Frans, Ilja en de tabloid geopolitiek van zelfvoldane wijnboomers
OMLAAG MET DIE PENSIOENLEEFTIJD. OMLAAG!
Nederland zit barstensvol jonge en ambitieuze academici. Genoeg succesvolle belezen ondernemers. Kratten vol dwarse kunstenaars. Toch krijgen we het voor elkaar (geo-) politiek en maatschappij steevast te laten duiden door altijd maar hetzelfde rijtje zelfvoldane wijnboomers.
Enkele jaren geleden reed ik met echtgenoot & akita inu naar Nederland om de Land Cruiser vol te laden met zakken soda, kilo’s koffiebonen, zakjes Lady Earl Grey en een shiba inu. We waren de landsgrens nog niet over of we werden deelgenoot van een hallucinant Hilversums gesprek op Radio 1:
Presentatrice: Je bent als schrijver een alleskunner! Je beheerst heel veel literaire disciplines. Al die disciplines hebben een eigen taal hè?
Gast: ‘Ja dat klopt, ik vind het prettig maar ook noodzakelijk om de taal elke keer opnieuw uit te vinden voor elk werk wat ik schrijf. Ik wil mijn eigen stem vinden voor elk gedicht opnieuw. Voor elke roman opnieuw. Elk personage moet een eigen stem hebben.’
P: Je hebt teksten voor Ellen ten Damme geschreven ook hè? Laten we even luisteren!
🎶 Als ik de dorst drink van het wachten / En de tijd slik die je morst / Als ik de lange lege nachten / Leer begraven in mijn borst 🎶
G: ‘Ja, een lied is toch wel anders. Het is een tekst om gezongen te worden. Dat heeft consequenties. Dat gaat met ritme en snelheid en gaan instrumenten doorheen. Dat heeft gevolgen voor de informatiedichtheid.’
P: Jouw taalgebruik is bekroond door literair tijdschrift Tzum. Uit jouw roman La Superba. Zou je die zin kunnen voorlezen?
G: ‘Met alle genoegen! Ik heb het heel toevallig bij de hand. Ik ben er heel trots op. Het bekroont namelijk waar ik mee bezig ben: mooie zinnen maken. De prijs bestaat niet meer dus ben nu definitief de énige die hem twee keer heeft mogen winnen.‘
[G. schraapt keel en begint te lezen met een koortsachtige Jacques Brel-broeierigheid]
‘Het was. Het witte uuuurrr na het Middag Maal. De blllanke pagina waarop hóóguit iets met pottt-loowd wordt gekrrriebeld in geheeeeeimschrift. Iets. Om on-mid-del-lijk weer uit te gummen zodra de rolluiken omhooooog werden getrokken. En het leven. Opnieuw zwart op wit een aanvang neemt met Bonnetjes. Bestellingen en. Bezwaarschriften.’P: Wat een prrrrráchtige zin. Terecht bekroond!
We keken elkaar even in stilte en met open mond verbouwereerd aan, alvorens in een schaterlach-salvo uit te barsten (zo eentje met je hoofd in je nek om ook het bijpassende geluid te maken).
Het duurde slechts enkele minuten, maar dit radiofragment was Peak Hilversum. Als je mensen Hilversum wilt laten proeven middels een geconcentreerde auditieve smaakmaker, dan kan dat uitstekend via dit gesprek uit de Taalstaat met Doomduidende Wijnboomer des Vaderlands, Ilja Leonard Pfeijffer. Want die was de gast van Margriet Vroomans.
Alleen in Hilversum mag iemand zó schaamteloos pretenderen allerlei literaire principes in de vingers te hebben. Niet in de laatste plaats dankzij een bewierokende presentatrice, die bijna hoorbaar slakkensporen van adoratie achterliet op de ergonomische bureaustoel, want Pfeijffer doet het ‘allemaal met eigen taal hè’ (slurp slurp slobber slobber) - en de literaire duizendpoterij live on air te onderbouwen met een Ellen ten Damme-liedje waarin de zware emotie van verlangen in een AB-AB-kinderrijmpje is gegoten. (Okee. De pretentie van diepe emotie die met een Sinterklaas-metrum wordt overgedragen, past wel heel goed bij Ellen ten Damme, maar dat terzijde.)
