In een democratie is transparantie geen gunst
Politieke Praatjes versus Beleidsdaadjes
Bij mijn laatste onderzoek naar de besteding van een miljard euro publiek geld in het NAVO Innovatiefonds zat ik zeven maanden lang in een Droste-effect van ministeriële en bedrijfsmatige wederhoor-computers die ‘no’ zeiden. Waarom het breekijzer van de Woo niet vervangen mag worden voor een twijgje.
Het werk van een journalist doet soms een beetje denken aan de tekenfilm uit 1976 van Asterix en Obelix. De guitige Galliërs krijgen van de Romeinse keizer Julius Caesar de opdracht om het formulier vrijgeleide A-38 te halen uit ‘Het Huis Waar Je Gek Wordt’.
Dat huis is een overheidsgebouw. Met loketten. Heel veel loketten. De plattegrond vindt u op de zesde verdieping. De dienstdoende en oostindisch dove ambtenaar verwijst naar de tweede deur rechts, wat bij aankomst een vlakke muur blijkt te zijn. Naast loket een zit loket acht.
Asterix besluit de ambtenaren met hun eigen wapens te verslaan: ‘Ik wil graag het vrijgeleide A-39 zoals bepaald in het nieuwe circulaire B-56’. De ambtenaren gaan op zoek naar een niet-bestaand formulier en raken al snel verstrikt in hun eigen bureaucratie. De twee Galliërs hebben de Herculeaanse proef doorstaan, door Het Huis Waar Je Gek Wordt, zélf gek te maken.
Spiegeleitjes versus bestuursfuncties
De afgelopen tijd heb ik voor Follow the Money onderzoek gedaan naar het NAVO Innovatiefonds (NIF). Een privaat fonds waar 24 NAVO-lidstaten samen een miljard euro in hebben gestort om daarmee investeringen in defensietechnologie te doen.
Om erachter te komen hoe het fonds in elkaar steekt begon ik bij de website zelf. Een flashy gebeuren met titels zoals ‘Chief Adaption Officer’, ‘Platform and Event Manager’ tot een rits ‘Partners’ aan toe. Een goede vriend omschrijft dit soort ronkende corporate titels altijd als volgt: ‘Je moet mensen vaak een stationspetje, een fluitje en een spiegelei geven zodat ze naar buiten toe kunnen doen alsof ze heel veel te vertellen hebben’, om daar steevast aan toe te voegen dat de inschrijvingen in handelsregisters pas écht laten zien wie verantwoordelijk is voor wat.
Het NIF zit in Luxemburg, Nederland en Groot Brittannië dus in de handelsregisters kijken, uitprinten en gaan zitten met pen en papier. Dezelfde mensen blijken in drie verschillende landen in alle besturen te zitten maar met verschillende rollen. Het geld zit in Luxemburg. Werknemers met contracten in Nederland. Kantoren zouden in Amsterdam, Londen en Warschau zitten. Hoe lopen de geldstromen?
Afgelopen mei stelde ik aan NIF de eerste vragen hierover: welke entiteiten zijn waar precies geregistreerd? Wie is waar verantwoordelijk voor binnen de internationale structuur? Hoe gaan de bestuursleden met hun dubbelrollen om? Wat je krijgt zijn vervolgens lappen tekst met corporate speak over aligning with best practices, het hebben van robust compliance regels (zonder te vertellen wat die inhouden) maar vooral veel gestrooi met spiegeleitjes en stationspetjes. Er is bijvoorbeeld een Investment comité en een Vergoedingscomite voor de salarissen maar wie daar inzitten en of dat ook dubbelpettige bestuursleden zijn wordt niet verteld.
De Nederlandse overheid is niet veel beter.
Want hoewel die jaarlijks 55 miljoen euro in het fonds stort, verwijzen ministeries bij vragen vooral naar elkaar. Het Ministerie van Financiën was in de beginfase wel betrokken maar het ligt nu vooral bij Economische zaken. Nee, mevrouw, het NAVO fonds is vooral een Defensieding en waarom die 55 miljoen euro nergens in de begroting staat kan de Algemene Rekenkamer ook niet zeggen. Misschien de NAVO Rekenkamer (die vervolgens niet reageert)?
En als je dan eindelijk bij het juiste loket staat, moet je eerst uitleggen waarom jouw vraag onder hun ministeriële verantwoordelijkheid valt.
