Lale Gül en andere schrijvende algoritmes
SCHRIJVEN IS EEN VAK
Er is iets raars aan de hand in het publieke en journalistieke schrijversland. Het maakt niet uit welke column, artikel of social media post ik lees: alles leest alsof ik het al honderd keer eerder heb gelezen. En niet alleen inhoudelijk, ook steeds meer qua vorm. Gebruiken meer schrijvers ChatGPT, of begint de Chat-toon een taaltrend te worden?
Afgelopen week kwam mijn echtgenoot thuis met een cadeautje: Portugese roddelblaadjes. Ik heb een zwak voor de Story - zeker wanneer ze politieke onderzoeksjournalistiek bedrijven inzake Alexander Pechtold en zijn escapades - en beschouw nadere kennismaking met het Atlantische roddelgenre als een inburgeringsplicht. Toen ik met mijn beste vriend in Italië woonde, gingen we immers ook elke zaterdag naar de markt om boven een koffietje de nieuwste ontwikkelingen over de protagonisti van alle Mediaset-datingshows tot ons te nemen, via de Di Più en Chi.
Wat direct opvalt aan Portugese roddelblaadjes is het taalgebruik. Exhibit A: deze foto van een of andere midlifer die de overstap heeft gemaakt van TV naar theater. Het blad citeert dat als “zijn eerste monoloog waarin de de acteur, via Augusto, ‘de gewone man (portretteert) die overrompeld wordt door wat hij denkt dat anderen van hem verwachten’, zoals de acteur zelf uitlegt, en die daarbij de vraag oproept: ‘ben je een figurant of de protagonist van je eigen verhaal?’.”
De Portugezen zijn qua taalgebruik heel erg van het ‘divagar’, oftewel: meanderen. Dat gaat niet bewust, zo zit de volksaard, de cultuur en dus ook de taal in elkaar. Net zoals je de Nederlandse directheid direct herkent in de eerste beste hoekige headline van de Story: ‘Eddy Wally’s dochter moet huis van haar vader uit’. We hebben in Holland aan een half woord genoeg.
Taal is een uiting. Van cultuur, van kennis (of juist het gebrek eraan), van gevoelens. Het is geen eenrichtingsverkeer: taal bepaalt ook op welke manier je denkt en wat je wel of niet waarneemt. De Sami in Zweden hebben bijvoorbeeld honderden woorden voor sneeuw en vrijwel elke taal heeft woorden (gezellig!) die simpelweg onvertaalbaar zijn. De taal die je spreekt bepaalt ook, zo stelt cognitief wetenschapper Lera Boroditksy, je cognitief universum.
Dit laatste zijn veel schrijvers, dankzij hun eigen luiheid die wordt gefaciliteerd door LLM-gebaseerde AI-programma’s zoals ChatGTP en Claude, ordinair aan het platslaan tot een grote grijze one size fits all-blob van online ragebait. Het is saai en voorspelbaar maar het beloont helaas ook zwart-wit denken waar de algoritmes van Big Tech zo van houden.
Posten als een LinkedIn-professor
Taal is vaak een beetje rommelig, net als je gedachten. De inhoudelijke kwaliteit van artikelen wisselt daarom. De ene keer komt iets uit je ténen en vloeit dat zo via je vingers over het toetsenbord. De andere keer voel je je schuldig dat je vandaag nog niets hebt gepost en ga je op zoek naar iets om jezelf mee ‘aan’ te zetten, om vervolgens hangend en wurgend iets te schrijven dat met moeite ‘mwoah’ genoemd kan worden.
Het is juist in die rommelige chaos van wisselende resultaten dat nieuwe woorden of omschrijvingen ontstaan. Zoals deze, van taalliefhebber en Twitter-veteraan @Denkjewel:
Opsteltweets. Ragefarm-kneuzen die voorheen nog schreven als een scholier van 14. Posten als LinkedIn-professor.
