Alleen diplomademocraten gunnen iedereen een doctorstitel
Maar D66'ers gunnen de wereld vooral graag meer D66
D66'ers zijn zo content met zichzelf dat weldoenerij zich manifesteert als: anderen een beetje meer D66 in hun leven gunnen. Elektrische auto’s. Zonnepanelen. Of wat te denken van een mooie doctorstitel?
Vorige maand kreeg ik voor mijn verjaardag een geweldig cadeau van vrienden en familie: een Dyson-föhn, de F-35 onder de haarverzorgingsproducten. Voor mezelf zou ik het nóóít kopen want belachelijk-duur-doe-ff-normaal-paar-tientjes-HEMA-ook-goed maar mijn geliefden gunden mij deze kapitalistische kakofonie van exorbitante luxe. Het gegund worden van iets wat je eigenlijk stiekem wilt hebben is bijna nog leuker dan het cadeau zelf.
Dan zijn er ook type cadeaus waar je zelf helemáál niet op zit te wachten, maar zijn gegeven door mensen die redeneren vanuit zichzelf. Ze gunnen je iets waar ze zelf veel plezier aan beleven, dus waarom jij niet? Zo kreeg ik van mijn wederhelft whiskey-stenen zodat het drankje koel wordt maar het smeltwater van ijsblokjes de smaak niet verpest (ik lust geen whiskey), productiviteit-apps om dingen in te plannen (die mijn chaoshoofd vervolgens vergeet te gebruiken) en werd mijn gemopper dat hij zijn handjes in het huishouden wel wat vaker mocht laten wapperen beantwoord met twee robotstofzuigers met een rode strik eromheen.
Aan deze laatste categorie ‘cadeaus’ moest ik denken toen D66-minister Rianne Letschert afgelopen week aankondigde dat, als het aan het kabinet Jetten ligt, je binnenkort ook op het hbo je doctorsgraad kunt halen in plaats van alleen op de universiteit. Letschert (zelf ook in het bezit van een PhD) gunt hbo’ers ook ‘de mogelijkheid’ omdat ze ‘meer erkenning verdienen’.
Waarom dit wetsvoorstel alles zegt over hoe D66 naar zowel wetenschap als maatschappij kijkt, en wat daarin volgens hun waarde heeft (en wat dus impliciet niet).
Ze snappen zelf niet eens wat ze willen
Aan hbo-instellingen wordt vaak praktijkgericht onderzoek gedaan. Daarbij ligt de focus niet zozeer op theorieën bouwen, maar meer op wat werkt en waarom (wel of niet) in deze specifieke context. Het is dus kennis dat wordt geproduceerd in en voor de praktijk wat direct toepasbaar is. Nederlandse onderzoekers die, vaak ook met partners uit bedrijfsleven of zorg, serieus methodologisch onderzoek doen kunnen hier geen erkende graad in halen. De universiteit erkent het (terecht) niet als volwaardige wetenschap en dus is er met dit type werk geen academische doctorsgraad in te behalen.
Volgens minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Rianne Letschert (D66), gaat het hier om een ‘hiaat’ die moet worden opgevuld met een nieuwe wet, en een nieuwe (memewaardige) titel: Professional Doctor. Het is dus niet zo dat het doctoraat (de PhD) wordt opengesteld, maar er is een extra titel bedacht die extreem veel lijkt op de universitaire titel om… Ja, om wat eigenlijk te doen wordt uit het persbericht vermomd als nieuwsbericht niet helemaal duidelijk.
Van zelf-feliciterende ministeriële persberichten wordt je nooit wijzer, dus dan maar de wetstekst er zelf bij pakken. In wetenschappelijk onderzoek kijk je altijd eerst naar welke definities er worden gehanteerd. Hier gaat het eigenlijk meteen al mis. In Artikel 7.18d lid 2a is de eis voor het toekomstig hbo-doctoraat: ‘een proeve van bekwaamheid tot het zelfstandig verrichten van praktijkgericht onderzoek’. Maar in artikel 7.18b lid 2a staat weer ‘een proeve van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap’. Die laatste formulering is identiek aan de eis voor de klassieke promotie in artikel 7.18. Dus hbo-doctoraat (voor engineering) krijgt dezelfde toetsingsformulering als een PhD, terwijl de hele wet beoogt het onderscheid te markeren. Dus ja: wat is het nou?
Dan verder naar wat de wet beoogt te bereiken. Maurice Limmen van de Vereniging Hogescholen is in zijn nopjes met het wetsvoorstel omdat het ‘mensen opleidt die samen met bedrijven en instellingen innovaties tot stand brengen’, de wettelijke verankering met een titel zou ‘heel goed nieuws zijn voor onze economie en maatschappij en een mijlpaal voor het hbo’.
