In Den Haag speelt iedereen journalistje
WIE IS HIER NOU DE SNACKBAR!?
Het standaardmenu van nieuws bestaat al enige tijd niet meer. In plaats daarvan voeren politieke partijen, soms vermomd als traditionele journalistieke producties – van het FvD-journaal, VVD Live!, Studio SGP tot aan 66 seconden van D66 – ook tussen de verkiezingen door campagne. Waarom spelen politici steeds vaker zelf journalistje?
In 2023 schreef ik voor Vrij Nederland een artikel over politici die zelf journaal of talkshowtje spelen om daarin hun eigen werk (uiteraard volledig positief) te recenseren. Tot voor kort zag je het voornamelijk bij partijen op de flanken: Forum voor Democratie die een soort Voetbal Inside (met Forum Inside) probeerde na te spelen, of de SGP die met Studio SGP een meer ‘serieuze’ talkshow-variant maakte.
Politieke partijen plakken een journalistieke nepsnor op in de veronderstelling dat de partijboodschap op deze manier wat minder WC Eend te laten lijken. Dat partijen die de gevestigde media wantrouwen hierin voorop lopen mag geen verrassing heten. Dat met name D66 hier tegen in verweer kwam evenmin.
In een Kamerdebat over persveiligheid, op 1 juni 2023, was D66 helder over waar het probleem lag. Nadat Geert Wilders (PVV) journalisten had weggezet als 'tuig van de richel' en Thierry Baudet (FvD) zich daar publiekelijk bij had aangesloten trok D66 een harde conclusie: 'Het is bedoeld om schadelijk te zijn’, aldus destijds kamerlid Sjoerd Sjoerdsma. De partij waarschuwde dat woorden van volksvertegenwoordigers consequenties hebben in het echte leven. Over de eigen liefde voor persvrijheid liet D66 geen twijfel bestaan: die was, zo heette het, 'ongelimiteerd'.
Enkele jaren later heeft fractievoorzitter Jan Paternotte van D66 een eigen nieuwsformat waarin hij als D66 politicus het D66-nieuws in 66 seconde duidt.
Het kan verkeren.
En terwijl D66 langzaam opschuift richting populistische partijcommunicatie, zijn ze op de radicaalrechtse flanken alweer een paar stations verder. Zo hadden twee PVV-Kamerleden (Maikel Boon en Patrick Crijns) vorig jaar een zogenaamd ‘spontane’ PVV-fanpagina op Facebook opgezet en plaatste daar massaal haatzaaiende AI-beelden, onderzocht door De Groene Amsterdammer en de Data School van de Universiteit Utrecht. Of wat te denken van X-account ‘Ex Woke Docent’ die zich presenteert als een onafhankelijke twitteraarster met maatschappelijke observaties (inclusief mijmeringen over een moslim-rein Nederland) in plaats van de Haagse partijmedewerkster die het is?
Al deze fenomenen laten een grensvervaging zien. De grens tussen partijcommunicatie, journalistiek en opinie wordt van alle kanten aangevreten. Het één presenteert zich straffeloos als het ander en andersom.
Deze grenzen worden, mede dankzij D66 met haar eigen ‘journaal’, niet langer aangevreten door partijen op de flanken. Let wel: het gaat hier niet om gezond wantrouwen richting bepaalde journalistieke producties, het toebijten van een journalist dat hij of zij voor een ‘kutkrant’ werkt of een als vicepremier een kritisch tweetje over de NOS retweeten. Dat zijn incidenten. Want door zelf journalistje te spelen of met online bivakmuts-hooligans de boel online op te naaien, kapen Haagse volksvertegenwoordigers het publieke debat waarover wijzelf, als burgers, de regie behoren te hebben. Volksvertegenwoordigers en hun medewerkers die op de publieke loonlijst staan kapen via eigen mediaplatforms en anonieme sokpop-accounts het publieke debat en ontwijken ondertussen precies de kritische bevraging waar datzelfde publiek recht op heeft.