Na maanden puzzelen door bedrijfsregisters, bellen met experts, scharrelen in openbare data, Kamerstukken en rechtbankuitspraken blijkt het NAVO Innovatiefonds een governance-nachtmerrie. Prins Constantijn werd in juli stilletjes benoemd als fondsbestuurder, terwijl hij al toezichthouder was - volgens Algemene Zaken zelf twee functies die ‘belangenverstrengeling’ opleveren en daarom wekenlang ontkende dat de Prins met zijn inschrijving als fondsbestuurder ook de juridische plichten en dagelijkse taken die daarbij hoorde kreeg. Nee hoor, zei Dick Schoof vorige week nog tegen de Tweede Kamer: ook al heeft Prins Constantijn een nieuwe functie als fondsbestuurder naast die van toezichthouder, zijn functie is ‘de facto ongewijzigd’. Alsof iemand tegen de achtergrond van een foto met groen gras beweerd dat het toch echt wel paars is wat we hier zien.
Alle andere toezichthouders hebben overigens precies dezelfde dubbelfunctie als Prins Constantijn. Alle toezichthouders zijn ook fondsbestuurder. Pas na 1,5 week doorzeuren kwam Algemene Zaken met de verklaring dat de Prins de kamer verlaat bij besluiten over investeringen (wat overigens niet het probleem van toezicht op jezelf houden oplost: als fondsbestuurder maak je veel meer beslissingen waar vervolgens toezicht op wordt gehouden), en hoewel dit klinkt als goed bestuur - is de consequentie dat als iedereen zich aan de bestuursstandaard van Algemene Zaken zou houden, het fonds de facto onbestuurbaar zou worden. Alle fondsbestuurders hebben namelijk deze (woorden van AZ, niet de mijne) ‘belangenverstrengeling’, dus zouden ze allemaal de kamer uit moeten bij fondsbeslissingen omdat ze allemaal toezicht op zichzelf houden.
Ondertussen gingen er miljoenen naar luxe kantoren in Amsterdam en Londen, werd er €562.500 aan bonussen uitgekeerd zonder prestatiecriteria, vindt de economische activiteit plaats in Londen, maar de blijken de werknemers contracten weer via Nederland te lopen. Een miljard euro publiek geld in een constructie waarvan de logica experts ontgaat maar de verantwoordelijken ook niets concreets willen toelichten.
Aan Algemene Zaken vroeg ik simpelweg of de regering zich aan haar eigen procedures heeft gehouden: is er goedkeuring gegeven voor Prins Constantijn’s tweede functie? Waarom staat die niet op de website van het Koninklijk Huis, zoals hun eigen regels voorschrijven? Hoe verhoudt een dubbelfunctie van een lid van het Koninklijk Huis bij een fonds met governance problemen, gebrek aan transparantie over besteding publiek geld en dubbele petten tot procedures die ze in hun eigen Kamerbrief hebben opgetekend? Antwoord: ‘We gaan niet in op contacten tussen het Koninklijk Huis en bewindspersonen’ en ‘u moet bij het NIF zijn’.
En dus ben ik al weken aan het uitleggen dat mijn vragen niet gaan over contacten met de Prins of de interne organisatie van het fonds, maar over de toepassing van hun eigen publieke regels. Computer says no: ze verwijzen door naar het NIF, dat sinds kort weigert nog langer concrete vragen te beantwoorden omdat we als FTM hebben opgeschreven dat wanneer een voltallig fondsbestuur ook toezichthouder is (they are literally the same people) de bestuurders toezicht houden op zichzelf.
Wie-wah-woo-de-lie-woooo
Meerdere experts die ik raadpleegde - en dus bij elk nieuw puzzelstukje (‘ze zeggen nu weer dit’) moest terugbellen - waren verbaasd: waarom gaat er niet gewoon iemand even goed naast je zitten en meelopen door de hele structuur om hun logica daarbij uit te leggen? Dit gaat toch over publiek geld en een journalist die daar naar vraagt is toch in het openbaar belang? Waarom staan die miljoenen niet gewoon in de begroting?
Dit soort logische vragen gelden niet in Het Huis Waar Je Gek Wordt, omdat deze logica veronderstelt dat woordvoerders hun antwoorden geven op basis van de vragen die je stelt, in plaats van antwoorden geven langs de meetlat van verantwoordelijke bewindspersonen uit de wind te houden. Want vaak moet ik weken op antwoord wachten, een reminder sturen en krijg ik pas reactie als ik ze eraan herinner dat het artikel dan-en-dan gepubliceerd gaat worden.