Alleen in Hilversum kunnen kleffe clichés (‘Ik vind taal elke keer opnieuw uit voor elk werk wat ik schrijf’) verward worden met de zielenroerselen van een diepe denker.
Alleen in Hilversum (en kennelijk bij taalprijzen-jury’s?) kan zo’n constructie van geforceerde elegantie, waarin iedere overwerkte yup die de stress van zich wil afzetten door te gaan journalen zich herkent, worden gekwalificeerd als ‘een prrrrrrráchtige zin’.
Ilja Leonard Fucking Pfeijffer
Als deze literaire zelfoverschatting nou contained bleef tot de Amsterdamse grachtengordel en het Hilversumse Umfeld van Zomergasten, Taalstaat-interviews en onironische Boekenbal-bezoekers, dan had ik er nog mee kunnen leven.
Maar iemand als Pfeijffer is via de columnistiek echter opgeschoven naar de politieke doemduiderij (want klimaat, facisme en Trump). En zelfs deze aanstootgevende aanvulling in zijn lange lijst van halfbakken en quasi-literaire genres zag ik lange tijd door de vingers.
Het is namelijk niet zo dat het troebele Pfeijffertje van tabloid geopolitics kwalitatief gezien zoveel vervuilder raakt door dat ene extra Goudlokje uit het Nederlandse taalgebied. Wat doemduiders immers met elkaar gemeen hebben, is dat ze het altijd voor elkaar krijgen om ons met een (vaak platgeslagen en niet zelden a-historische) analyse onbedoeld vooral te informeren over hun eigen denkbeelden, niet die van de wereld die ze ons beloven te beschrijven en te duiden.
Aan het niet (h)erkennen dat het laatste zoveel malen interessanter, gekleurder, genuanceerder en verrassender is dan zijzelf zijn, herken je de ware charlatan - in dit geval behangen met rammelende Jack Sparrow-Bijouterietjes, de vermatte lokken over bedompte bontjassen gedrapeerd.
Ander voorbeelde: Anne Applebaum. Schreef vorig jaar een coverstory voor de Atlantic (soort Groene Amsterdammer voor kosmopolieten) waarin ze de oorlog in Sudan neerzette als een ‘nihilistische’ strijd zonder betekenis. Blijkbaar is het prima om Sudanezen te gebruiken als lijdend voorwerp en hun oorlog (die gaat over keiharde machtspolitiek met klassieke variabelen zoals goud en het erfrecht over een bewind) te reduceren tot een symptoom van het einde van de ‘liberale wereldorde’, die zou worden vervangen door ‘anarchie en hebzucht’.
Anne Applebaum die Afrikaans oorlogsgeweld gebruikt als projectiescherm voor Westerse geopolitieke angsten is net zo oppervlakkig als Ilja Pfeijffer die het einde van de Westerse democratie aankondigt omdat kiezers niet allemaal stemmen wat hij zelf zou stemmen (en in plaats van Sudan het oude Athene verkracht om zijn punt te maken).
Wat dat betreft past de ‘kroniek’ over ‘De Democratie’ van Pfeijffer prima op de non-fictie-plank van stationskiosken en vliegveldwinkels. Naast alle andere tabloid geopolitics van journalisten slash denktankers wier half uit The Economist en de andere helft uit Foreign Affairs overgepende doomerboomer-boeken je kunt vinden naast de werken van voormalig special forces operators die een tweede leven als Arie Boomsma zijn gestart met zelfhulpboeken voor mensen die in kantoortuinen werken (voorzien van hemeltergende titels zoals ‘The courage to be ordinary’).
