Venezuela inval: Trump als kaper op de oliekust
Oops, I did it again
Donald Trump heeft Nicolás Maduro van zijn bed gelicht in Venezuela. De Amerikaanse inval wordt vooral geduid langs ideologische breuklijnen: links is tegen, rechts is voor. Voorbij de politieke loopgraven riekt de arrestatie van de Venezolaanse president Maduro vooral naar Amerikaanse hardleersheid.
In 2003 moest Saddam Hussein worden afgezet. De wrede dictator onderdrukte zijn bevolking maar vormde ook een directe dreiging voor het Westen: hij zou massavernietigingswapens in zijn bezit hebben met de intentie die te gebruiken. Ironisch genoeg lagen de daadwerkelijke nucleaire ambities - gericht tegen Israël en de Verenigde Staten - een deur verder op, bij Iran. Het was (en is) immers Iran die als regionale speler de meeste hoofdpijn oplevert, onder meer door steun aan groeperingen in Irak en Libanon (denk aan de sponsoring van Irakese sjiitische milities en Hezbollah) en de continue belofte het ‘Zionistische regime’ te beëindigen. Zie bijvoorbeeld deze Ahmed Ahmadinejad-klassieker uit den ouden doosch (2011):
Toch richtte de militaire interventie, waar Nederland ook aan deelnam, zich destijds niet op Iran maar op Irak.
Pas toen de massavernietigingswapens er niet bleken te zijn, begonnen journalisten en analisten zich achter de oren te krabben: Irak heeft een van de grootste olievoorraden ter wereld en de Verenigde Staten kreeg na de inval snel controle over de olie-infrastructuur en de contractgunning voor buitenlandse oliebedrijven. Er werd gedacht dat controle over de olie de Verenigde Staten een politiek en strategische hefboom in de regio zou geven.
Maar de invasie ontmantelde de Iraakse staat, waardoor sabotage, diefstal en geweld de oliehandel ter plekke jarenlang ontregelde. Productie bleef verder onder het potentieel. En zelfs als Irak snel en veel olie had opgeleverd, bepaalt één land de wereldprijs niet. Daar staken andere olielanden binnen de OPEC (inclusief Saudie-Arabië) wel een stokje voor. Tot slot garandeert toegang tot olie geen lokale politieke loyaliteit, integendeel: het land kantelde richting Iran, regionale autonomie en bleek een vruchtbare geboortegrond voor nieuwe vijanden zoals ISIS.
Drieëntwintig jaar later dachten ze in het Witte Huis: dat was zo een ronkend succes, dat moeten we nodig weer eens doen.
Mexicooohooohohohooooooo
De Amerikaanse regering-Trump verdenkt de Venezolaanse president Nicolás Maduro van het runnen van een staatskartel, Cartel de los Soles (vernoemd naar de zonne-emblemen op Venezolaanse legeruniformen) en wordt aangeklaagd voor cocaïnesmokkel en illegaal wapenbezit, ‘het bezit van machinegeweren en destructieve apparaten’. Wat de Amerikanen daar precies mee bedoelen is onbekend, want daar kan van alles (granaten, gifgas en molotovcocktails) onder vallen, maar vooruit.
Belangrijk om te benadrukken is dat alle claims die de VS nu maken ten aanzien van president Maduro (die door meer dan vijftig landen niet erkend werd als president van het land na het niet accepteren van door hem in 2024 verloren verkiezingen, die niet leidden tot zijn aftreden), afkomstig zijn vanuit de Amerikaanse regering. Er zijn sterke aanwijzingen dat het staatsapparaat faciliterend optreedt bij drugshandel maar het Cartel de los Soles is een bijeenraapsel van losse cellen zonder centrale aansturing.
Hoewel de regering Trump claimt dat Maduro hier de puppet master is, hebben de Amerikanen sinds 2015 een bodyguard van minister van Justitie Diosdado Cabello in getuigenbeschermingsprogramma die claimt dat zijn voormalige werkgever de show runt. Los van de beschuldiging vanuit de Verenigde Staten is er verder geen bronmateriaal te vinden die de claim dat Maduro een staatskartel zou runnen ondersteunt. De structuur is eerder opportunistisch en gefragmenteerd, waarbij de hooggeplaatste politici in sommige regio’s bescherming biedt aan criminelen. Er is geen eenduidige Capo di Tutti i Capi aan te wijzen.
