AI: de keuze is tussen slim klinken of slim zijn
Social media als taalkundige Dubai Pistache
Vooralsnog zijn het boomers die klikken op phishinglinks van AI-bots, ellenlange discussies op social media ermee voeren of in met AI gemanipuleerde filmpjes van politici tuinen. Toch zal het niet lang duren voordat zelfs het getrainde internet-oog het onderscheid niet meer kan maken tussen echt, en kwade opzet.
Op een of andere manier had ik enkele maanden geleden bedacht dat het een uitstekend idee zou zijn om vanuit huis in de Algarve de trein te pakken naar Porto. Na twee uur muziek luisteren vroeg ik mij af hoe ik in hemelsnaam de overige vier uur moest doorkomen, en maakte de vergissing om X (‘voorheen: Twitter’) te openen.
Boze mensen over Loosdrecht. Verontwaardigde mensen over boze mensen over Loosdrecht. Hoogdravende mensen met AI-opstellen met duiding over de verontwaardiging richting de boze mensen over Loosdrecht. Daartussenin nog een hete take van Wierd Duk die al jaren waarschuwt voor de woede van de gewone mensen in Loosdrecht. Een wandelende donatiebutton met pony, genaamd Andrea Speijer-Beek, die heel hard voor Nederland aan het werk is door zichzelf te filmen tussen de boze mensen van Loosdrecht.
Enfin, ik had mezelf weer mooi tuk.
Waarom is alles zo godvergeten SAAAAAAAAAI
Ik sloot X en ging op zoek naar empirische studies die de totale vernauwing van steeds maar voorspelbaarder wordende social media-platforms kunnen duiden.
Zo vond ik een studie in Nature Communications, waarin wetenschappers constateren dat de collectieve aandachtsspanne versmalt. Bleef een hashtag in 2013 gemiddeld nog 17,5 uur in de Twitter (‘tegenwoordig: X’) top 50 staan, daalde dit naar 11,9 uur in 2016. Een mogelijke verklaring is dat er meer content wordt geproduceerd in kortere tijd, en de collectieve aandacht daardoor eerder raakt uitgeput.
Wetenschappers van MIT onderzochten in 2024 maar liefst 517.000 uur aan radiotranscripten en 26,6 miljoen tweets over 1694 nieuwsgebeurtenissen in de periode 2019-2021. De kernbevinding is dat het niet alleen gaat om snelheid maar ook om de aard van de ophef: op Twitter is ophef intenser maar korter.
Grappige bevinding: de effecten waren hetzelfde voor zowel links-liberale als rechts-conservatieve content. Dat betekent dat het een effect is van het medium Twitter/X zelf, en niet een ideologisch effect (wat misschien ook verklaart waarom BlueSky gewoon domweg de andere zijde van dezelfde rabiate social media-munt is).
Inmiddels neemt het gebruik van AI voor content gigantisch toe. Je ziet mensen hele maatschappijleer-opstellen uitpoepen of eindeloze draadjes lang in discussie gaan met bots (waaronder Grok, waarvan iedereen wéét dat het een bot is). Het kan niet anders dan dat een platform dat alleen maar zichzelf kan reproduceren, uiteindelijk poepsaai wordt, omdat juist AI output geeft die statistisch voorspelbaar is vanuit een gezamenlijke input (Ophef! Schande! Schuld van D66! Israël! Marokkanen!).
Ondertussen straffen X en andere sociale media externe links af in het algoritme, omdat het platform graag heeft dat je lekker blijft waar je zit. Hierdoor wordt het een gesloten platform wat zelf bepaalt wat belangrijk is, zonder dat externe (en dus ook: primaire!) bronnen iets kunnen verstoren. Het huidige X verschilt hierin wezenlijk van het vroegere Twitter, dat zeker in de vroege jaren expliciet (ook) een deel- en doorgeeffunctie van externe content had. Je eigen blog, nieuwsartikelen, muzieklinkjes gevolgd door discussie over ándere dingen dan alleen de gesloten ophef du jour-cirkeldans.
