In een D66-diversiteitsverhaal kun je niet wonen
Well, well, well... đ
D66 profileert zich als de partij van goed bestuur, deskundigheid met âde juiste mensen op de juiste plekâ. Premier Rob Jetten won de verkiezingen met de belofte dat het populistische speelkwartiertje voorbij is en de Grote Mensen weer aan de knoppen komen. Alleen leveren ze een minister die in haar eerste debat niets zegt omdat ze anders âniet weet wat ik zeg.â
In 2018 schreef ik voor Follow the Money over de bliksemcarriĂšre van luitenant-generaal Eleanor Boekholt-OâSullivan bij Defensie. De conclusie was ongemakkelijk: de loftuitingen over haar als âstoer sociaal talentâ dienden vooral om te verbloemen dat ze militair weinig op haar conto had staan. Haar installatie als commandant van Vliegbasis Eindhoven viel samen met een actieve wervingscampagne van Defensie voor meer vrouwen aan de top, en haar mentor en Luchtmacht-commandant Sander Schnitger erkende dat zelf ook: ze was weinig ervaren, maar âin een vliegtuig word je niet per definitie een goede managerâ.
Tegenwoordig zit Boekholt-OâSullivan in het kabinet Jetten als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en beleefde gisteren haar vuurdoop voor de Tweede Kamer. Volgens de T. maakte zij het âdusdanig bont dat de grens van het begrip bij Kamerleden bereikt werdâ. Zo tekende de krant op dat
de door D66 tot woonminister gebombardeerde luitenant-generaal Eleanor Boekholt-OâSullivan moest in haar eerste debat wel heel erg leunen op haar ondersteuning, al mocht dat niet altijd baten. âIk kan nu wel gaan voorlezen wat er staatâ, vertelde ze de Kamer toen haar een briefje voor werd geschoven, âmaar dan weet ik niet wat ik zegâ.
Een van de ambtenaren opperde het zelfs even over te nemen van een haperende Boekholt-OâSullivan. âIk wil hem ook wel even doenâ, fluisterde ze in het oor van haar minister. Hoogst ongebruikelijk, maar het mocht nog van de minister en de Kamer. Helaas voor de D66âer was de kous voor de vragensteller daarmee niet af en kwam er nog een vervolgvraag. Dus moest ze zelf weer aan de bak, maar het bleek onverrichter zake: âDaar kan ik geen antwoord op geven, dat weet ik niet.â
Boek(holt) met een open eeeeeinde
Boekholt-OâSullivan laat bij vertrek steevast een mooi verhaal met open einde achter. Bij Vliegbasis Eindhoven waren dat drie hoofdpijn-dossiers omtrent veiligheid, klokkenluiders en gevaarlijke stoffen. Ook werd bij haar als commandant melding gedaan van medewerkers die een militair vliegtuig gebruikten om een lang weekend in het vakantiehuisje van een collega in ItaliĂ« door te brengen. Brandstofkosten: tussen de âŹ100.000 en âŹ140.000. De vlucht werd achteraf als trainingsvlucht bestempeld met medeweten en deelname van leidinggevenden. Haar oordeel: geen vermoeden van een misstand, al werden er wel maatregelen getroffen. Voortaan moet het doel van trainingsvluchten worden genoteerd en kwam er een âcultuurprogrammaâ (een definitie van wat dit precies is, hoe dat eruit ziet en hoe je daar het succes van meet ontbreekt in het misstandsonderzoek uit 2020 van het Huis van de Klokkenluiders).
Het meest recente project van Boekholt-OâSullivan, Defport, wordt ook achter gelaten met de nodige losse eindjes, gebrek aan tastbaar resultaat en heel veel vragen. Defport werd vorig jaar opgericht vanuit het ministerie en moest een âunieke samenwerkingâ tussen Defensie, de industrie, kennisinstituten (zoals TNO) en Economische Zaken worden om innovatie te stimuleren en de productie van militair materieel opvoeren. Grappig hoe de overheid letterlijk elke publiek-private samenwerking met exĂĄct steeds dezelfde voorspelbare rits spelers steevast omdoopt tot een âunieke samenwerkingâ, maar dat terzijde.
Ondanks haar relatief korte bestaan is Defport inmiddels meerdere projectleiders verder en na anderhalf jaar moest voormalig minister Eric Wiebes van McKinsey worden ingevlogen om een advies op te stellen naar hoe dat hele Defport eigenlijk zou moeten worden ingericht. Conclusie (ingezien door DieuwsNieuws): âde voortgang is naar ons oordeel teleurstellendâ en Wiebes stelde âsterker gearticuleerde, meetbare mijlpalenâ en een âconcrete werkwijzeâ voor.
Volgens betrokkenen is dit deels te verklaren door hoe Defensie zelf is ingericht: âeen soort Belastingdienst met een groen pakjeâ daar er meer mensen elkaar op dagelijkse basis bezig houden met ambtelijke projecten dan het organiseren, uitbreiden en onderhouden van fysieke gevechtskracht. Resultaat: mensen (waaronder ook Boekholt-OâSullivan) durven geen keuzes en geen fouten te maken. Als ze deze instelling meeneemt naar het Ministerie van Volkshuisvesting dan zal ze nog een hele kluif hebben aan het op één lijn krijgen van corporaties, huurders, huiseigenaren en bonden.