Dat betekent niet dat Maduro een koorknaapje is. De president heeft persoonlijk politici - die al beschuldigd werden van drugshandel - hoge posities in zijn regering gegeven en in 2018 zou hij volgens de regering-Biden drugsopbrengsten hebben ontvangen van Cabello (de minister van Justitie). Sinds 2020 ligt er een federale aanklacht klaar tegen Maduro en veertien andere Venezolaanse politici wegens het samenzweren met Colombiaanse guerrilla-groeperingen (zoals de FARC) rondom cocaïnesmokkel. Nadat Nicolás Maduro zijn derde termijn als president inging, verhoogde de Biden-regering de prijs op zijn hoofd van 15 miljoen naar 25 miljoen dollar.
Dit bedrag werd afgelopen augustus onder de regering Trump verhoogd naar 50 miljoen, een beloning die de VS zichzelf bespaard heeft door hem zelf op te pakken, grapte minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio tijdens de persconferentie over de aanhouding van Maduro.
Volgens de regering van Trump verdedigt de Verenigde Staten zich met deze arrestatie tegen ‘narco-terreur’. Men noemt de drugs fentanyl een ‘massavernietigingswapen’ en de VS waren al langer (vermeende) drugssmokkelboten uit het water aan het schieten. Maar het probleem is dat de zelfverdedigingsvlieger die een militaire actie zou legitimeren hier niet opgaat. Er is een recht op zelfverdediging voor staten vanuit de Verenigde Naties maar dat gaat over het gebruik van geweld als zelfverdediging tegen een gewapende aanval. Drugsbootjes onderscheppen of arrestatiebevelen uitvaardigen voor vermeende drug lords valt hier niet onder.
De regering in Venezuela is niet onschuldig maar het land biedt vooral een transitroute voor Colombiaanse cocaïne richting West- en Centraal Europa en West-Afrika. Daarnaast komen de meeste drugs de Verenigde Staten via Mexico binnen, niet vanuit Venezuela. Zo is Mexico de primaire bron en route voor fentanyl en synthetische drugs. De Congress Research Service (CRS) stelde vast dat Mexico sinds 2019 China heeft vervangen als primaire bron van fentanyl voor de Verenigde Staten, met grondstoffen die grotendeels uit China en India komen. De DEA stelt dat kartels zoals het Sinaloa Cartel de grote boosdoeners zijn voor de synthetische drugscrisis die de grootstedelijke straten van Amerika plagen.
Kijktip is dan ook deze 60 Minutes reportage die vlak voor de Kerst op het laatste moment - volgens de makers om politieke redenen - door CBS News werd teruggetrokken maar dankzij het internet nog is terug te zien. De repo laat zien in welke gevangenis Venezolaanse uitgezette illegale migranten terecht komen en dat een tatoeage al reden kan zijn om aangemerkt te worden als een gang member maar ook hoe de regering Trump trots op social media tettert dat ze Venezolaanse drugscriminelen vastzetten, om vervolgens te poseren met leden van MS13 op de achtergrond: een gang van El Salvadorianen.
Als het daadwerkelijk gaat om een oorlog tegen drugs, waarbij fentanyl het uit te roeien massavernietigingswapen is, waarom dan naar Venezuela in plaats van Mexico? My 2 cents: omdat het politiek makkelijker is én er mogelijk iets valt te winnen (door de olie - Venezuela heeft de grootste reserves ter wereld) in plaats van alleen te verliezen (door jezelf in een karteloorlog te storten).
De politieke kosten van ruzie zoeken met Mexico liggen hoger: het is de grootste Amerikaanse handelspartner en de Amerikaans-Mexicaanse veiligheidssamenwerking ligt politiek gevoelig. Daarnaast deelt Amerika een behoorlijk lange landgrens met het land (en zie die maar eens onder controle te houden). Venezuela daarentegen is al zwaar gesanctioneerd en president Maduro wordt (terecht) door de meeste democratische partners - waaronder de EU - gezien als een zakkenvullende dictator onder wiens bewind de bevolking straatarm werd.
Venezuela als doelwit presenteren is opportuun, maar past bij andere motieven dan de zogenaamde oorlog tegen drugs: geopolitiek sluit het aan bij de anti-Maduro (en voorheen diens voorganger Hugo Chavez) en anti-Cuba-as. Wellicht zijn veel mensen het alweer vergeten maar na de inval in Irak van 2003 werden er heel wat dictatorbillen samengeknepen. Khadaffi begon bijvoorbeeld direct in 2003 onderhandelingen over de nucleaire ontwapening van Libië. Behalve Noord-Korea en Zimbabwe bekeek ook Venezuela de Amerikaanse acties met argusogen. Socialistische dictator Hugo Chavez zag in 2005 al een mogelijke regime change bui hangen onder de noemer ‘drugssmokkel’.
