Media en overheid die X verlaten zijn hypocriet
Wel lekker op Facebook, LinkedIn en BlueSky blijven
Ambtenaren adviseren de Rijksoverheid om van X af te gaan. Het nieuws verscheen in de Volkskrant die besloot - op basis van onderzoek van de Volkskrant - eveneens het social media platform te verlaten. D66 pleit in Europa zelfs direct voor het handhaven van X, wat dit ook moge betekenen. Waarom dit schaamteloos hypocriet is.
Het is een soort zelf-likkende lolly: media die zelf nieuws maken en daar vervolgens zelf over berichten en vervolgens weer nieuws maken over de reacties op hun berichten, ambtenaren laten lekken over wat ze gaan doen naar aanleiding van hun berichten en politici vragen wat ze eigenlijk gaan doen naar aanleiding van hun berichten. Deze week was Pieter (K)lok, hoofdredacteur van De Volkskrant, de Chupa-Chup van dienst.
Afgelopen weekend verscheen namelijk een onderzoeksartikel in zijn krant: in een week tijd vonden journalisten duizenden X-berichten, gericht aan politici, met mogelijk strafbare uitingen. Conclusie: politici worden ‘volop doodgewenst, beledigd en bedreigd maar zitten in de houdgreep van X’. De Volkskrant-journalisten werden (uiteraard) ook door de Volkskrant geïnterviewd over hun onderzoek, waardoor we een beetje zicht hebben op hun onderzoeksmethode.
En dus ook meteen weten waar ze naar op zoek waren.
Zoekt en gij zult vinden
De journalisten maakten samen met een wetenschapper van de Universiteit van Amsterdam (die nergens wordt genoemd uit ‘veiligheidsoverwegingen’) een AI-model waarmee berichten van X werden gescraped: in totaal 80.000 stuks, die aan politici werden gericht. Berichten die als problematisch zijn gecategoriseerd, werden vervolgens nader bekeken. Op basis waarvan en met welke definities wordt nergens in het artikel genoemd, enkel dat een andere professor meekeek ‘op cruciale momenten’.
Laten we er (ondanks het totale gebrek aan onderzoeksverantwoording) even voor de vorm vanuit gaan dat dit model 100 procent perfect is en geweldig werk heeft gedaan maar dan nóg zijn er problematische aannames die nergens worden uitgediept.
De journalisten gebruiken X als primair onderzoeksveld voor politieke bedreigingen, en gaan ervan uit dat gedrag op andere platforms vergelijkbaar genoeg is om contrasten uit te concluderen over gedrag. Want, zo constateren ze, de mensen die op X politici bedreigen, zitten ondertussen op Facebook en Instagram foto’s van hun barbecue te delen. Opvallend, omdat andere (wel transparante) onderzoeken uit onder meer 2024 en 2025 juist laten zien dat Facebook (mogelijk mede door haar omvang) een relatief meer intimiderende omgeving vormt voor gebruikers.
Zo gaven klimaatactivisten in een internationale enquête aan zich het meest bedreigd te voelen op Facebook en concludeerde de American Defimation League een jaar eerder hetzelfde (na een onderzoek onder Amerikaanse publiek). Instagram vormt daarentegen een beter onderzoeksveld voor cyberbullying, waar zulk gedrag sneaky via DM’s gaat.
Kortom, de vraag is of het zichtbare gedrag (omdat de zichtbaarheid en gebrekkige moderatie juist een element zijn van X die voor een zekere sociale dynamiek zorgt) genoeg is om conclusies te trekken om per platform te concluderen welk soort gedrag ieder platform uitlokt. Een doodsbedreiging via DM is niet veel minder strafbaar of problematisch, en het feit dat dezelfde mensen zich op Facebook of Instagram openlijk anders uiten betekent niet dat mensen zich daar in het algemeen dus inherent anders gedragen.
Daarnaast is, juist door de openbaarheid van X, ook een visibility bias aanwezig. X is grotendeels openbaar en gebaseerd op tekst, wat scrapen, zoeken op sleutelwoorden en netwerkobservaties makkelijker maakt dan bijvoorbeeld bij (gesloten) Facebookgroepen, in Insta-stories, in privé-kanalen op WhatsApp (allemaal van Meta) of binnen andere (gesloten) gemeenschappen.