Het is textbook-Denkjewel. Want taal is niet alleen een uitdrukking van je cultuur of je kennis, maar ook van jezelf als individu. Voor schrijvers is taalgebruik een soort vingerafdruk. Zo kon ik meestal op GeenStijl al aan de eerste twee zinnen de auteur herkennen, bedekken slordige denkers hun eigen onwetendheid vaak met heel stellig taalgebruik en kan ik zelfs aan social media posts van sommige bekenden zien met welk been ze uit bed zijn gestapt.
De tweet van Denkjewel heeft dubbele duidingswaarde want niet alleen is het een goed voorbeeld van typisch taalgebruik voor een bepaald individu, ook de taal is passend bij de inhoud. Zelfs uit de sarcastische interpunctie (“““opinies”””) blijkt ergernis. Intense ergernis over een steeds meer uniforme tijdlijn waar van de één op de andere dag een soort content creator-schimmel is ontstaan van mensen die, inderdaad, voorheen niet bekend stonden om hun bijster belangwekkende beleidsanalyses maar die nu meermaals per week hele opstellen eruit rammen.
Opstellen die allemaal dezelfde opzet hebben. Een zelfde formule. Het maakt echt geen flikker uit wat het onderwerp is, de structurele opbouw van de tekst is bijna altijd hetzelfde: Gebeurtenis (het liefst met een heel dramatische opening), korte uiteenzetting van het (vermeende) patroon zonder echte harde cijfers om er vervolgens in nog kortere zinnen en woorden een conclusie of moreel oordeel aan te verbinden. De paragrafen van de ene post kun je zo verwisselen met de vorige of de volgende.
LEGO-blokjes op een staccato toontje. Er is ook geen verkenning waar je als lezer in mee wordt genomen, er wordt vooral iets verteld. Vragen zijn retorisch om een spanningsboog toe te voegen. Vaak wordt er niet eens de moeite gedaan om volzinnen uit te schrijven maar worden er gewoon wat signaleringswoorden achter elkaar gezet, waarbij de punten het gewicht moeten geven: ‘Nu. Hard. Zichtbaar’. Of - alsof de lezer achterlijk is - wordt in de eerste woorden van elke alinea even aangegeven wat ‘de kern:’ of ‘het probleem:’ is. Machinale taal.
Waar Twitter (oma vertelt) in 2014 nog een rommelig allegaartje was van mensen van allerlei ideologische pluimage met verschillende taaltjes, doet het thans qua verbaal design vooral denken aan het ontwerp van Chinese stekkerauto’s: eenheidsworst dat van goedkope materialen aan elkaar hangt.
Lale Gül enters the Chat
Sinds haar overstap van Het Parool naar De Telegraaf meen ik een zelfde ver-Chat-isering in de columns van Lale Gül te lezen. Grote bombastische en filmische openingsscènes (‘Er was ooit een brand. Een romantisch, bijna folkloristisch vuur, aangestoken door boze boeren’, februari 2026) in plaats van de simpele en persoonlijke openingen uit haar vroegere columns (‘Sinds een week zit ik heerlijk in het zonnetje in Zuid-Spanje’, 2023). Een recentere column over vuurwerk begint met een ‘er was eens een tijd…’ opening, gevolgd door een perféct drie-acten thema, afgesloten met een oproep ‘iets te doen’.
Haar columns in Het Parool waren vaak persoonlijk maar in De Telegraaf zijn ze universeel. De inhoud was spontaan, ging soms een beetje hak op de tak maar waren juist een interessant kijkje in een jeugdig energiek brein. De laatste T.-columns zijn nog gestructureerder dan de individueel in papiertjes verpakte aardbeitjes bij een groentejuwelier. Niet ter zake doende tegenstellingen domineren vaak het argument: ‘niet omdat we X haten maar omdat we Y serieus nemen’, zoals in deze zin “De grootste tragedie is niet dat Eloise het een watchparty noemde. De grootste tragedie is dat niemand aan dat chique gedekte tafelblad doorhad hoe decadent dat klonk”. Maar ook hemeltergend generieke statements die door de zwart-wit tegenstelling een gewicht krijgen die ze inhoudelijk eigenlijk niet verdienen, zoals: “Ze zijn alles en tegelijkertijd niets” - dat kan dus alles en tegelijkertijd niets betekenen.