Daarom is mijn regel altijd: zorg dat je je eigen shit zoveel mogelijk op orde hebt. Dus trek zoveel mogelijk leeg wat openbaar beschikbaar is, bel zoveel mogelijk experts, kijk waar behulpzame woordvoerders (want die zijn er ook heus wel) bereid zijn om achtergrondgesprekken te voeren zodat je een goed beeld krijgt, bedenk zoveel mogelijk alternatieve verklaringen (zodat je geen cliffhanger hypothese hebt die met een goed tegenargument in elkaar dondert) en timmer alles dicht. Want zodra het politiek spannend wordt, gaan de luiken dicht.
Want woordvoering is strategisch ontworpen om bij politieke spanning informatie te verhullen, niet om die te delen. ‘We gaan niet in op contacten tussen het Koninklijk Huis en bewindspersonen’ klinkt redelijk tot je beseft dat mijn vraag helemaal niet over contacten ging, maar over openbare procedures. ‘De functie is de facto ongewijzigd’ klinkt geloofwaardig tot je de handelsregisters erbij pakt.
Zonder die publieke instrumenten zou ik opgescheept zitten met spiegeleitjes, corporate speak over best practices en ministeriële doorverwijzingen. Dan zou het verhaal zijn: ‘Het ministerie zegt dat alles goed geregeld is, het NIF zegt dat ze voldoen aan alle regels, en Prins Constantijn doet niks verkeerd.’ Punt, uit, geen verhaal.
Maar dankzij die rechterlijke uitspraak weet ik dat er een half miljoen aan bonussen werd uitgekeerd zonder dat iemand wist op basis waarvan. Dankzij Kamerverslagen kan ik de premier aanspreken op zijn eigen woorden. Dankzij bedrijfsregisters zie ik dat alle toezichthouders ook bestuurder zijn.
Dat is het verschil tussen journalistiek en stenografie: je kunt opschrijven wat mensen zéggen of je uitzoeken wat er écht gebeurt. Politieke praatjes naast beleidsdaadjes leggen, meer behelst mijn werk eigenlijk niet. Maar om dat werk te kunnen doen heb ik een openbaar archief nodig, een politieke bibliotheek, een rechtstatelijke wiki.
En de Wet Openbare Overheid (Woo): dat is mijn democratische breekijzer. Als ministeries weigeren te antwoorden kan ik met de Woo alsnog exact dezelfde informatie afdwingen. Het NIF kan zich verschuilen achter ‘private entiteit’ en weigeren vragen te beantwoorden. Maar zodra de overheid beslissingen neemt over dat fonds - goedkeuring nevenfuncties, budgetten, toezicht - valt dat onder democratische controle. Deze instrumenten zorgen ervoor dat er altijd een publieke kant blijft waar je grip op kunt krijgen, ook als de private kant óf woordvoering de deuren dichtgooit (en dat ze dat doen weten we ironisch genoeg ook dankzij de woo, zie screenshots)

En precies dit laatste breekijzer willen de formerende partijen (looking at you, CDA) afpakken en vervangen voor een twijgje. Het druist volledig tegen mijn natuur in om boze brieven te ondertekenen, helemaal als journalist. Je streeft naar objectiviteit en neutraliteit dus moet je ook wars van activisme zijn, en al helemaal niet de politiek die je controleert vertellen wat ze moeten doen en laten.
Toch zag ik mij genoodzaakt een uitzondering te maken vandaag in de T. met 75 andere collega’s: het gaat hier om het veranderen van de democratische spelregels die het werk onmogelijk zouden maken. Een totale overgave aan de blauwe ogen van politieke praatjesmakers zonder de feitelijke daadjes na te kunnen nalopen (in mijn werk is vertrouwen goed, controle beter).
Als de formerende partijen hun zin krijgen, en het archief op slot gooien, vrees ik dat er veel meer dan een miljard euro aan publiek geld in stilte verdwijnt.
Deze artikelen zijn gratis te lezen, maar niet gratis te maken.
(laat staan woo-verzoeken doen als freelancer)
Steun mijn werk en schrijf je in, deel het artikel of overweeg een betaald lidmaatschap. Een eenmalige donatie is uiteraard ook welkom!







Bovendien een prachtig pleidooi voor wie nog geen abonnement heeft dit snel te nemen en wie al een abonnement heeft dit te verlengen.
Top stuk, dank u.
Ik ben er helemaal niet gerust op dat ze met hun tengels van de Woo zullen afblijven. Schuilt voor hen te veel gevaar in.