Ook is het sample dat ze kiezen erop gericht iets te vinden: ze nemen een politieke piekperiode om politieke accounts te bekijken, met reacties op politici. Precies het soort conflictgedrag waar X voor ontworpen is. De vraag is wat je dan ziet: hoe politiek geactiveerde X-gebruikers zich rond de verkiezingen gedragen of hoe Nederlandse kiezers zich in bredere zin online (waaronder op X) gedragen?
Zeker, mensen gedragen zich deels verschillend op platforms omdat de platforms functioneel van elkaar verschillen. Op LinkedIn zie je het professionele masker (hoezo werkloos, ik ben gewoon op zoek naar een nieuwe uitdaging!), op Instagram het sociale masker via beeld (‘Mijn beauty geheim is Korean Skin Care en heel veel water drinken’ - tuit de lippen omdat de rest van het botoxhoofd niet meer kan bewegen) en op X en BlueSky zie je een ideologische kijk-mij-eens-deugen-show waar iedereen de hele dag druk bezig is om te laten zien hoe ze aan de goede kant van de rechtse of linkse geschiedenis staan.
Dus als de journalisten een eerlijke vergelijking hadden willen maken, hadden ze platforms met een vergelijkbare gedragsactivatie moeten vergelijken. Ik vraag mij namelijk af of de conclusies net zo hard waren geweest wanneer ze de BlueSky-kwalificaties over rechtse politici van de inclusieve, verbindende en immer zachtaardige Volkskrant-columnist Sander S. hadden meegenomen. Of, meer in bredere zin, de manier waarop BlueSky-gebruikers de neiging hebben om alles dat één standaarddeviatie is verwijderd van D66 al te kwalificeren als fascisme.
Zie ter illustratie hieronder live dronebeelden van BlueSky:
De terechte Nieuwsuur-insubordinatie
De Volkskrant is niet het eerste medium dat met veel bombarie van X afgaat. Ik hou van de man, maar zal nooit vergeten hoe Eric Smit live in een Nieuwsuur-item zijn X-account verwijderde, om vervolgens net zo hard op LinkedIn en BlueSky in exáct dezelfde Sillicon Valley slot machine van dopamine-ontregeling te tuimelen.
Goed voorbeeld doet goed volgen, want nadat de NOS vorig jaar besloot het medium te verlaten, vond de redactie van Nieuwsuur dat hun programma niet achter kon blijven. Heel de redactie? Nee, een klein Gallisch dorp (bewoond door ene Jeroen Wollix en Milena Holderix - echte namen bekend bij de redactie, red.) bood moedig weerstand en besloot een Nieuwsuur-bot account te openen op X, waarop de reportages dagelijks werden doorgezet.
Ze moesten deze handmatig knippen en uploaden, dus ik vermoed dat de hoofdredactie gewoon hoopte dat het dynamische duo de nachtelijke, onbetaalde publieke dienstverlening op een gegeven moment vanzelf zat zou worden - en pas besloot op te treden toen Wollix & Holderix maandenlang stug door bleven gaan met de Nieuwsuurbot.
Eindresultaat: alleen Arjan Noorlander plaatst zijn eigen items nog door, maar dat dient meer zijn eigen ijdelheid dan Den Publiecke Taeck. Terwijl die publieke taak toch duidelijk is vastgelegd in de Mediawet. Het niet doorplaatsen van content op een platform met een semi-publieke functie is in strijd met de Mediawet die letterlijk voorschrijft dat het ‘via alle beschikbare aanbodkanalen’ moet worden verspreid.
Ironisch genoeg was het opzetten van de Nieuwsuur-bot juist een versterking van diezelfde Mediawet (zie artikel c; innovatie) waardoor we dankzij de hoofdredactie van Nieuwsuur in de bizarre situatie zitten dat journalisten die zich keurig aan de Mediawet willen houden, kennelijk de grootste rebellen zijn op dat Mediapark:
Het naleven van deze wet zou zwaarder moeten wegen dan het feit dat je de eigenaar (de libertarische techbro Elon Musk) een lul-met-vingers vindt (niet de meest risicovolle edgy take, maar dat terzijde). Want eerlijk gezegd geloof ik het argument niet dat media van X afgaan omdat het ‘giftig’ is en ‘voor polarisatie’ zorgt.
Het is een gelegenheidsargument en een heel slechte bovendien.
Als het je namelijk écht te doen is om het niet langer faciliteren van polarisatie of het platformen van comments die virulent racistisch zijn (en misschien zelfs strafbaar), dan zou je ook mogen verwachten dat NOS op 3 en NOS Stories wat strenger modereren op alle antisemitische drek die je in de comments vindt onder vrijwel ieder item over de oorlog in Gaza op platforms zoals Instagram (u weet wel, dat social medium-platform waar volgens de Volkskrant mensen gezellig plaatjes over hun BBQ plaatsen).