Om te kijken of dit vermoeden enigszins te staven is, besloot ik veertig columns uit de periode januari 2023 tot februari 2026 (elke keer de eerste van de maand, en van dit jaar allemaal) te analyseren met behulp van Python via Claude. Ik heb gekeken of er een verandering in de de columns heeft plaatsgevonden die een indicator kunnen zijn van AI-gebruik, zoals het gebruik van een drietraps-cadans (Verschrikkelijk. Absurd. Gekmakend.) en vaste formule-zinnen (‘het probleem is niet…’, ‘en toch..’, ‘dat is precies…’) per duizend woorden. Iedereen gebruikt immers wel eens dergelijke vormen (LLM’s halen hun inspiratie tenslotte uit reeds bestaande teksten) dus het gebruik op zich bewijst niets. Als het onderdeel is van de schrijversstijl, zou deze echter wel consistent moeten zijn door de jaren heen, zonder harde breuklijn.
Verrek: tot medio 2024 gebruikte Gül vooral persoonlijke anekdotes in de ik-vorm, sindsdien kiest ze voor filmische openingsscènes: “Achter gesloten gordijnen, onder het constante gezoem van surveillancedrones en het abrupte zwart worden van het internet, staat het Perzische volk al jaren in brand”. Voorheen was het veel meer: “Afgelopen week was er discussie over…”, “het zal niemand op social media ontgaan zijn” of “je wordt er doodmoe van….” als opening.
Dit vermoeden is simpel te checken door te kijken naar het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden, zoals ‘ik’: in de Parool-tijd verwees ze 12,5 keer naar zichzelf per duizend woorden, in de T. nog maar drie keer per duizend woorden. Er is (wederom: in mijn sample) geen enkele Parool-column te vinden waarin ze niet het woord “ik” gebruikt, maar toch zijn met name in meer recente Telegraaf-columns de persoonlijke referenties helemaal verdwenen (zoals op 12 september 2025, 8 november 2025, 3 januari 2026, 10 januari 2026 en 7 februari 2026). Dit is niet alleen een abrupte stijlomslag (in statistische termen: het valt buiten de normale variatie in haar columns in Het Parool en de vroege Telegraaf-periode), maar ook eentje die riekt naar AI: algoritmes hebben immers geen persoonlijke ervaringen om op terug te vallen.
Ze gebruikt veel vaker een structuur met drie actes, rijtjes met retorische vragen en drietraps-woorden (Verbleekt. Verwilderd. Besmuikt.). Het liefst als uitsmijter: ‘Iran brandt. En wij staan erbij. Zonder lucifer, zonder water, maar vooral zonder lef’. Terwijl haar uitsmijters voor Het Parool directer en minder dramatisch waren: ‘Ik hoop voor Azarkan dat zijn dochter zich nooit zal emanciperen tot opiniemaker en columnist die zich over controversiële onderwerpen uit’ (februari 2023).
Wat het sterkst is toegenomen, zijn universele analogieën. Dit terwijl ze in haar columns voor Het Parool - althans niet in de columns uit mijn sample, die ik uiteraard ter controle ook handmatig heb doorgescand - de stijlvorm van analogieën en metaforen amper gebruikt (voor juli 2024: 0.08 analogieën per duizend woorden, na juli 2024 0,47 per duizend woorden - een toename van bijna vijfhonderd procent). Zo typeerde ze in Het Parool bijvoorbeeld Sander Schimmelpenninck als iemand die ‘trots als een aap op een rots zich op de borst klopt’, en omschreef ze een oppositieleider als een ‘oude natte dweil’.