De acties van begin 2026 om Chavez’ opvolger Maduro op te pakken, hebben een fundament in Amerikaanse aanklachten en een arrestatiebevel die al sinds 2020 op tafel liggen. Ook heeft het regime sancties aan zijn broek vanuit Amerika, Canada en de EU (sinds 2017), wat het narratief van criminalisering van een boevenregime té aantrekkelijk maakt om er geen gebruik van te maken.
Om het Amerikaans opportunisme nog eens te illustreren: president Trump verleende vlak voor de verkiezingen in Honduras de voormalige president, Juan Orlando Hernández, gratie. Hernández zat in de West Virginia een 45-jarige straf uit (en was dus niet alleen in staat van beschuldiging was gesteld, zoals Maduro nu) voor drugssmokkel en gerelateerde misdrijven zoals het faciliteren van de invoer van grote hoeveelheden cocaïne naar Amerika. Enige verschil: Hernández is een mogelijke bondgenoot, Maduro niet. Zo zie je maar: Zuid-Amerikaanse drugsdictators worden niet per se afgestraft voor hun criminele activiteiten.
Kapers op de oliekust
Waar in 2003 Irak werd gepresenteerd als een bron van massavernietigingswapens en een onmisbare schakel in de strijd tegen terreur, wordt nu Venezuela neergezet als kern van het migratie en drugsprobleem. Wat beide Amerikaanse doelwitten met elkaar gemeen hebben: olie.
Venezuela heeft volgens de OPEC de grootste bewezen olievoorraden ter wereld. Door sancties en beperkte buitenlandse investeringen is de productie sterk onder de capaciteit gebleven. Toegang voor Amerikaanse oliebedrijven (die Trump gisteren tijdens de persconferentie al aankondigde) zou economische belangen versterken, sancties verlichten en olie-inkomsten herverdelen. Trump beloofde alvast dat de interventie en de komst van Amerikaanse oliebedrijven het Venezolaanse volk ‘rich, independent, and safe’ zou maken.
Er zijn ook andere kapers op de Latijns-Amerikaanse kust: Rusland heeft met Venezuela een Latijns-Amerikaanse partner zonder Atlantische (NAVO) grens - Curaçao valt immers niet onder NAVO-grondgebied - en toegang tot oliecontracten. China heeft enorme leningen uitstaan bij Venezuela en investeert in de infrastructuur en energie. Iran zoekt vooral sanctievrije markten buiten het Midden Oosten maar onderhield al met Chavez warme, door anti-Amerikanisme gedreven, banden. Iran en Venezuela vormden bijvoorbeeld in juli 2007 een ‘eenheid tegen Amerikaans imperialisme’, en hielden saampjes in 2009 een ‘G2 Summit’.
Er circuleren ideeën dat toegang tot olie Venezuela de VS een hefboom geeft tegen Rusland en China, maar dit is vooral gebaseerd op geopolitiek wensdenken. Net zoals het destijds in Irak niet mogelijk was om als de Verenigde Staten mondiaal een olieprijs in je eentje substantieel bij te sturen, zal dit ook in Venezuela niet zo makkelijk gaan. En zelfs als je al lagere olieprijzen kunt afdwingen, is dit geen garantie dat deze bijvoorbeeld Rusland zullen dwingen tot concessies in Oekraïne, of Saudie-Arabië automagisch de Amerikaanse belangen laat volgen of China structureel kwetsbaar maakt. Sterker nog, Rusland (die al bestaande deals heeft met Venezolaanse staatsoliebedrijf, PDVSA) zou het accepteren van een olieverlies in Zuid-Amerika juist kunnen inzetten als bargaining chip in onderhandelingen over Oekraïne.
Tot slot steken de Verenigde Staten zich in een wespennest van niet-statelijke actoren. Wat kartels gemeen hebben met jihadistische terreurgroeperingen is dat het netwerken zijn, die zich snel aanpassen, territoriaal opportunistisch zijn (geen landsgrenzen respecteren) en onder druk onverwachte vloeibare vormen kunnen aannemen. Macht kan worden opgebroken, nieuw geweld creëren of verplaatsen naar buurlanden, migratieroutes of steden.