De NOS zet zelfs bij berichten over aanslagen op Joodse scholen de reacties uit en dat is vast niet omdat op de platforms waar ze zulk nieuws posten (X kan het niet zijn, want daar zitten ze niet meer), zulke hartverwarmende en steun betuigende reacties binnen komen. Overigens is het uitzetten van de reacties een prima oplossing: RTL Nieuws zit vooralsnog op X en doet het daar ook. Zo leveren ze wel het nieuws maar niet de mogelijkheid om in de comments los te gaan (dat mogen mensen dan lekker op eigen titel doen via een quote-tweet).
Social media zijn gif. ALLE social media
Als het écht te doen is om het niet langer polarisatie te faciliteren, dan moet je een grote jongen/meisje/media-organisatie zijn en helemaal van social media afgaan. X verschilt in haar onderliggende structuur namelijk minder van Insta, TikTok, Facebook of LinkedIn dan gebruikers zichzelf wijsmaken.
Allemaal werken ze met een variabele beloning (via likes, notificaties, mentions, reposten) in een onvoorspelbare feedback. Dit zorgt voor het effect van een fruitautomaat: de gebruiker weet nooit wanneer een post ‘scoort’ waardoor je compulsief gaat checken (tot het punt waarop je zelfs je telefoon onbewust gaat oppakken). Allemaal verkopen ze menselijke aandacht als product (jóuw aandacht) en draaien ze op advertentie-inkomsten, gedragsdata en engagement.
Deze platforms werken daarom het beste op precies datgene dat het slechtste in de mens naar boven haalt (conflict, overidentificatie, emotionele intensiteit, sociale vergelijking, het najagen van nieuwigheid, noem maar op). Allemaal maken ze gebruik van algoritmische versterkers die voorspellen waar je op klikt, wat reacties oproept en wat je sessieduur verlengt. Alle sociale media zorgen voor ‘kijk mij eens XYZ wezen!’-gedrag terwijl ze polarisatie, emotionele escalatie en tribalisme versterken.
Daarmee eroderen of ondermijnen alle sociale media de randvoorwaarden die nodig zijn voor een gezond maatschappelijk debat. Net zoals je geen serieus gesprek over alcoholisme kunt voeren door alleen boos te worden op de bierfabrikanten (maar de wijnboeren en de whiskymakers over het hoofd ziet), kun je ook geen serieus gesprek aanjagen over de effecten van social media op de democratie en het publieke debat, zonder daarin eerlijk te erkennen dat alle social media gif zijn - niet alleen X.
Dat komt deels omdat diezelfde media(-makers) net zo verslaafd zijn aan socials als hun barbecuende buurman. De Volkskrant zet net zo goed volop in op de aandachtseconomie en probeert lezers aan het eigen platform te verbinden: ze maakten zelf nieuws van het eigen nieuws, interviewden vervolgens D66’er Alexandra van Huffelen (die zo’n hekel heeft aan polarisatie dat ze op de Radboud Universiteit dermate voortvarend optrad tegen antisemitisme op de campus dat het kabinet moest ingrijpen om de komst van activist Mohammed Khatib via de organisatie Samidoun, in veel landen bestempeld als terreurorganisatie, te blokkeren…) waarna topambtenaren vervolgens een memo opstellen dat ook de Rijksoverheid van X af zou moeten (uiteraard allemaal terug te lezen in, jawel, De Volkskrant).
En dit wordt allemaal opgevolgd door een D66 Europarlementariër die in actie komt om X verder aan banden te leggen, of althans: die de de Commissie oproept tot “do your duty”.
Media jagen op andere kant van eigen medaille
Juist omdat de aanklacht is gericht tegen een hele specifieke versie van het gif (namelijk die aan de andere kant van de polarisatiekloof) herken je de verslaving van de media die nu de grote morele broek aantrekken. Ze zijn niet eens meer in staat te duiden wat ze zien omdat ze te druk bezig zijn met op te treden tegen hetgeen ze niet meer willen zien: de andere kant van dezelfde medaille.
Het zijn niet zozeer de argumenten tegen sociale media op zichzelf die hen verraadt (veel effecten zijn onderzocht en aangetoond) maar de volstrekte ideologische willekeur waarmee en op welke platforms deze wordt toegepast. Resultaat: ze versterken juist de polarisatie die ze zeggen te willen bestrijden, omdat ze niet consequent willen (en ik vrees: niet langer kunnen) zijn.