Het verschil tussen deze en meer ‘universele metaforen’ moet ik misschien even toelichten. Wat mij eigenlijk (juist dankzij de meest recente column van Gül over BBB-politici) te binnen schoot, is dat AI-geassisteerde, -gegeneerde of -geïnspireerde teksten nooit gebruik maken van cultureel gebonden referenties (‘natte dweil‘ vertaalt niet lekker) of heel specifieke analogieën en metaforen. Ze zijn juist zo generiek en universeel dat ze aanvoelen als een lauwe dad joke: “Het is alsof je als vegetariër ineens bij een slager gaat werken en zegt: 'Ik was altijd al meer van de entrecote’.” Of: “BBB is nu een pizza met alle toppings: stukjes PVV-ham, wat JA21-salami, en een vleugje FVD-ansjovis” en “een politieke stamppot zonder aardappelen: veel ingrediënten, geen basis.” (Ook een AI-kwaaltje: metaforen gebruiken die inhoudelijk als een tang op een varken slaan, want Nederlandse stamppot zonder aardappelen heeft juist nog amper ingrediënten, dus geen idee wat ik lees).
Mijn punt is dit: wanneer je als Nederlandse schrijver of columnist metaforen en analogieën gebruikt, zijn deze vaak (sub-) cultureel gecodeerd op een manier die alleen maar grappig kan zijn voor Nederlanders. Of soms zelfs alleen maar grappig kunnen zijn voor de goede verstaander. Oud voorbeeldje van Zentgraaff (RIP) op GeenStijl over onze favoriete partij, D66:
Ah, democratie en D66. Wel de muil vol over friedom en diemokkersie in de derde wereld, maar in eigen huis het referendum afpieren, arrogant doen naar de kiezer en een algeheel vermoeiende regentenklasse van hele en halve subsidiehoeren vormen.
‘Friedom’ en ‘Diemokkeresie’. Een grapje die je alleen in het Nederlands kan maken, en alleen is te begrijpen voor mensen die Eva Jinek of de NOS de Amerikaanse verkiezingen hebben horen verslaan (waar op de een of andere manier vrijwel steevast D66’ers voor gaan te flyeren). Referendum afpieren. Afpieren! Ik weet niet eens of het woord bestaat, maar ik weet prima wat deze jongen bedoelt.
Goede schrijvers, zoals Zentgraaff, kunnen een landschapje schilderen met een enkele zin, en sommigen kunnen zelfs mensen typeren in een paar woorden. Een van mijn favoriete metaforen over de Britse politicus Keir Starmer: een bak vla waar een bril in drijft. Of Arthur van Amerongen, die de fysieke verschijning van Hafid Bouazza (swt) omschreef als ‘een mandarijntje op een koelkast’. Je ziet het voor je, en it makes sense.
Chat of Claude zijn geen goede schrijvers. Ze maken kansberekeningen met woorden. Als dits, dan dats. In die wereld bestaan geen bakken vla waar brillen in drijven, en liggen er geen mandarijntjes op koelkasten.
Nu weet ik niet of Lale Gül haar teksten schrijft met behulp van Chat, of zo vaak is geconfronteerd met AI-gegeneerde teksten dat ze deze stijl volledig is gaan overnemen (taal werkt immers besmettelijk en volgt trends) maar de stijlomslag is in haar columns in ieder geval dermate systematisch (en statistisch significant) dat het vragen oproept.
Ik wierp de vraag op in haar richting. Het antwoord was een block.
Vrijheid laat zich niet veralgoritmiseren
Het gaat mij niet om Gül zelf als persoon of columnist. Wat ik hier boven omschrijf, zie ik ook bij andere tekstschrijvers. Het is bij haar vooral duidelijk genoeg om het als argument in te brengen. Ze is namelijk een symptoom in een bredere context, van hoe het meest vrije vak ter wereld (schrijven) beknot dreigt te worden door veralgoritmisering (de grachtengordelsnob zou zeggen: Bigmaccificatie, maar daarvoor houd ik teveel van Big Macs en McFries-patatjes).