Boekholt zoekt desalniettemin graag de pers op om te vertellen wat er wél goed gaat: ook als er half werk is geleverd. Want zelfs waar ze verbetering in fysieke gevechtskracht beloofde, ontbrak het aan tastbare resultaten. In het Algemeen Dagblad en De T. (beetje de go-to-kanalen voor kritiekloze Defensie-PR) en NRC en Parool (idem maar dan voor dingesen met een diversiteitshaakje) presenteerde ze vorig jaar september een nieuw scherfvest voor vrouwelijke militairen.
Althans: een tussenoplossing voor het nog niet bestaande vrouwenvest, want het speciale vest wat ze voor ogen had bleek een fataal ontwerpprobleem te hebben. Tegen Het Parool vertelde Boekholt-OâSullivan al in 2024 hoe het prototype met cupmaten was afgevallen bij een schietproef: de kogel ketste af op de ronding en vloog naar boven (lees: zo je strot in). âTerug naar de tekentafel dus,â zei ze toen.
Vijftien maanden later werd een Amerikaans vest van de plank gekocht en gelanceerd in Soesterberg voor het oog van de cameraâs. Het vest dat feestelijk werd uitgereikt aan vrouwen die in januari naar Litouwen zouden vertrekken had (zo was tussen neus en lippen door te lezen) op dat moment nog geen kogelwerende platen. Zonder die platen is een scherfvest geen beschermingsmiddel maar een drager die gruis en splinters tegenhoudt, geen kogels.
De jury die Boekholt-OâSullivan enkele dagen later de Aletta Jacobsprijs toekende roemde op basis van de media-aandacht haar inzet: ze zou volgens het persbericht van de feministische academia door de vrouwelijke (cup)vormen scherfvesten juist veiliger hebben gemaakt. Asjemenou.
En deze week, in haar eerste optreden als minister voor de Tweede Kamer, was het patroon opnieuw herkenbaar: ze beheerst het verhaal in aanloop naar de volgende positie, maar ontbeert de inhoud om deze vervolgens te vervullen.
Feministische mannen
Het gaat hier niet om Boekholt-OâSullivan zelf, maar net zo goed om de mannen (en D66 als partij) die een vrouwelijke kandidaat op het schild hijsen en bereid zijn daarbij klinkklare onzin te verkopen.
Meest recente voorbeeld was de Commandant der Strijdkrachten, Onno Eichelsheim, die tegen NRC zei dat hij in haar een âserieuze kandidaat zag om hem volgend jaar op te volgenâ. Iedereen binnen en buiten Defensie weet dat hij uit zijn nek kletst. Niet alleen heeft Boekholt-OâSullivan het verkeerde kleur pak (de Commandant der Strijdkrachten wisselt namelijk tussen Landmacht, Luchtmacht en Marine dus twee keer achter elkaar een Luchtmacht-opperhoofd is een no-no), maar is het nog maar de vraag of Eichelsheim aanvankelijk bereid was om een stap terug te doen.
Of wat te denken van voormalig Luchtmacht-commandant Sander Schnitger die haar in de Volkskrant naar voren schoof waarbij hij letterlijk haar gebrek aan militaire ervaring als reden opvoerde voor haar geschiktheid. Meest recente: premier Rob Jetten die haar âmilitaire precisie om grote knopen door te hakkenâ aanprees (precies hetgeen waar het juist bij Defport aan ontbrak) en lanceerde als âwoongeneraalâ op een van de meest politiek gevoelige dossiers.
Wat dergelijke âfeministische mannenâ niet lijken te snappen is dat Ă©chte gelijkwaardigheid betekent dat vrouwen ook het recht hebben op eerlijke beoordeling van hun tekortkomingen. En dus niet met valse ridderlijkheid beschermen tegen kritische beoordeling. Wat Schnitger, Eichelsheim en Jetten doen is vrouwen behandelen als symbolen in een verhaal over diversiteit omdat het voor hun eigen carriĂšre en profilering wel lekker uitkomt. Het is niet seksistisch om vrouwelijke bestuurders op hun merites af te rekenen, in tegendeel.
Boekholt-OâSullivan is - verblind door ambitie - in een positie gemanoeuvreerd waarin ze gedoemd is te falen. Hoe hoger je wordt opgehemeld door anderen, des te groter de verwachtingen waar je aan moet voldoen en des te harder de val als het onverhoopt niet goed afloopt.
Binnen D66 is voormalig minister van Defensie, Kajsa Ollongren, mede-architect van deze kaartenhuis-constructie. Meerdere bronnen bevestigen dat zij Boekholt-OâSullivan actief naar de partij heeft gehaald. Als minister van Defensie bedacht Ollongren een prijs, De Francien de Zeeuw-penning, voor militairen die zich inzetten voor âneurodiversiteit, transgender personen of mensen met een bi-culturele achtergrondâ. De minister roemde in haar toespraak Boekholt-OâSullivan als "Topvrouw van het Jaar" en prijst ze haar "verzetsdaad" voor het afdoen van haar stropdas.