De claim is dat Nederland te weinig ‘hooggekwalificeerde professionals’ heeft en dat dit innovatiekracht schaadt. Nergens wordt aangetoond dat dit komt door de afwezigheid van een doctorstitel. De mensen die momenteel meedraaien in de pilot, doen dat al. De wet gaat niet zorgen voor een automatische groei in kenniscapaciteit. In wetenschappelijke termen: de causale keten van graad = meer kandidaten = meer innovatie = economische groei wordt gewoon zonder enige onderbouwing gepresenteerd als voldongen feit. In Haagse termen: we worden getrakteerd op politieke gelegenheidsargumenten die je eigenlijk op elk voorstel kunt plakken (belastinggeld uitgeven is in Den Haag immers altijd goed voor innovatie, concurrentie, de economie, etc).
Ook de vraagkant is niet onderbouwd. Er staat dat het ‘bedrijfsleven behoefte heeft’ aan deze professionals, maar ik zie nergens een arbeidsmarktonderzoek waaruit blijkt dat werkgevers mensen met een doctors-titel missen in plaats van gewoon mensen met bepaalde vaardigheden. Daarnaast is de aanname dat praktijkgericht onderzoek alleen op hbo-instellingen plaatsvindt totale quatsch. Toegepast onderzoek met industriële partnerschappen zijn gewoon onderdeel van de dagelijkse universitaire praktijk. Denk aan de TU Delft, Universiteit Wageningen of medisch onderzoek in academische ziekenhuizen. Theorieën toets je in de praktijk (met experimenten en medische trials bijvoorbeeld), en als de praktijk resultaten geeft die botsen met je theorie dan draagt dat bij aan de vorming van nieuwe theorieën. Rondrennen in het empirische hamsterwiel is grofweg zo een beetje de kern van wetenschap.
Hilarisch aan het wetsvoorstel is juist de hardnekkig rammelende en opportunistische onderbouwing. Zo wordt een OESO-rapport uit 2014 aangehaald als reden om praktijkgericht onderzoek te versterken, maar als je dat rapport er zelf even bijpakt zie je niets staan over de invoering van een doctorstitel. Wat het rapport wél zegt is dat hogescholen in Nederland een beperkte onderzoekscapaciteit hebben, de kwalificaties van de docenten naar internationale maatstaven laag zijn, de uitval hoog, en de onderzoeksactiviteiten matig. Het rapport is dus vooral kritisch over de staat van de kwaliteit van het onderzoek op dat moment en adviseert de kwaliteit te verhogen door onder meer langdurige investeringen, betere docenten en een betere link tussen onderzoek en onderwijs. Hoe je dat gaat doen door 12 jaar later zelf een titel te bedenken in de hoop dat het dan de boel vanzelf wel opwaardeert, blijkt volstrekt onduidelijk. Wel duidelijk is dat ze bij het Ministerie van OCW de hand er niet voor omdraaien om bronmateriaal ondeugdelijk te citeren.
Overigens kun je tussen de letters van de wet de vragende partij voor deze wetgeving wel vinden. De pilot loopt sinds 2023, met 164 kandidaten over vijf jaar verspreid. De wet citeert twee tussenrapportages van een zogeheten ‘Validaticommissie PD’ als bewijs dat de pilot veelbelovend’ is maar die commissie is ingesteld door de Vereniging Hogescholen, die direct belang heeft bij het slagen van de pilot (want promovendi = kassa) en daarom dus ook zo in de gloria zijn over het wetsvoorstel.
Net zo opmerkelijk: de wet ligt er al terwijl de pilot (kosten: 10 miljoen euro per jaar) nog niet eens is afgerond, laat staat geëvalueerd. In wetenschappelijke taal: dat is geen onafhankelijke empirische toetsing, dat is premature zelfevaluatie. In normale mensen taal: een Wij van WC-eend-onderzoek waarbij ze te belabberd zijn om de fles te openen omdat ze weten dat er toch wel wordt betaald.
Normaal toets je een theorie aan de hand van uitkomsten. Minister Letschert (D66) wil haar hypothese (praktijkgericht doctoraat heeft economische meerwaarde) wettelijk verankeren nog voordat de empirische cyclus (waarin de toetsresultaten uit de pilot komen) rond is. De wet loopt dus voor op het bewijs die het claim te hebben. In de wetenschap noemen we dat een post-hoc rechtvaardiging, maar in politiek Den Haag gewoon window dressing.
Het gaat minister Letschert (D66) ook niet om de inhoud, maar om hoe het eruit ziet.
Ordinaire statuspolitiek
Het is een weinig verheffend gebeuren en komt neer op ordinaire statuspolitiek. De hbo-sector wil al jaren opgewaardeerd worden richting de universiteit (met bachelors en masters), waarbij de titel ‘doctor’ the one ring to rule them all is. Het regeerakkoord heeft de ambitie van ‘meer praktijkgericht onderzoek’ overgenomen en wil zelfs bij accreditatie van wetenschappelijke opleidingen toetsen of ze wel goed genoeg aansluiten op de arbeidsmarkt. Een politiek aantrekkelijk narratief want wie wil er nou niet mensen met hogere graden die bijdragen aan de economie?
