Liever regels volgen dan resultaat boeken
Nederland. Office Space - land.
Europese regelzucht is eigenlijk een symptoom van strategische verwennerij. We kunnen het ons (vooralsnog) veroorloven om elkaar bezig te houden met compliance-flowcharts, sheets met groene vinkjes en aanjaagteams vol kwartiermakers tot het te laat is (en alle capabele mensen al vertrokken blijken).
Na vier jaar wonen in Portugal (en meermaals met nummertje in de hand en bammies op schoot zitten wachten op een formulier-stempelende-ambtenaar) begin ik door te krijgen dat regels op zichzelf niet per se problematisch zijn. Aan regels, formulieren, bureaucratie met lang lunchende ambtenaren en trage vergunningsprocedures hier geen gebrek.
Toch is de Portugese overheid niet opdringerig. De communicatie tussen overheid en burger heeft (wegens bemande loketten) ook nog een informele kant. Een menselijk gezicht. Ik moest het mijzelf letterlijk afleren om elk contact met een ambtenaar te benaderen als een potentieel toekomstig processtuk (‘zoals besproken in het telefoongesprek van X met Y inzake Z, bevestig ik bij dezen per mail..’). Er is hier geen institutionele prikkel om mij als burger te pakken op een onvolkomenheid, op een verkeerd ingevuld formuliertje of een te laat geopende brief omdat je toevallig een week internetloos met vakantie was.
Je merkt het eigenlijk pas hoe erg het is als je er niet meer woont, maar Nederland heeft, net als andere West-Europese landen, een behoorlijk strenge handhavingscultuur. Deels omdat er in Nederland simpelweg meer valt te halen, maar net zo goed omdat we het lekker vinden om elkaar te handhaven. Door de grotere verzorgingsstaat wordt er namelijk van alles uitgekeerd, gesubsidieerd en voorzien van toeslagen, maar verwachten belastingbetalende burgers ook dat er wel goed in het snotje wordt gehouden of de mensen die het krijgen er wel recht op hebben (hell hath no fury like a Nederlander scorned die erachter komt dat iemand ánders een eurootje meer heeft gekregen dan waar hij of zij recht op had).
Gevolg: de Nederlandse overheid is de meest agressieve schuldeiser: ze gaat snel naar de deurwaarder, heeft beslagmogelijkheden op bankrekeningen en loon (die in andere landen pas in een veel later stadium komen) en kent een hele korte periode tussen aanmaning en beslaglegging.
Gevaar van goede bedoelingen
Juist landen die zichzelf als goed georganiseerd beschouwen en daar een culturele eigenwaarde uit halen (‘hier is tenminste alles goed geregeld’), blijken in de praktijk minder wendbaar dan de zuidelijke landen die misschien wel bureaucratisch zijn (Portugal, Spanje, Griekenland) maar nog volop informele kanalen hebben. Want in tegenstelling tot ‘mijn nieuwe’ overheid, zijn Nederlandse ambtenaren heel druk met achteraf kunnen aantonen dat er correct is gehandeld. Niet alleen richting burgers, maar ook richting elkaar. In de Verenigde Staten is het Pentagon net zo goed een bureaucratisch monster, maar daar wordt in ieder geval nog een beetje ruimte (en dus ook vertrouwen) gegund aan het uitvoerend personeel. In Nederland gijzelt de overheid zowel burger als zichzelf liever in een bureaucratisch panopticum.
De logica van het systeem is verschoven van het zo effectief mogelijk leveren van publieke diensten (zoals zorg of veiligheid) naar een geraffineerd juridisch indek- en afdeksysteem voor bestuurders, ambtenarij en politiek. Het systeem is hierdoor zó druk bezig met zichzelf (procedures volgen, fouten vermijden, verantwoording voorbereiden voor elk mogelijk scenario) dat de reden waarom je het allemaal doet (zoals zorg of veiligheid leveren) naar de achtergrond verdwijnt. Het is geen kwade opzet, maar ‘waarheen leidt de weg’ is een irrelevante vraag voor een systeem wiens dagelijkse logica zelfbescherming is.
Het geloof dat een overheid goed functioneert zolang de procedures kloppen, is een overheid die immuun is voor fundamentele kritiek op datzelfde functioneren.