Oftewel: Ollongren timmerde vast het podium waar haar eigen kandidaat op kon klimmen want bij de tweede uitreiking, vorig jaar, won Boekholt-OâSullivan deze prijs. Diverse bronnen melden onafhankelijk van elkaar dat, ondanks al het gepredik over inclusiviteit, onder Boekholt-OâSullivan juist een gesloten cultuur werd gecreĂ«erd van vrouwelijke vertrouwelingen waar geen tegenspraak werd geduld. Mensen die niet (genoeg) meebewogen, werden gezien als niet-loyaal en op een zijspoor gezet.
Prijsje voor jezelf
Of het nou bestuurders, hoge militairen of politieke partijen zijn: als je tĂ© verhaalvast wordt, loop je het risico een tribale echoput te creĂ«ren. D66 doet graag alsof zij de volwassenen in de kamer zijn: de partij van kennis, deskundigheid en het algemeen belang. Maar wie goed kijkt ziet een partij die net zo goed opereert vanuit ego (đ©zelfverzonnen prijsđ©) als partijen die ze jarenlang de maat namen.
Neem Sjoerd Sjoerdsma, die als minister van Buitenlandse Handel door China op een sanctielijst staat en daarmee effectief geweerd wordt uit een van de belangrijkste handelsmarkten ter wereld. Als het je echt om de publieke zaak gaat, benoem je iemand die het werk kan doen. Als het je om het verhaal gaat (de moedige dissident, de principiĂ«le D66âer) benoem je Sjoerdsma.
Boekholt-OâSullivan past in datzelfde patroon. Een vrouw met een militaire titel op het zwaarste binnenlandse dossier van het kabinet, gelanceerd door mannen die daarmee hun eigen progressieve geloofsbrief afgeven en door een partij die liever de goede foto maakt dan de goede minister levert.
Niet de Tweede Kamer heeft Boekholt-OâSullivan deze week benadeeld, maar de partij die haar zonder politieke ervaring, zonder dossierkennis, zonder democratisch mandaat (via hoogstpersoonlijk bij elkaar geharkte achterban in zaaltjes) op het zwaarste binnenlandse dossier van het kabinet zette. Wonen is een van de terreinen waarop D66 campagne heeft gevoerd en dus een van de pilaren waarop dit kabinet leunt. Het gaat om honderdduizend woningen per jaar, een wooncrisis die een hele generatie raakt, corporaties, huurders en gemeenten die allemaal iets anders willen. Je zet daar geen buitenstaander neer die vijf nachten nadenkt of ze het ministerschap wil en de laatste nacht piekert over wat ze moet aantrekken.
Haar gehakkel, gestamel en afhankelijkheid van ambtenaren (die zelfs aanboden het woord van haar over te nemen, echt: wie is hier nou de snackbar?) wordt extra pijnlijk in een minderheidskabinet dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van goodwill-politiek en motiemanagement. Een minister die in de Kamer letterlijk zegt 'dat weet ik niet' kan een offerlam worden voor precies de oppositiepartijen die de coalitie probeert te paaien. Henri Bontenbal (CDA) liet immers zijn principiĂ«le bezwaren tegen gratis-biermoties al varen en premier Rob Jetten heeft besloten oppositiepartijen âstrategisch te laten shinenâ. PrincipiĂ«le inhoud wijkt in week 1 al voor het voortbestaan.
Het werkelijke slachtoffer is echter niet Boekholt-OâSullivan (die vind ook hierna wel weer een baan via ABDTopconsult-carroussel), maar de 25-jarige die nog op zolder bij de ouders woont of het bejaarde stel dat vastzit in een eengezinswoning (omdat ze van de opbrengst geen aangepast appartement kunnen betalen).
En de werkelijke vraag is: waarom kiest D66 bewust voor een minister zonder vakinhoudelijke en bestuurlijke ervaring? Is dit the next best thing als je niet wilt toegeven dat je zelf ook geen antwoord hebt op de wooncrisis?
Deze vrouwelijke ondernemer is groot voorstander van een afrekencultuur: schrijf je in, deel het artikel of overweeg een lidmaatschap (zodat je snoeiharde commentaren achter kunt laten onder de epistels).
Uiteraard is een losse afrekening via een donatie ook mogelijk!





D66 blijkt - surfend op de golven van de publieke ,,vibes'' - telkens weer een royaal gedoneerd
reclamebureau, vermomd als politieke partij. Glad, glimlachend, vlotjes met altijd een willig oor voor beter gesitueerden met licht-jeukend geweten.
Drie nagelbijtende ondersteuners eromheen die hun hart vasthouden en gedienstig bijspringen als de minister vastloopt bij het voorlezen en die vervolgens als dank voor hun hulp ook nog eens publiekelijk de schuld krijgen: âik had te veel stemmen om me heen, haha,â terwijl ze niets terug kunnen zeggen. Oei, wat heb ik een hekel aan dit soort bewindspersonen.