Zodra datzelfde publiek niet meer weet wat het verschil is tussen een controleur van de macht (een journalist, cartoonist, columnist) of een gekostumeerde machthebber (een kamerleden met eigen talkshows) valt er als journalist niet meer tegenop te werken. Het wordt namelijk voor diezelfde burger op een gegeven moment verdomd moeilijk om te bepalen aan welke zaken ze eigenlijk gewicht moeten toekennen.
Dat had Sjoerd Sjoerdsma als Kamerlid toch mooi gezien, want volgens mij is die verwarring over wat belangrijk is (lees: alles wat een politiek risico voor henzelf oplevert) precies de bedoeling.
De multimediale mengelmoes genaamd politiek ‘nieuws’
‘We zijn er weer met een uitzending vol politiek nieuws!’ Vanuit een studio die erg veel weg heeft van de Op1-talkshowtafel worden de gasten aangekondigd. Het uitnodigingsbeleid doet eveneens denken aan dat van Nederlandse talkshows: als het over de Verenigde Staten gaat, schuift er een Amerika-deskundige aan en wanneer de oorlog in Oekraïne wordt besproken, krijgt een Oekraïense vluchteling de ruimte haar verhaal te doen. Het enige verschil is dat in Studio SGP de politieke duiding steevast wordt verzorgd door SGP-politici. Zo mag kamerlid Roelof Bisschop zijn eigen bijdrage in de Tweede Kamer duiden: ‘Ja Roelof, je bent erg kritisch hè, waarom?’
Bij het radicaalrechtse Forum voor Democratie gaan ze nog een stap verder met het in een journalistiek productiejasje gieten van partijpolitieke communicatie: naast het welbekende FvD journaal (waar partijkopstukken in een Nieuwsuur-setting joviaal aan een desk worden geïnterviewd), lanceerde Kamerlid Gideon van Meijeren drie jaar geleden een ‘reportage’ over ‘rioolratten op het Binnenhof’. ‘In de eerste aflevering confronteert Van Meijeren Hart van Nederland-journalist’ Merel van Eck,’ is te lezen op de site. Het filmpje zorgde voor een storm van verontwaardiging. De Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) overweegt juridische stappen, Kamerleden, kabinetsleden en Amnesty International veroordeelden de actie en Kamervoorzitter Vera Bergkamp ging nadenken over een aanscherping van de regels in het gebouw.
Politici die zelf op sociale media ‘reportages’ maken, om vervolgens onderdeel te worden van een reportage om daar via sociale media weer een reactie op te geven. Een mediale mengelmoes waar voor de buitenstander moeilijk kaas van is te maken
‘De productiekwaliteit van bijvoorbeeld Studio SGP is dermate hoog dat het er voor de leek uitziet als een betrouwbare en objectieve show,’ zegt politicoloog Mariken van der Velden van de Vrije Universiteit. Dit kan een risico zijn, want een kwart van het (meest actief stemmende) electoraat is 65-plus en (dus) wat minder digitaal onderlegd, ‘en in zo’n programma is het nieuws wel gekleurd, net als de onderwerpen waarover ze spreken, dat is dus eigenlijk een vorm van misinformatie verspreiden.’
Infotainment
Politici die politiek nieuws over zichzelf op hun eigen kanalen brengen – waarbij ze zich graag hullen in de zweem van de objectiviteit van Nieuwsuur of EenVandaagmaar dan zonder de bijbehorende lastige vragen – zijn een relatief nieuwe mengvorm.
Uiteraard laten politiek leiders zichzelf al jaren graag ‘interviewen’ door eigen mediakanalen, maar bij de traditionele ledenbladen is het publiek een duidelijke afgebakende groep die zichzelf reeds hebben gecommitteerd aan de partij. Juist door de digitale mogelijkheden van een breder – en dus ook nietsvermoedender publiek – bereiken, is het lijntje tussen ‘partijpropaganda’ en ‘misinformatie’ dunner geworden. Dit wijten aan ‘het internet’ alleen is te simplistisch. De lijn is dun geworden doordat deze van twee kanten is aangevreten: zowel de politieke communicatiekant, als de journalistieke kant.
Deze beiden kanten staan overigens niet altijd lijnrecht tegenover elkaar, maar vinden elkaar vaak ook door gedeelde belangen. Een goed voorbeeld van een politieke mediavorm die overloopt in een andere is het infotainment-genre.