En net als jihadistische terreurgroeperingen zijn kartels hybride machtsvormen die buiten het internationaal recht opereren (het zijn geen staten met een zeteltje in de VN, zeg maar) maar wél invloed uitoefenen. Een beetje paramilitair, een beetje politiek, een beetje crimineel, badabing-badaboom. Dat allemaal met tientallen miljarden dollars aan stabiele omzet per jaar: het BBP van een klein land terwijl ISIS op haar hoogtepunt (2014-2016) rond een miljard zat en Al Kaida nooit verder kwam dan honderden miljoenen. Kartels gaan voor winstmaximalisatie en zoeken - in tegenstelling tot religieus geweld - niet per se escalatie. Toch stelt dit niet gerust in termen van geweld: voor burgers maakt het niet uit of je door een kat met een kettingzaag of hond met bomgordel gebeten wordt. Als Irak ons ISIS gaf, loop ik niet over van nieuwsgierig enthousiasme over kartels in een machtsvacuüm waar oliepegels te halen zijn (via afpersing, smeergeld, aftappen, noem maar op). Het is daarnaast stuitend naïef om te denken dat de spelers op het schaakbord bestaan uit Rusland, China en Iran die met wat economische druk zijn te bewegen tot politieke concessies.
Het gaat hier dus niet eens per se om president Donald Trump, maar om het historische patroon van Amerikaanse militaire interventies waarbij een direct doel (veiligheid) wordt overschaduwd door de indirecte gevolgen: het mogelijk creëren van complexere, gewelddadigere en minder controleerbare actoren dan vóór de interventie. Nog los van de regionale effecten: de spanningen met Cuba zullen oplopen, het vredesproces in Colombia komt onder druk te staan, de Cariben waaronder Curaçao worden maritiem spannender en zwakke regio’s (zoals Noord Brazilië) gaan het voelen. Het succes van de Verenigde Staten valt of staat bij regionale steun die vooralsnog verdeeld is: linkse regeringen - zoals Brazilië, Colombia, Chili, Cuba en Mexico - veroordeelde de interventie. Rechtse bondgenoten in Argentinië, Ecuador en Guyana verwelkomde de actie juist.
Los van poeren in een wespennest waarvan je de omvang niet weet, laten de Amerikaanse acties vooral zien hoe makkelijk opiniemakers, politici en analisten langs de voorspelbare lijnen lopen van links versus rechts, waarbij soevereiniteit aan opportunistische interpretatie onderhevig blijkt. Terwijl dit toch echt niet de eerste keer is dat een rookgordijn van bombastische veiligheidsretoriek wordt ingezet om beleid te legitimeren waarvan de tastbare opbrengsten eerder zullen liggen bij Amerikaanse strategische en commerciële belangen, dan bij het oplossen van het veiligheidsprobleem (in dit geval drugs).
Het verdedigen van strategische en commerciële belangen met militaire inzet is overigens politiek volledig legitiem, maar laten we alsjeblieft niet doen alsof we hiermee een levensgevaarlijke kartelbaas die hoogstpersoonlijke handjeklapt met Hamas en terreurnetwerken in Iran en Rusland hebben opgerold (looking at you, VVD) en laten we óók niet doen alsof met elke Amerikaanse militaire actie die niet langs de VN Veiligheidsraad is gegaan de algehele internationale rechtsorde subiet in elkaar dondert.
Deze herhaling van zetten leert vooral hoe weinig we (willen) leren.
Deze artikelen zijn gratis te lezen, maar niet gratis te maken.
Steun mijn werk en schrijf je in, deel het artikel of overweeg een betaald lidmaatschap. Een eenmalige donatie is uiteraard ook welkom!





Liever dit dan het geslijm van Europeanen bij terreurstaat Iran, links is compleet van het padje af. Eerst is het links die Maduro aangeklaagd heeft, en nu is het links die tegen het arresteren is op basis van hun eigen aanklacht.
Het gaat allang niet meer of het vooruitgang oplevert of niet, het gaat links alleen nog maar om het simpele feit dat alles wat Trump doet per definitie slecht is. Daarmee heeft links alleen nog maar 1 agenda punt over: tegen Trump.
Wat een armoede…
Hè hè dit snijdt hout, begin het te begrijpen 😉