Want als het misgaat, dan laten we toch een onderzoekscommissie onderzoeken hoe het heeft kunnen gebeuren die vervolgens nieuwe regels voorstellen waarmee we het een volgende keer voorkomen?
COLUMN: Liever volgens de regels dan te laat
Vorige week nam in Duitsland een brandweerman na 34 jaar trouwe dienst ontslag nadat hij een boete en rijontzegging had gekregen omdat hij tijdens een spoedrit met zwaailicht en sirenes te hard reed. De burgemeester bood zijn excuses aan, maar de boete bleef staan. Regels zijn regels, tenslotte.
Het geval doet direct denken aan de spagaat waarin West-Europa zich bevindt met de wederopbouw van diens krijgsmachten. Aan regels geen gebrek: we hebben aanbestedingsregels, toetsingskaders, begrotingsdiscipline, samenwerkingsverbanden, overlegtafels en allerhande beslisbomen die ervoor moeten zorgen dat iedereen doet wat ze moet doen.
Toch blijft de belangrijkste vraag onbeantwoord: wie moet wat concreet leveren? Hoogleraar Isabelle Duyvestein hamert al jaren op de noodzaak van concretisering, en liet zich eerder over de meest recente Defensienota ontvallen dat ‘het ministerie zoekt naar het goede verhaal bij de mooie spullen die het heeft’. Maar wat is het doel van die mooie spullen, wat wil je ermee bereiken en waarom?
De hoeveelheid regels, het gebrek aan onderlinge samenhang, maar ook hoe ze domweg het werk onmogelijk maken, weerspiegelen het richtingsgebrek. Zeker, regels moeten voor iedereen gelden, want anders is het niet rechtvaardig. Tegelijkertijd moeten ze wel functioneel zijn: een brandweer die te laat komt omdat hij zich aan de 30 km-snelheidslimiet moet houden binnen de bebouwde kom valt daar niet onder. Steker nog, als hij zich aan de regels had gehouden, zou zijn late arriveren (en het affikken van een halve woonwijk) juist weer reden zijn om nieuwe regels te bedenken (uiteraard voorafgegaan door aanbevelingen van een streng kijkende, speciaal voor de gelegenheid in het leven geroepen, onafhankelijke onderzoekscommissie). De politieke kosten van fouten zijn, zeker in het veiligheidsdomein, groot.
Dit voorval staat symbool voor de krijgsmacht omdat het niet per se de regels zijn die in de weg zitten (ze zijn vervelend, maar niet voor de kat z’n viool) maar omdat het niet duidelijk is welk falen zwaarder weegt voor bestuurders. De boete blijft staan omdat te snel rijden een duidelijke overtreding is. Te laat komen bij een brand is blijkbaar alleen problematisch als het vervolgens echt misgaat (en diezelfde burgemeester verantwoording moet gaan afleggen).
Ook de Europese krijgsmachten hebben aan regels (aanbestedingswet!) geen gebrek, maar net als de burgemeester van het Duitse plaatsje Tauche niet scherp op het netvlies welk falen onacceptabel is. Is dat onderbesteding? Militaire irrelevantie? Een volledige black-out van een week terwijl iedereen een noodpakket heeft voor maximaal 72 uur? Juridische aansprakelijkheid na militair ingrijpen? Een Russische onderzeeboot in de Noordzee?
Zolang de politiek het doel niet expliciet durft te maken, anders dan lauwe algemeenheden zoals ‘veiligheid is geen vanzelfsprekendheid’, vullen bestaande regeltjes, kaders en wetsartikelen dat vacuüm. Niet als instrument om het doel te bereiken maar als een middel om jezelf achteraf politiek mee in te dekken. Te verantwoorden waarom iets misging. De logica van politiek handelen en besturen is verschoven van effectiviteit naar politieke verdedigbaarheid.
En dus weet het Nederlandse Ministerie van Defensie exact wat het wil vermijden of bereiken op papier, maar lijkt steeds minder duidelijk of het in de praktijk kan doen wat het moet doen. Niemand lijkt die verantwoordelijkheid ook te willen oppakken: dit type falen wordt namelijk pas zichtbaar als het te laat is.
Deze column verscheen eerder deze week in Atlantisch Perspectief
Steun het systeemplafond-loze schrijfwerk: schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap.
Uiteraard is een losse envelop onder de deur ook mogelijk!