Eind jaren tachtig zagen we al een mengvorm tussen traditioneel entertainment (talkshows, tabloids) en politiek nieuws. Het groeide uit tot een vast format: van TheDaily Show tot aan Oprah Winfrey, maar ook ontbijtshows waarin politiek nieuws en politieke gasten worden gepresenteerd naast reportages over zwangere panda’s in het lokale dierenpark.
Als het uitkomt maken politici ook dankbaar gebruik van het infotainment-genre om zichzelf in de kijker te spelen als ‘leuk persoon’ in plaats van ‘effectief volksvertegenwoordiger’.
Anno 2023 zijn dergelijke formats ook in Nederland niet meer weg te denken. Als het uitkomt maken politici ook dankbaar gebruik van het infotainment-genre om zichzelf in de kijker te spelen als ‘leuk persoon’ in plaats van ‘effectief volksvertegenwoordiger’. Denk aan Caroline van der Plas (BBB) die in Chateau Meiland, Boerderij Van Dorst en Media Inside verscheen – en nooit te beroerd is om (net als collega-Kamerlid Thierry Baudet van FvD) de telefoon op te nemen voor ‘de bladen’. Iets waar premier Mark Rutte (VVD) in verkiezingstijd ook zijn hand niet voor omdraait.
‘Dat is niet per se iets van de laatste jaren,’ laat Story-hoofdredacteur Guido den Aantrekker weten. Toenmalig premier Jan Peter Balkenende nodigde hem al uit in het Torentje of in het Catshuis zodra er verkiezingen aankwamen: ‘“Story heeft het grootste publiek,” zei Balkenende dan met een olijke knipoog.’
Minder scherpe rolverdeling
Terwijl de entertainmentwaarde van politici en politiek zorgt voor alternatieve vormen van politiek nieuws, zijn de voorheen traditionele media tegelijkertijd steeds minder traditioneel.
In 2017 besloot BNNVARA op het laatste moment een documentaire over GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver toch maar niet uit te zenden toen naar buiten kwam dat de documentairemaker op het moment van draaien in dienst was van de partij.
De vermenging van journalistieke genres kan zorgen voor een minder scherpe rolverdeling tussen de ‘machthebbende’ en de ‘controleur’.
En vorig jaar ontstond discussie toen uit WOB-stukken bleek dat het campagneteam een dikke vinger in de VPRO-productiepap had gehad bij een documentaire over Sigrid Kaag (D66) in aanloop naar de verkiezingen. Uit de mails tussen de documentairemakers en het Haagse campagneteam bleek dat D66 zelf het thema mocht kiezen waarmee ze in beeld zouden komen. Ze kregen ook inzage in de montage en mochten mee overleggen over het tijdstip van uitzending.
Deze vermenging van journalistieke genres (hard en soft news) waarbij de politicus als ‘persoon’ in plaats van ‘functionaris’ wordt geportretteerd, kan in de praktijk dus zorgen voor een minder scherpe rolverdeling tussen de ‘machthebbende’ (politicus) en de ‘controleur’ (journalist).
Het verschil met infotainment – waarbij de politicus zelf actief op zoek gaat naar meer populaire entertainmentkanalen – is dat hier juist vanuit een journalistieke behoeftevervulling meer op zoek wordt gegaan naar de entertainmentwaarde in het politiek-functionele.
Het idee leeft immers bij diverse uitgevers en omroepen dat juist dit soort politieke portretten, maar ook videofragmenten van kissebissende politici en spannende items over wie de ‘troonopvolger’ is binnen een partij, is wat mensen willen zien. Het kan fijne kijk- en klikcijfers opleveren, maar, zo blijkt tegelijkertijd uit onderzoek, het zijn niet per se onderwerpen waar nieuwsconsumenten op zitten te wachten. In hun onderzoek It’s catchy but it gets you fucking nowhere laten journalistiekwetenschappers Tim Groot Kormelink en Irene Costera Meijer van de Vrije Universiteit zien dat kijkers zich bij sensationeel gepresenteerd politiek nieuws ‘gemanipuleerd in plaats van eerlijk geïnformeerd’ voelen.