De hel van opgesloten zitten in een zichzelf versterkende vicieuze cirkel, deed me denken aan de Apple-serie Pluribus van Vince Gilligan (die gast van The X-Files). Hierin wordt bestseller-schrijfster Carol Sturka gevolgd als een van slechts twaalf mensen die wereldwijd immuun blijkt te zijn voor een buitenaards virus, dat de rest van de mensheid heeft omgevormd tot één collectief bewustzijn (dat van zichzelf weet dat het een hive mind is, en daar zelfs erg tevreden over is).
Het duurt echter ongeveer vijf afleveringen voordat dit collectief der gehele wereldbevolking gaat aandringen bij Sturka of ze geen nieuw boek kan schrijven. Want een hive mind die alles al weet, heeft geen nieuwe input meer nodig: ze weten immers alles wat er is te weten, al via elkaar. Er zijn geen individuen meer, dus ook geen verrassingen. Dus vragen ze Carol of ze niet kan opschieten met haar boek, want zij is de enige die nog iets kan produceren dat het collectief nog niet kent.
Het verschil met X is dat de hive mind in Pluribus zich in ieder geval bewust is dat ze een hive mind zijn. AI creëert slechts de schijn van individualisme, waardoor iedere @Harry5774849349 en @Wijnwijffie69 denkt een Carol te zijn (op wier werk het collectief zit te wachten). Op X riskeert elke gebruiker immers te denken hoofdrolspeler te zijn in haar of zijn eigen film (en dan het liefst in de rol van leider van het verzet, of als Groot Maatschappelijk Denker), terwijl ze vooral de gemiddelde verontwaardiging (re-)produceren van iedereen die min of meer hetzelfde heeft gevraagd aan hetzelfde statistische model over dezelfde type onderwerpen.
First Person Syndrome, online en in Den Haag
Op social media bestaat een ervaring pas als ze is vastgelegd en gedeeld. Je kunt geen concert bezoeken zonder tegen een muur van telefoonschermpje aan te kijken en geen sport in de buitenlucht beoefenen zonder dat er weer een of andere frisse boy met een GoPro voorbij komt zoeven, die zijn activiteiten opslaat voor zijn YouTube-kanaal. Het gaat er niet om dat je iets gedaan hébt, maar dat je laat zien dát je iets doet. De handeling is ondergeschikt aan de beeldregistratie ervan, waardoor het beeld (of de suggestie) van een handeling zwaarder weegt dan de handeling zelf.
Niet alleen in het publieke online debat, maar ook in de Haagse politiek fungeert de interruptiemicrofoon steeds vaker als selfiestick. In 2022 stelde daarom destijds CDA-kamerlid Derk Boswijk voor om camera’s uit de nationale vergaderzalen van de Tweede Kamer te verwijderen. Op X lichtte hij zijn standpunt toe en stelde dat zonder streaming ook parlementaire journalisten een belangrijkere rol zouden krijgen:
Boswijk heeft het zelf nergens zo verwoord, maar ik proefde in zijn oproep ook de wens dat politici gewoon eens lekker aan de bak zouden gaan met hun luie kloten door gewoon commissievergaderingen bij te gaan wonen, wetsteksten te schrijven en de uitvoering van ingediende moties op te volgen. Toch redeneert hij vooral vanuit het huidige probleem, namelijk oppervlakkige politiek voor de bühne via de meest nauwe vorm: zelfgeknipte filmpjes om verontwaardiging op te roepen die vooral neerkomen op politiek theater voor de eigen achterban.
Een van mijn all time favorites is Wybren van Haga (BVNL) die in maart 2023 een filmpje postte op X waarin hij, nog nahijgend van de sprint die hij zojuist door het Kamergebouw had getrokken, voor de camera stond. Wat hem nu net toch was ‘overkomen’: hij was de staatssecretaris van Defensie in de plenaire zaal misgelopen (‘ik was dertig seconden te laat’). Reden: hij is als fractie met drie Kamerleden ‘onderbezet’. Op grond van een debat dat op de achtergrond te horen was, concludeerde Trouw-journalist Auke van Eijsden fijntjes dat het filmpje in werkelijkheid veel later was opgenomen (gelukkig hebben we de beelden nog)
Beeld en praktijk lopen behoorlijk uiteen. Kamerleden vragen soms een – veel zichtbaarder – plenair debat aan over een onderwerp dat in de commissiezaaltjes al is of wordt besproken (waarbij ze dan zelf weer niet aanwezig zijn of waren). Van Haga maakte het hier wel heel bont: hij vroeg een tweeminutendebat aan over defensiezaken, maar kwam – in tegenstelling tot toenmalige staatssecretaris Christophe van der Maat (VVD) – als aanvrager en enig spreker zelf niet opdagen.