Precies deze rammel-redenatie is Peak D66. Het wordt niet veel meer D66 dan dit.
Hbo’ers krijgen een aai over hun bol want ‘jullie doen ook waardevol werk en verdienen een mooie titel’. Alsof de waarde van hbo-onderzoek (of van welk soort werk dan ook) afhangt van of er wel of geen doctorstitel op te plakken valt. Een doctoraat is geen waardemerk op het werk wat je doet, maar een bewijs dat je op een specifiek moment in staat bent geweest tot een specifiek soort kennisproductie. Dat je in staat bent om (hoe minuscuul dan ook) zelfstandig grenzen in een wetenschappelijk vakgebied kunt opschuiven, getoetst door een gemeenschap van internationale vakgenoten die in staat zijn om precies dit hyperspecifieke soort kennis te beoordelen en op waarde te schatten.
Daarna kun je van alles gaan doen. Ik ben toevallig onderzoeksjournalist geworden. Dat maakt mijn PhD-titel niet langer irrelevant, maar het zegt ook niets over de waarde van het werk dat ik daarna ben gaan doen. Net zoals iemand die jarenlang uitstekend praktijkgericht onderzoek doet zonder doctoraat daarmee niet minderwaardig werk doet. De waarde van het werk staat namelijk op zichzelf.
Deze wet suggereert dat praktijkgericht onderzoek meer waard wordt als er een doctorstitel op zit. Het ondermijnt precies de logica die een PhD-titel zijn waarde geeft. Want het hele punt van een PhD is dat het juist niet toegankelijk is. It’s supposed to be hard, otherwise everybody would be doing it. Daarnaast zegt die titel iets veel specifiekers dan de kleuterjuf-redenatie dat er ook andere mensen zijn die ‘keihard werken’ in de onderzoekssector. Nou-fucking-en. Hard werken maakt je nog geen wetenschapper.
Tot slot laat het kabinet met het nieuwe wetsvoorstel (zeker in combinatie met het regeerakkoord) vooral zien weinig van de rol van wetenschap in de maatschappij te snappen. Woorden zoals innovatie, kenniseconomie, aansluiting arbeidsmarkt en concurrentiepositie vliegen je om de oren terwijl wetenschap juist waardevol kan worden omdat het zich daar niets van aan hoeft te trekken. Kwantummechanica en de zoektocht naar Schrödinger’s kat was tientallen jaren puur abstract voordat er technologie op gebouwd kon worden. De ontdekking van de structuur van DNA leverde aanvankelijk ook geen rooie rotcent op. We hebben geheugenschuim, krasbestendige brilglazen, waterfilters en draadloze boormachines dankzij de NASA-maanladingen. Uitvindingen die je niet krijgt wanneer astronauten aansluiting op de arbeidsmarkt moeten vinden alvorens hun opleiding geaccrediteerd wordt.
Sterker nog, als een meetbare waardevolle bijdrage aan de economie daadwerkelijk de graadmeter is - zoals de nieuwe wet van Letschert maar ook het regeerakkoord suggereert - dan denk ik dat mijn vrienden en familieleden die in de bouw of de zorg werken mijn PhD-titel met twee vingers in de neus links en rechts inhalen. En als we daadwerkelijk zouden gaan kijken naar een meetbare waardevolle economische bijdrage zou de hele Nederlandse consultant-klasse (en daarmee 75% van het D66-ledenbestand) morgen werkloos thuis zitten.
Het overwaarderen van de titel (en daarmee deze inhoudelijk devalueren) is niets meer of minder dan symbolische inclusie. D66 is de partij van de hogeropgeleide professional die gelooft dat onderwijs het ticket is naar maatschappelijke meerwaarde: allemaal een Erasmus-jaar, allemaal minimaal een master-titel, een tussenjaar in Bali (suuuuuperchill), een Starbucks-koffie-stempelkaart en een stage bij de Verenigde Naties. Haal je vinkjes en blijf binnen de geharkte carrièrepaadjes die D66 voor je aanlegt (en als je lief bent, willen ze die best hier en daar al wangenknijpend een beetje verbreden, want zo zijn ze).
Diplomademocraten66 staan er niet eens bij stil of het overwaarderen van titels en diploma’s een gezonde manier is om waarde toe te kennen aan mensen en hun werk, of hun rol in de maatschappij. Ze vragen zich vooral af wie er nog geen diploma of titel heeft zoals zij, en welke groepen in de samenleving het verdienen om een beetje meer op henzelf te gaan lijken.
D66 heeft het zo goed met zichzelf getroffen dat ze de wereld vooral meer D66 gunt zonder zich af te vragen of de wereld daar eigenlijk op zit te wachten.
Steun mijn werk zodat ik vivisectie kan blijven plegen op zinloze wetsvoorstellen: schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap.
Uiteraard is een losse bijdrage voor het verbeteren van mijn concurrentiepositie en het aanjagen van de Europese economie in bredere zin middels deze innovatieve internetconstructie ook mogelijk!