‘De mensen die wij interviewden gaven aan dat ze wel klikken om “even te kijken waar de ophef over gaat”, maar dat zegt heel weinig over hun waardering ervoor,’ vertelt Groot Kormelink. De onderzoekers concluderen dat wat nieuwsconsumenten willen (geïnformeerd worden over hoe dingen werken en waarom) verschilt van wat politieke journalistiek vaak brengt (wie botst met wie).
Het risico bij deze mengvormen zit dus niet in een politicus die meedoet aan een spelshow, maar dat de journalistiek de politiek benadert als een spel (en spreekt in termen van winnaars en verliezers).
Agenda-setting
Hoewel sociale media (inclusief emoji’s) niet meer weg te denken zijn uit de politieke communicatie, hebben traditionele media de macht van de ‘agenda-setting’ wel behouden. Zij bepalen immers welke onderwerpen op sociale media belangwekkend genoeg zijn, en vervolgens welke onderwerpen dus verder worden bediscussieerd op diezelfde sociale media. ‘Traditionele media blijven de belangrijkste bron van politieke informatie,’ constateert Mariken van der Velden.
In de ‘reportages’ van Forum voor Democratie ziet Van der Velden deels een vorm van indirecte mediabeïnvloeding. Politieke partijen weten immers dondersgoed dat ze op sociale media een beperkt publiek hebben, en hengelen met spraakmakende inhoud vooral naar de aandacht van journalisten. ‘De meeste mensen kijken niet naar het vragenuurtje en zitten ook niet op Twitter, maar op het moment dat een fragment uit een zelfgeknipt filmpje of een tweet van een politicus in NOS Stories eindigt, boekt die partij resultaat.’
Bubbels
Sociale media kapen dus de aandacht van kiezers voor zover traditionele media dat toestaan en fungeren als springplank naar bredere aandacht in reguliere media. De impact van sociale media zelf op de nieuwsconsument wordt daardoor soms overdreven. Politicologe Van der Velden: ‘Er wordt te veel waarde toegekend aan klikgedrag. Zeker, mensen klikken op “10 redenen waarom”-verhalen, en redacties zijn druk aan het A/B-testen om te kijken wat “werkt”, maar hoe weten we nou precies waar mensen naar kijken, welke informatie ze krijgen? Is zo’n verhaal überhaupt wel echt gelezen en daarna besproken, en zo ja: hoe?’
‘Mensen zijn voor hun politieke kennis helemaal niet zo afhankelijk van sociale media.’
Het wordt steeds lastiger te bepalen in welke context nieuws aan de (digitale) keukentafel wordt besproken. Politiek nieuws wordt grotendeels gedeeld via appgroepen, maar juist hier kunnen onderzoekers niet meekijken in welke context (‘wat idioot dit!’ of ‘wat geweldig!’) dat wordt gedaan. Hooguit krijgen ze data over hoe vaak bepaalde artikelen zijn gedeeld, en hoe vaak erop is geklikt. Klikken en kijken zegt wellicht iets over de kwantiteit, maar dat is nog wat anders dan de kwaliteit. Oftewel: het feit dat er relatief veel mensen op sociale media zitten en daar veel politiek nieuws is te vinden, betekent niet dat sociale media dus onze politieke opinies beïnvloeden. Van der Velden: ‘Uit Israëlisch onderzoek komt naar voren dat mensen voor hun politieke kennis helemaal niet zo afhankelijk zijn van sociale media. Er is een angst voor “filterbubbels” die een heel electoraat beïnvloeden, maar het gaat vooral om relatief kleine groepen mensen die extreem luidruchtig zijn via sociale media, maar in de praktijk weinig effect hebben.’
Tenzij traditionele media er aandacht aan gaan besteden, voegt Van der Velden lachend toe: ‘Want ja, dan groeit het weer!’
Dit artikel verscheen eerder in Vrij Nederland
Waarom partijnieuws als je ook DieuwsNieuws kunt hebben: schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap.
Uiteraard is een losse bijdrage ook mogelijk!