Zo schreef een lezer genaamd ‘Marloes’ (aanhalingstekens want sja, je weet maar nooit tegenwoordig) in een door de Volkskrant gepubliceerde brief:
“Het gaat er niet om of een individuele politicus kan omgaan met online haat. Wat we nodig hebben, is leiderschap – politici die opkomen voor alle politici. Daar hoort het besluit bij dat X hen als beroepsgroep niet dient. Want een platform waar slechts een beperkt gedeelte van de gebruikers zich veilig kan uitspreken, is een ramp voor de democratie.”
Je kunt precies hetzelfde argument maken over BlueSky en ik heb altijd geleerd: als je iets kunt inzetten als argument voor én tegen hetzelfde, dan is het voor beiden geen argument (een non-argument dus). Dit nog los van de curieuze stelling dat een politicus alleen gebruik moet maken van de platforms die hem of haar dienen. Was niet juist de (terechte) kritiek op Geert Wilders dat hij de pers niet te woord staat, alleen als hij iets kan vertellen over Snoetje en Pluisje? Het is precies deze volstrekte willekeur in het gebruik van (non-)argumenten die het maatschappelijk debat vergiftigen.
Het probleem is dat media voor hun overleving keihard afhankelijk zijn van sociale media en het onderliggende aandachtsmodel. Zelfs zo, dat ze het zichzelf financieel niet kunnen veroorloven om er neutraal-kritisch tegenover te staan. Eerder deze week publiceerde Follow the Money (terecht) over de Heineken-schnabbel van Thomas Erdbrink maar we mogen ons ook afvragen in hoeverre media in staat zijn om op normale wijze te engageren met een fenomeen (social media) terwijl ze zelf keihard renderen op de negatieve bij-effecten ervan die iedereen in de samenleving raakt.
Niet in de laatste plaats de uitgever van De Volkskrant (mediaconcern DPG Media). Dit Vlaamse miljardenbedrijf is nota bene bezig om in een eigen aandachtseconomie te intensiveren met data-analyses, branded content en het platformiseren van media.
Iedereen plugged into the Matrix
Niet alleen mediabedrijven doen het, ook journalisten op individueel niveau: kijk maar eens op LinkedIn hoe journalisten elk artikel voorzien van een Oscar acceptance speech waarin ze de hoofdredactie mentionen, en de figuranten in hun repo of onderzoek, alvorens te benoemen hoe ‘dankbaar’ ze zijn dat ze hun verhaal dankzij en met deze mensen ‘mochten’ maken. Bij dit soort posts hoor ik in mijn achterhoofd de verborgen flessen in de sokkenla van de alcoholist rinkelen. ‘Nee nee, ik heb het gebruik onder controle. Heb het nodig voor mijn werk. Gebruik het alleen daarvoor. Echt!’
Media die daarom van leer trekken tegen alleen maar X (dat éne platform waar ze eerst net zelf van zijn vertrokken, how convenient) zijn toch een beetje de heroïnejunk - al kloppend op zijn onderarm om een bruikbare ader te vinden - die tegen de cokejunk schreeuwt dat ‘ie met zijn gesnuif écht een probleem heeft.
De arrogante illusie dat jij de verslaving tenminste onder controle hebt, heus wel weet wat je doet, jezelf te intelligent acht om je dopamine-huishouding te laten kapen terwijl je wijst naar hoe erg de ander is: dit is meestal het punt waarop ze in de verslavingszorg een interventie doen.
Misschien moeten ze op de Volkskrant-redactie, bij de Voorlichtingsraad in Den Haag én op het volgende D66-congres eerst maar eens - onder het genot van een plastic bekertje koude filterkoffie in de kelder van het dichtstbijzijnde buurthuis - beginnen met een kringgesprekje voordat ze andere ‘gebruikers’ de maat nemen. Zoals een wijze Texaanse TV-psychiater ooit zei: ‘You can’t change what you don’t acknowledge’.
Steun mijn werk, wordt onderdeel van weer een NIEUW sociaal netwerk en schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap!
Uiteraard is een losse bijdrage ook mogelijk!








Mooi, helder, krachtig stuk. Eigenlijk heel basic: let niet op de splinter in andermans oog, terwijl je tegelijkertijd de balk in je eigen oog mist. Pas maar op dat ze Substack ontdekken!