘op zichzelf reeds stringent’.
Het probleem zit in de uitvoering. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) concludeerde in 2011 dat korpschefs ‘een tamelijk ruime beleidsvrijheid’ hebben bij het toepassen van criteria. Er bestaan ‘geen vaste beslisregels’ (wanneer precies wel, wanneer precies niet) en de relevante informatie (zoals bij Van der Vlis en Van Vlimmeren) wordt niet altijd goed vastgelegd of geraadpleegd. De Landsadvocaat schrijft dat ‘aanpassingen in de vergunningverlening echter eventuele problemen in het toezicht niet zonder meer oplossen’, en: ‘toezicht valt buiten de bestek van dit advies, zodat wij het laten bij deze signalering’.
Oftewel: zelfs de eigen juridische adviseurs waarschuwen (ongevraagd) dat scherpere regels niets zeggen of er gehandhaafd kan worden op wat al is geregistreerd, laat staan op wat daarbuiten valt (in het illegale circuit).
Nederlanders vinden wapens vies-bah-blegh
De twee incidenten over een periode van ruim vijftien jaar bij legale wapenbezitters (drie als je het gezinsdrama uit 2019 meetelt, waarbij een Rotterdamse politieagent zijn dochters en vrouw doodschoot met een dienstwapen) verbleken bij de maatschappelijke schade die illegale wapens - met letterlijk honderden incidenten per jaar - veroorzaken. Waarom kiest minister Van Weel er dan anno 2026 toch voor om de wet aan te scherpen?
My two cents: omdat het kan.
Uit een burgerconsultatie, uitgevoerd voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid door onderzoeksbureau Verian, blijkt dat 85 procent van de Nederlanders sowieso negatief is over wapenbezit in huis. Dat is: bijna iedereen. Zelfs als het specifiek over jacht- of wildbeheer gaat vindt bijna de helft (47 procent) dat de overheid voor het doden van dieren geen vuurwapens moet toestaan aan burgers. Ook bij de noodzakelijke variant (dus niet de plezierjacht) wil 56 procent liever dat de overheid het zelf doet, in plaats van burgers. Dit betekent dat wapenbezit voor de meeste Nederlanders eigenlijk een principekwestie is: ze hebben het gewoon liever niet.
Interessant is dat de onderzoekers zelf een sturend element erkennen in de onderzoeksopzet van het rapport. Er is gebruik gemaakt van focusgroepen (lees: mensen in een kringgesprek) die van te voren hebben gehoord dat wapenvergunningen in zijn geheel ter discussie staan, niet dat het gaat over onder welke voorwaarden burgers gebruik mogen maken van de wettelijke mogelijkheid tot wapenbezit. Volgens de onderzoekers wat dit om respondenten ‘meer de ruimte te geven om hun mening te delen’.
Opportunistisch shoppen in een onderzoek op bestelling
Het resultaat is dat het onderzoek op twee manieren gebruikt kan worden. Je kunt er strengere regulering mee onderbouwen (zoals: ‘burgers willen psychische toetsen, gescheiden opslag en leeftijdsgrenzen’). Of je kunt het onderzoek opvatten als een principe-uitspraak (zoals: ‘burgers willen dat particulier wapenbezit drastisch wordt beperkt’). Het rapport vanuit de onderzoeksopzet zegt vooral iets over hoe burgers principieel denken over wapenbezit.
Minister Van Weel gebruikt het onderzoek echter op zodanige wijze als onderbouwing voor zijn wetsvoorstel, dat een burger met een wapenvergunning nóg meer bewijslast moet aandragen, in plaats van dat de overheid zelf meer verantwoording aflegt over de omgang met de stapels bewijslast die het nu al vraagt om überhaupt zo’n wapenverlof te bemachtigen.
Kortom: Van Weel zit opportunistisch te shoppen in een onderzoek op bestelling, en gebruikt het gebrek aan draagvlak voor wapenbezit als middel om een kleine, in principe reeds goed gescreende en wetsgetrouwe minderheid aan te pakken. Omdat Nederlanders grotendeels principieel tegen wapenbezit zijn, kleeft er weinig politiek risico aan: elke strengere regel ‘tegen wapenbezit’ kan worden verkocht als een vorm van daadkrachtig optreden. Nederlanders zullen immers snel genoegen nemen met een minister die ‘iets’ (geen idee en maakt niet uit wat) doet tegen hetgeen waar ze in grote meerderheid tegen lijken te zijn, namelijk wapenbezit.
Het overmatig handhaven op de kleinste risicogroep gebeurt overigens in de praktijk al. Er zijn diverse uitspraken terug te vinden waarin de rechter de korpschef moet terugfluiten omdat deze iets te voortvarend was met het intrekken van een wapenvergunning. Zo kreeg een schietsportcentrum in het Limburgse Baexem in maart 2025 een controle, om vervolgens een jaar later te horen te krijgen dat de vergunning volledig zou worden ingetrokken.
De rechter oordeelde afgelopen zomer dat dit buitenproportioneel was: niet alleen was de periode van een jaar te lang, ook ging de politie direct over tot de meest zware maatregel. Daarbij werden allerlei zwakke gronden op elkaar gestapeld om dit besluit te motiveren. Zo werd de vereniging verweten dat de deuren open stonden, terwijl ze die juist open hadden gezet om de controle mogelijk te maken. Ruimte voor wederhoor of tegenonderzoek was er niet. Tot slot werd de schietclub verweten dat ze niets electronisch hadden aangeleverd, maar de korpschef kon ter zitting niet uitleggen hoe dat dan precies had gemoeten.
Een wet die op het verkeerde doel mikt
Nog los van de vraag wat je hiermee opschiet (no pun intended): niets van het bovenstaande is te verhelpen door een wettekst aan te passen. Wel door eens kritisch te kijken naar de werkwijze bij (sommige) politiekorpsen: trage doorlooptijden, direct overgaan tot de zwaarste maatregel, stapeling van zwakke (lees: bij elkaar gezochte) gronden, onduidelijke interne instructies en het onzorgvuldig verzamelen van bewijs. Een werkwijze waar ook de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in 2011 al aandacht vroeg, en die al vijftien jaar bekend is bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
De VVD-minister zal vast een hele goede reden hebben om eens flink te handhaven op bejaarden die graag D-Day re-enacten met onklaar gemaakte wapens, jagers die de wildstand op peil houden, schutters die in een sterk controleerde omgeving hun sport uitoefenen, dierenartsen die werken met verdovingsgeweren en handelaren die Politie- en Defensiepersoneel voorzien van goed functionerende wapens.
Het is te hopen voor al die wapenverlofdragers dat ze deze hele goede reden nog te horen krijgen, voordat deze nogal willekeurige wet naar de Tweede Kamer wordt gestuurd voor behandeling. De kans dat er ook maar één illegaal vuurwapen mee van de markt verdwijnt, is nul. Minister Van Weel schiet heel gericht op het verkeerde doel.
Steun mijn werk zodat ik kan blijven schieten op Haags broddelwerk: schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap!
Uiteraard is een losse bijdrage ook mogelijk!