Wat ik namelijk in bredere zin zie gebeuren, is dat dit soort simplistisch hapklaar formuleschrijven lekker scoort op social media, en daarom de overhand neemt. Wat ik ook zie, is dat kranten van die zogenaamde keurige Belgische mediahuizen allemaal bezig zijn met scoren op de socials. Het is een beetje een kip/ei-verhaal: schrijven veel columnisten nou bewust op een manier die zich goed leent om viraal te kunnen gaan (waarbij elk alinea’tje een screenshot kan zijn om te delen), of zitten columnisten zo vaak in algoritmes van sociale media dat ze vervolgens zelf gaan schrijven als een eentje/nulletje?
Het antwoord moet ik u schuldig blijven, wat dat is domweg niet empirisch te onderbouwen. Wat ik wel kan stellen, is dat er sprake is van een duidelijke stijlbreuk en dat die stijl is opgeschoven naar teksten met een stijl, cadans en vorm zoals die worden geproduceerd door LLM’s.
Wat ik daarom wel zeker weet, is dat het geen betere, leukere, interessantere of boeiendere teksten oplevert. Tuurlijk, sociale media zijn altijd een beetje van de hyperbolen geweest maar er worden steeds grotere woorden gebruik en steeds stelligere morele posters geplakt op mondaine, alledaagse zaken. Wie stelt, bewijst maar dat laatste ontbreekt vaak. Feiten die worden geleverd, zijn niet zelden besmet met AI-hallucinaties, en ik zie letterlijk mensen discussies proberen ‘te winnen’ zonder zelf door te hebben op welke retorische grond ze zelf staan - ze weten alleen dat ze het oneens zijn met een ander: “@Grok DIT IS TOCH NIET ZO!?”
Waar social media voorheen een plek waren voor creatieve gebbetjes en de laatste nieuwtjes, zie ik nu vooral een toekomstig online kerkhof voor wat ooit een vrij schrijversvak was. Ironie was al eerder te moeilijk geworden voor de meeste gebruikers (en de algo’s), nu verdwijnt de rest van de creativiteit ook. Geen enkele gebruiker is immuun voor de veralgoritmisering van logica en taal (en vice versa), en weinigen kunnen de verleiding weerstaan om een machine voor je te laten denken als een simpele prompt-vraag tot een uitgebreid antwoord kan leiden dat ‘serieuzer’ overkomt.
De vraag is of je kranten en bladen vol wilt laten schrijven door een verlengstuk van een social media-algoritme (dat heel boos is en nooit buiten komt), of de wereld wilt laten verkennen door (menselijke) ogen, met alle imperfecties, ruwe randjes, onmogelijke persoonlijkheden en chaotische hakketakkerette die het zo interessant maken? Ik snak naar het laatste, en stiekem hoop ik de lezer ook.
Deze artikelen zijn gratis te lezen, maar niet gratis te maken.
Steun mijn werk en schrijf je in, deel het artikel of overweeg een betaald lidmaatschap. Deze schrijver van vleesch en bloed is persoonlijk zeer blij met elke kleine bijdrage als blijk van waardering!






Ik mijd AI geen Grok, chatgpt of wat dan ook. Waar je niet aan ontkomt is dat elke zoekslag tegenwoordig een AI topping krijgt. Die schep ik eraf als het chocoadepoeder op Franse Cappuccino’s. Mooi stuk
Dank voor deze analyse. 'k Snap nu waarom het voetstuk waarop ik Lale zag, is afgebrokkeld. Inderdaad is de herkenbaarheid van het individualisme in algemene zin verontrustend aan het afnemen totdat er alleen nog maar 'kleurrijk' grijze muizen over zijn.