Hierna deelde hij op sociale media het eerdergenoemde, in scène gezette filmpje waarin hij buiten adem door het Tweede Kamergebouw rent.
Dubai pistache en karamel zeezout
Toch heeft politiek Den Haag veel grotere issues dan alleen een bühne-probleem. De ergernis over geknipte filmpjes, waarmee de facto mensen worden misleid, is begrijpelijk maar het probleem zit niet in de beschikbaarheid van die beelden. Zo plaatste Forum voor Democratie bijvoorbeeld ook een misleidende grafiek van peilingen waarin het leek alsof ze er veel beter voor stonden. De oplossing daartegen is niet het verbieden van peilingen. Geknipte filmpjes, valse peilingen of uit de context geplaatste stemuitslagen (die met die groen/rode bolletjes) werken nu al. Een laag kunstmatige intelligentie daaroverheen zal dat alleen maar makkelijker en ‘geloofwaardiger’ maken.
Daarom is het juist belangrijk om de oorspronkelijke bronnen en archieven te bewaren en zo toegankelijk mogelijk te houden: journalisten en onderzoekers maar ook politici zelf zullen steeds afhankelijker worden van primaire bronnen waartegen ze een mogelijk of vermoedelijk gemanipuleerd stuk media kunnen afzetten. Als je dat weghaalt, verwijder je het enige tegenwicht dat burgers, journalisten en onderzoekers hebben.
We kunnen nu allemaal nog smakelijk lachen om boomers die op phising-linkjes drukken of Gül-emnisten bij de Telegraaf die cashen op ChatGPT-columns maar ik vrees dat het lachen ons snel zal vergaan. Mensen hebben de neiging om lineair te denken: als iets in de afgelopen twee jaar stapje voor stapje veranderde, verwachten ze de jaren erop hetzelfde tempo. Exponentiële groei ziet er aan het begin misschien uit als ‘bijna niets’, maar ineens blijkt alles overal en allemaal tegelijkertijd ge-Dubai pistache’d of ge-karamel-zeezout. Als algen op een vijver, dus.
Wetenschappers die recentelijk opstapten bij leading AI companies, zoals OpenAI (die van ChatGPT) , Anthropic (Claude) en Google (Gemini) waarschuwen niet voor wat AI nu kan, maar voor wat er ons te wachten staat als we huidige (exponentiële) groeicurve doortrekken. Dan gaat het allang niet meer over slimme chatbots die ChristenUnie-ritselaar Gert-Jan Segers laten klikken op cryptolinkjes, of een deepfake waarbij de buitenlandcommissie van de Tweede Kamer in 2021 dacht via Zoom te spreken met de stafchef van Navalny (maar waarschijnlijk met Kremlin-agenten, die beïnvloedings-operaties uitvoeren).
De wetenschappers waarschuwen voor systemen die zelfstandig desinformatiecampagnes kunnen ontwerpen, uitvoeren en bijsturen op basis van realtime feedback in een snelheid die simpelweg niet voor het menselijk brein is te evenaren.
Zodra nepidentiteiten, nepargumenten en nepbewijzen in fracties van seconden zijn te produceren, dan verliest inhoud zijn waarde bij het bredere publiek. Dát is de tikkende tijdbom onder het publieke en politieke debat. Je kunt een redenering niet op zijn eigen merites beoordelen wanneer de redenering zelf gefabriceerd is. Net zo goed als beelden, citaten en bronnen dat kunnen zijn.