Ik zag het allemaal door de vingers. Toch werd dit weekend een absolute grens bereikt:
Jezelf, de Ultieme Meetlat
In het Nederlandse taalgebied kunnen mensen in een t-shirt nooit intelligent zijn (behalve ‘hackers in hoodies’), dus zonder Frans buitenhuisje of Italiaans palazzo alwaar je ‘rotsblokken Parmezaanse kaas’ en ‘meloenen uit Mantua’ serveert op kringloopmeubels met door vet en nicotine aangekoekte stof, ben je in de beeldvorming simpelweg geen intellectueel. Niet alleen politieke standpunten, ook een hele identiteit wordt geprojecteerd op andere culturen - in dit geval het zogenaamd onderscheidende Mediterraanse ‘echte’ leven.
Dus gingen voor Belgische DPG-krant De Morgen Ilja Leonard Pfeijffer en Frans Timmermans met elkaar in gesprek in Palazzo Pfeijffer. De opening alleen al geeft vlekken voor de ogen:
Pfeijffer: Als u het mij toestaat, mijnheer Timmermans, zou ik willen beginnen met wat volgens mij uw grote zwakte is als politicus: uw deskundigheid. Iemand met kennis van zaken wordt in deze tijd weggezet als een exponent van een wereldvreemde elite, en maakt geen schijn van kans meer om verkiezingen te winnen. Een handige politicus weet zijn deskundigheid op tijd en stond te verbergen. Dat hebt u nooit gekund.
Frans Timmermans: (lacht) “Nee, ja, klopt. Ik heb niet die handigheid die iemand als Mark Rutte wel heeft. Maar wat ik nooit zal begrijpen, is dat het op mijn afkomst wordt geprojecteerd.”
Pfeijffer gebruikt Timmermans niet om iets nieuws te leren over Timmermans, maar om de diagnose die hij zelf al had gemaakt over de democratie nog maar eens te benadrukken. Een diagnose, mind you, die overigens terug is te lezen in maar liefst drie verschillende literaire genres waarvoor hij de taal wist te vinden: een roman, een column en een kroniek (feitelijk een boek waarin eerdergenoemde columns zijn gebundeld maar inhoudelijk gewicht mag je blijkbaar vooraf zelf geven).
In zijn replieken stelt Frans Timmermans een diagnose over de wereld aan de hand van Frans Timmermans. Als het gaat over de elite versus het volk, verwijst hij naar zijn eigen arbeidersafkomst als diplomatenzoon. Als het gaat over een generatiekloof rond AI en Gaza, verwijst hij naar zijn eigen kinderen. Als het gaat over de grootste uitdagingen van deze tijd, loopt het langs de lijnen van waar hij zichzelf gedurende zijn carrière het meest mee bezig heeft gehouden (‘sociale rechtvaardigheid en klimaat’).
Het kan daarom ook bijna niet anders dan dat het interview, waarbij de eerste verzuchting is dat Timmermans eigenlijk te deskundig is, enkele alinea’s later ontspoort in complete ondeskundigheid en plat progressief populisme:
‘En nu ga ik iets zeggen dat ingaat tegen het heersende discours: we gaan veel te makkelijk mee in het verhaal dat een gevoelige verhoging van onze defensie-uitgaven een absolute noodzaak is. De ene na de andere Europese regering toont zich nu bereid te snijden in de uitgaven voor sociale zekerheid, voor zorg en voor onderwijs, om die middelen vervolgens naar defensie over te hevelen. Maar als we de sociaal-economische problemen niet aanpakken, gaan we extreemrechts nog groter maken, daar kun je gif op innemen.
We hebben ons overgeleverd aan de NAVO-norm, en dat is een financiële norm: we moeten centen uitgeven om eraan te voldoen. Ik vind dat we een kwaliteitsnorm zouden moeten hanteren: wát hebben we nodig om onze veiligheid te garanderen? Hebben we nog meer bemande vliegtuigen en peperdure raketsystemen nodig, die we bij de Amerikanen kopen? Ik dacht het niet. Wat mij betreft bouwen we een eigen Europese drone-industrie uit. Dat gaat minder kosten en meer opbrengen.’
