Stop eens met doomduiden
De wereld is kut, maar niet zo kut
Of je nou Autocracy Inc. van Anne Applebaum of The Road to Unfreedom van Timothy Snyder openslaat, de conclusie is weinig opbeurend. De liberale wereldorde lijkt op zijn einde en staat op het punt vervangen te worden voor naargeestige autocraten binnen een wereldwijde anarchie.
Aan de onderbouwing ligt het op het eerste gezicht niet. Het is een feit dat multinationals (of dat nou via grondstoffen, wapens of surveillance tech gaat) worden geoperationaliseerd door autocratische regimes. Banken omzeilen sancties. Techbedrijven bouwen censuur- en trackingtools die dankbaar worden omarmd door Beijing en Riyad. Deze verwevenheid zorgt voor een uitdaging binnen een internationaal systeem wat voornamelijk is georganiseerd rondom natiestaten.
Toch kunnen exact dezelfde observaties net zo goed worden gebruikt om een heel ander scenario te onderbouwen.
Er zijn net zoveel aanwijzingen dat economische verwevenheid temperend werkt, als dat ze deze versterken. Diezelfde multinationals zijn tenslotte afhankelijk van onze westerse kapitaalmarkten en regimes hebben daardoor iets te verliezen (zoals mooie jachten in Europese havens). De massale exodus van bedrijven in Rusland na 2022 kun je opvoeren als bewijs voor die temperende werking, net zoals je de bedrijven die in Rusland na 2022 (al dan niet stiekem) bleven kunt opvoeren als bewijs voor het tegenovergestelde.
Tegelijkertijd zijn multinationals niet per se ideologische bondgenoten van regimes. In Myanmar (2017) concludeerde de Verenigde Naties dat Meta (Facebook) een ‘beslissende rol’ speelde in de Rohingya crisis. Het aanbevelingsalgortime versterkte namelijk haatzaaiende berichten van het leger en nationalistische groepen. Terwijl enkele jaren later in Hongkong (2020) datzelfde Facebook juist alle dataverzoeken weigerde van de Hongkongse overheid na het invoeren van de nationale veiligheidswet en het bedrijf zich beroept op mensenrechten. Waar veel doomduiders ‘autocratie’ als verklarende variabel gebruiken gaat het mogelijk om iets veel banalers: ordinaire winstmaximalisatie zonder regimevoorkeur.
Tot slot is het nog maar de vraag of de Westerse landen daadwerkelijk kunnen worden omschreven als een moreel blok. De Europese Unie is immers ook geboren uit de wens om Duitse herbewapening te voorkomen, daarnaast is samenwerking tussen Rusland, China en Iran ook eerder transactioneel dan ideëel te noemen. Het is opvallend wanneer de verwevenheid tussen tech-bedrijven en democratieën worden uitgelegd als multipolariteit, en eenzelfde verwevenheid met autocratische regimes als ideologische solidariteit met onderdrukkende regimes.
Al deze alternatieve verklaringen bij dezelfde observaties zijn overigens ook geen eindantwoord: het zijn slechts voorbeelden van hoe je er ook naar kunt kijken. Juist omdat er verschillende verklaringen zijn, moeten we oppassen ze als bewijslast op te voeren. Logica dicteert immers dat als je een ontwikkeling op twee totaal verschillende manieren kunt uitleggen, die ontwikkeling geen bewijs vormt voor het een noch het ander. Het klinkt misschien spannender (einde van de liberale wereldorde, oeeeh!), maar het maakt de inhoudelijke discussie verrekte saai (om de doodeenvoudige reden dat die niet wordt gevoerd).
Als iedereen gaat hangen in de meest spannend klinkende verklaring - waar politici dankbaar gebruik van maken omdat velen niet het talent hebben om voor hogere defensie-uitgaven te pleiten zonder daar meteen een Grote Boze Rode Beer tegenover te moeten plaatsen - ontnemen we onszelf het zicht op nuance.
En laat de strategische duivel nou juist vaak in die kleine gekrochten van de meest banale details zitten.
Dit artikel verscheen vorige week als column voor Atlantisch Perspectief