Plus: daar komt nog bij dat mensen graag geloven wat ze willen geloven. Vóór AI zat hier nog een soort natuurlijke rem op: het kostte moeite om een overtuigende redenering of geloofwaardig ‘bewijs’ te fabriceren van een verzonnen ‘feit’. Je moest ook in staat zijn om zelf een overtuigende redenering op te bouwen, voordat je in staat was om die van een ander af te breken, uit elkaar te trekken of op waarde te schatten. AI verlaagt de drempel en verwijdert de rem volledig want je hoeft niet meer zelf na te kunnen denken om een redenering te produceren die redelijk klinkt. Je vraagt het gewoon aan Chat.
Kunnen nadenken, redeneren, verbanden leggen en complexiteit in acht nemen was lange tijd je toegangskaartje tot serieuze discussie met volwassen mensen. Vroeger (lees: tot een jaar of vijf geleden) was er een haast natuurlijke selectie op kwaliteit van argumentatie. Van loos bazelen aan talkshowtafels een voltijd professie kunnen maken (zie: Jona ‘econoom’ van Loenen of Raymond ‘Amerikadeskundige’ Mens) was uitzondering, geen regel. Je argument was een bewijs van het denkwerk dat je had gedaan, en dus was de kwaliteit van je denkwerk eenvoudig te toetsen.
AI democratiseert wel de vorm maar niet de inhoud: iedere Drol Drie uit Krommenie kan nu klinken als iemand die goed en lang heeft nagedacht over gecompliceerde onderwerpen, en deze algoritmisch vertalen naar voor TV en sociale media geschikte clipjes.
Stoffige archivarissen, reddingsboeien der rede
In een wereld waar alles nep is en iedereen kut, blijft het analoge overeind als verificatiemechanisme of bron van creatieve onvoorspelbaarheid. Verifieerbare relaties zijn geen sociaal smeermiddel meer, maar een manier om überhaupt te bepalen wat waar is. ‘Stoffige archivarissen als reddingsboei der rede’ stond niet op mijn bingokaart voor 2026 maar ik vrees dat reeds in de zeer nabije toekomst enkel primaire bronnen waardevast blijken te zijn. Dat is niet alleen een institutie (zoals een Tweede Kamer die alle debatten streamt, een rechterlijke macht die uitspraken publiceert of een bedrijf dat jaarrekeningen online zet) maar eigenlijk elke te raadplegen bron, waarbij de link tussen werkelijkheid en waarneming kort en door mensen snel controleerbaar is.
Wat heeft nog waarde, als niks meer betrouwbaar is? Eigenlijk alles wat niet schaalbaar is, om de simpele reden dat alleen de niet-schaalbare zaken immuun zijn voor inflatie door kunstmatige intelligentie.
Denk bijvoorbeeld aan alles wat een lichaam heeft en de fysieke wereld om zich heen kan waarnemen, inclusief de voorwaarden die nodig zijn om een vertrouwensband te creëren. AI kan namelijk alleen reeds bestaande content kopiëren en schalen, maar geen gedeelde geschiedenis namaken (onderlinge gebbetjes en gibbelegeintjes: ‘je had er bij moeten zijn’), herkenbare lichaamstaal reproduceren (zoals mensen die bijvoorbeeld aan hun haar gaan plukken zodra ze bullshit verkondigen) en andere zaken die alleen kunnen ontstaan door de tijd heen (die AI niet kan versnellen) en in de fysieke wereld (die AI niet kan waarnemen).
Goed nieuws voor liberalen: het specifiek individuele van karakter, de combinatie van kleine waarneembare elementen die een individu tot individu maken, is niet schaalbaar. De economische logica is simpel. Schaarse dingen (zoals weten wat echt is en wat niet) waar de vraag naar stijgt (zoals willen weten wat echt is), stijgt in waarde. Persoonlijk vertrouwen wordt hiermee bijna een soort betaalmiddel omdat dit het enige is wat niet onderhevig is aan inflatie door AI. Het goede nieuws is dat het kunnen cashen op flutcolumns en school-opstellen, uitgepoept door AI, volgens deze hypothese slechts tijdelijk van aard is.
Vreemd advies misschien, van iemand die haar geld verdient door teksten in het digitale domein te produceren, maar: misschien moeten we allemaal wat vaker met elkaar een frisse neus gaan halen buiten. Touch grass.
Steun mijn ambachtelijk analoge werkwijze en schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap!
Uiteraard is een losse bijdrage ook mogelijk!