Of snijden in de sociale zekerheid zorgt voor een groei van extreemrechts, daar zijn de échte deskundigen (namelijk politicologen) nog lang niet over uit, maar Timmermans weet het zeker.
Dat een financiële norm binnen een intergouvernementele organisatie en een militair samenwerkingsverband zoals de NAVO makkelijker uit te onderhandelen is dan een ‘kwaliteitsnorm’ (wat dit ook moge zijn, maar vermoedelijk bedoelt hij ‘Europees’) is een gegeven, maar Timmermans weet zeker van niet.
Dat de drones waarmee Timmermans de ‘peperdure raketsystemen’ wil vervangen niet de ballistische raketten uit Rusland en Iran kunnen onderscheppen is een feit, maar dit had Timmermans alleen geweten als hij niet exclusief op zijn eigen (on)deskundigheid zou leunen. En dat een Europese drone-industrie ‘minder gaat kosten en meer opbrengen’ kan niemand voorspellen, maar: Timmermans weet het zeker.
Levend pleidooi voor verlaging pensioenleeftijd
Deze twee borderline AOW-gerechtigde mannen met een mening over de Wereld waarin zij vooral de Wereld langs de Ultieme Meetlat (zichzelf) leggen, zijn helaas geen uitzondering maar de norm.
Never forget hoe Bas Heijne een vrouwelijke lijsttrekker met premierspotentie, namelijk Sigrid Kaag (D66), sans ironie complimenteerde bij proxy van Bas Heijne door op eerdergenoemde nationale Radio 1 te zeggen dat ze ‘misschien wel meer weet dan ik… over sommige dingen’.
Wie denkt dat dit kwaaltje zich enkel beperkt tot progressieve mannen, zal er goed aan doen om eens een willekeurig fragment uit Nieuws van de Dag te bekijken. Zoals onderstaande, waarin Wierd Duk en Bram Moskovic zó druk bezig zijn met zichzelf dat wanneer Chris Aalberts (PhD in politieke communicatie, tevens Parel van de Nederlandse Townhalljournalisitek) op neutrale wijze Forum voor Democratie omschrijft als een partij die een electorale behoefte aangaande migratie vervult, terstond wordt onderbroken met als door een wesp gestoken zinsneden zoals ‘Wat is daar mis mee!?’
Of wanneer Aalberts, als hij de ondemocratische partijstructuur van FVD uiteenzet, waardoor antisemitisme bijvoorbeeld intern niet wordt aangepakt, verontwaardigd wordt toegetetterd dat je dit ‘Forum toch niet kwalijk kunt nemen!’
Ook hier zegt de ‘reactie-duiding’ op duiding van Forum voor Democratie meer over de escalated commitment van twee duidingsboomers die na hun pensioen hun geld nog moeten verdienen bij een FvD-angehaucht publiek (hoi Wierd!) of wier ijdelheid hen ervan weerhoudt toe te geven dat ze zich hebben vergist in Forum en daarom liever een antisemitische partij blijven appeasen (hoi Bram!).
Hilversum is het perfecte pleidooi voor het verlagen en genadeloos handhaven van de pensioenleeftijd - gooi ze er allemaal uit en laat ze nooit meer binnen - maar tegelijkertijd ook het levende bewijs dat allerlei redacties, podcastluisteraars, Twitteraars en Top 5 Non Fictie-lezers zich maar wát graag laten overtuigen door een oudere generatie Mannen die vooral érg overtuigd zijn van zichzelf.
Ook geen zin om ‘een taal te vinden’ voor ordinaire open deuren?
Steun mijn werk en wordt lid!
Een eenmalige bijdrage is ook mogelijk:





