Stemmen? Graag! Maar niet binnen de eigen partij
Partijdemocratie is vooral iets waar de ánder zich aan moet houden
De democratie moet beschermd worden, roept men regelmatig. Tegen populisme, extremisme, en partijen die geen leden kennen (lees: de PVV). Toch draait de interne partijdemocratie ook bij ledenpartijen niet bepaald op rolletjes: inspraakprocedures zijn ritueel, lijsttrekkersverkiezingen decoratief.
De VVD hield in 2023 een ledenraadpleging over hun kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Leden hadden inspraak op voorwaarde dat vijftig procent van de stemgerechtigde leden hun stem zou uitbrengen. Deze drempel werd - surprise surprise - niet gehaald en was volgens EW Magazine sowieso ‘nog nooit gehaald’. De lijst bleef ongewijzigd.
Het bestuur beloofde beterschap en de statuten werden gewijzigd: het advies van het bestuur voor de kieslijst telt voor vijftig procent mee en dat van de leden voor de overige vijftig.
Resultaat: VVD-vicefractievoorzitter Bente Becker - die niet bepaald bekendstaat om haar fantastische Kamerwerk maar wel om het hebben van vele vingers in interne VVD-papjes - werd afgelopen week door de leden uit de top vijf geknikkerd en ging van plek 3 naar plaats 6 op de kieslijst voor 29 oktober. Ze was de enige van alle tachtig kandidaten die meer dan één plek zakte.
Post-Rutte een sprankje democratische hoop aan de liberale horizon. Want sinds het historische Cup-a-Soup-manager moddergevecht om het lijsttrekkerschap tussen Mark Rutte en Rita Verdonk (kijk hieronder vooral de epische documentaire terug waarin een campagne-vrachtwagen de druppel bleek #smul) hebben de liberalen de kwestie ‘partijleiderschap’ volledig dicht laten tikken door old boy boardroom-boomers zoals Ben Verwaayen (zonder wiens ring te kussen je nergens komt).
Liever wat minder democratie, dan wat meer gedoe - zo is het idee.
De macht van partijbaronnen
Je kunt er allerlei omfloerste bewoordingen bij verzinnen (een ‘informele partijstructuur’ van ‘partijprominenten’ of ‘strategen’) maar feitelijk komt het erop neer dat het fenomeen partijbaron — ondanks alle mooie praatjes over ledeninspraak en interne democratie — springlevend is.
Overigens is het bij de progressieve liberalen van D66 niet veel beter dan bij de VVD. In augustus 2020 greep het bestuur verschrikt naar de parelkettingen toen - tot ieders complete verrassing - zich ineens een tweede kandidaat naast Sigrid Kaag aandiende: de voor iedereen totaal onbekende Ton Visser.
Binnen de partij was het publiek geheim dat “partijstrateeg” (lees: D66-don) Frans van Drimmelen samen met voormalig partijvoorzitter Ingrid van Engelshoven achter de schermen werkte aan een entree van Sigrid Kaag als opvolger van Alexander Pechtold (een positie die tussen het vertrek van Pechtold en de komst van Kaag tijdelijk werd waargenomen door Rob Jetten). Kaag, toen nog VN-diplomaat in Libanon, werd daarvoor al in 2017 persoonlijk opgezocht door Van Engelshoven om haar te enthousiasmeren voor een rol in de Haagse politiek (volgens voormalig VVD-bestuurder en 50Plus-stormram turned relblogger Geert Dales was dat reisje destijds op kosten van de Haagse belastingbetaler).
Tegenkandidaat Ton Visser wist ook wel dat hij weinig kans maakte maar was openhartig over zijn motieven: ‘Ik weet dat ik niet ga winnen, maar de keuze moet er alsnog zijn’. Zijn deelname was dan ook vooral een pleidooi voor meer interne partijdemocratie. Een terugkerend pleidooi, bovendien: afgelopen maand schreef D66-lid Sina Salim een kritisch opiniestuk voor opiniesite Joop van BNNVARA. De partijtop wilde het stemgewicht van de leden halveren ten gunste van een adviescommissie ‘diversiteit’, Salim hekelt in haar opiniestuk dit ‘randstedelijke zelfbeeld wat al jaren een blinde vlek is van de D66-partijtop’.
De website van journalist Chris Aalberts, de David Attenborough van de Nederlandse politieke jungle*, is een levend testament van hoe slecht het er voor staat met de interne democratie van politieke partijen. Aalberts is de enige journalist die zich (terecht) afvraagt of hoge nieuwe binnenkomers zoals Tijs van den Brink (nummer 11 bij het CDA, nu nog EO-journalist) niet eerst even een paar jaartjes moeten gaan flyeren alvorens de bovenste regionen van een kieslijst te nepotiseren. Op zijn website kunt u verder alles lezen over het vriendennetwerk van DENK, de buitenparlementaire activiteiten van Wybren van Hage en de laatste ontwikkelingen in een stormachtige BIJ1 lijsttrekkers-saga.
Het is allemaal niet fraai, maar het mag. Partijen mogen namelijk zelf weten hoe ze zich intern organiseren. Interne partijdemocratie is dan ook niet (wettelijk) verplicht.
Partij zonder leden vs inspraakloze partijleden
Wordt het dan niet hoog tijd voor een wet die voorwaarden stelt aan hoe partijen zich organiseren? In 2023 laaide deze discussie op in de Tweede Kamer, met name door regeringsdeelname van de PVV. Wat betreft D66-kamerlid Joost Sneller worden partijen met maar één lid (lees: de PVV) verboden.
De timing verried dat deze discussie, aangezwengeld door de initiatiefwet van CDA met steun van D66 en later NSC, op zijn zachtst gezegd politiek reactief was te noemen. Daarnaast is het nog maar de vraag in hoeverre deze ledenpartijen prat kunnen gaan op hun eigen interne democratie. Want behalve kritiek op de PVV hebben zowel CDA als NSC met D66 gemeen dat ze zelf óók niet goed om kunnen gaan met het fenomeen ‘tegenkandidaten’.
Het CDA was in 2020 al niet zo blij met een tweestrijd om het lijsttrekkerschap tussen Pieter Omtzigt en Hugo de Jonge, maar werd onderwerp van nationaal gesprek toen tijdens de digitale CDA-lijsttrekkersverkiezing een klein aantal kiezers - onder wie de vrouw van Pieter Omtzigt - de bevestiging “Bedankt voor uw stem op Hugo de Jonge” te zien kreeg terwijl ze dacht op haar eigen man gestemd te hebben.
Ironisch genoeg bleek vorige maand de door Pieter Omtzigt opgerichte partij, NSC, zelf ook niet om te kunnen gaan met een strijd om het lijsttrekkerschap. Nadat het bestuur Eddie van Hijum had voorgedragen als opvolger van Pieter Omtzigt, stelde kamerlid Diederik Boomsma zich eveneens kandidaat als lijsttrekker. Fluks trok hij zich terug omdat hij ‘niet zonder de steun van het bestuur’ aan de strijd wilde beginnen. Thans is hij te vinden op de kandidatenlijst van JA21.
Naast verkiezingen voor de lijsttrekker zijn kandidatenlijsten een uitstekende manier om te zien hoe de interne hazen lopen. Dat de fusie tussen PvdA-GroenLinks resulteerde in een partijzuivering van traditionele sociaaldemocraten bleek niet alleen uit het veelbesproken congres waar partijprominent Gerdi Verbeet in tranen uitbarstte, het werd definitief bestendigd via de kandidatenlijst.
Ook bij relatief nieuwe partijen zijn kandidatenlijsten een goede lakmoesproef voor interne democratie. Zo besloot een zekere J. Dijkgraaf, BBB-lid uit het Friesche Eesterga, een flitscampagne getiteld #ZetClaudiaop5 te starten om BBB-kamerlid Claudia van Zanten via ledeninspraak naar een hogere plek op de definitieve lijst te stuwen.
Jan Dijkgraaf stuitte vrijwel direct op het fenomeen van de ‘formele democratie’, oftewel: officieel heb je heus wel iets te zeggen maar de praktische uitwerking moet dat vooral zoveel mogelijk voorkomen. Dijkgraaf schreef:
“Als lid Jantje Dijkgraaf uit Eesterga wil dat Claudia van Zanten (nu op 7) met Marieke Wijen-Nass (nu op 5) van plek wisselen, dan moet Jantje Dijkgraaf vandaag, morgen en overmorgen het hele land doorrijden in zijn oranje Lada Niva om 50 ‘natte handtekeningen’ te verzamelen bij BBB-leden, terwijl hij niet aan de neus van mensen kan zien of ze BBB-lid zijn én of ze ook vinden dat Claudia van Zanten een hogere plek verdient.
Godsonmogelijk (hoopt de leiding van BBB), want Jantje Dijkgraaf uit Eesterga is geen uitkeringsgerechtigde die zomaar zijn hele agenda leeg kan gooien om drie dagen door Nederland te gaan tuffen, op jacht naar 50 ‘natte handtekeningen’ van BBB-leden.
Jantje Dijkgraaf is gewoon, net als de boeren, iedere dag vanaf een uurtje of vijf in de ochtend aan het WWWerken voor zijn centen.”
Waar het BBBestuur blijkbaar geen rekening mee had gehouden, is dat procedurele konkelfoezerij voor sommige mensen - zoals partijlid J. Dijkgraaf - vooral werkt als extra aanmoediging. Hij zette een PDF-formulier op zijn website, vroeg leden dat te ondertekenen en per post naar hem op te sturen. Toen de handtekeningen binnen stroomden, begon het BBB-bestuur zich te roeren: er kwam een ‘stemadvies’ vanuit de partij. Terwijl de concept-kandidatenlijst létterlijk een stemadvies van het bestuur is: de knakkers hebben ‘m tenslotte zelf samengesteld.
Ook besloot ‘Kernteam Limburg’ en 'de jongerenafdeling van de BBB’ hun maillijst te gebruiken om een negatief stemadvies voor Van Zanten uit te brengen aan hun achterban. Ondanks een morrend bestuur, omhoog likkende kernteams en een dwarse jongerenafdeling schoof Van Zanten met ruim zestig procent van de stemmen alsnog twee plaatsen omhoog op de kieslijst.
‘Wer Organisation sagt, sagt Oligarchie’
De vraag is dus hoeveel meer partijdemocratie de ledenpartijen verwachten te creëren en wat het een wetsvoorstel voor politieke partijen hier concreet aan toevoegt? Nederland kent immers een traditie van non-interventie bij politieke partijen. Al kwam in 1989 wel een eis voor partijen zich te organiseren als verenigingen en sinds 1999 geldt een ledendrempel (minimaal duizend) om in aanmerking te komen voor partijsubsidie. De PVV - die in de persoon van Geert Wilders officieel maar één lid heeft - komt daarvoor dus niet in aanmerking. Volgens D66 gaat het wetsvoorstel echter niet ver genoeg en zouden partijen zonder leden verboden moeten kunnen worden.
Het hebben van leden garandeert echter geen democratisch gedrag: partijen met leden kunnen net zo goed extremistische doelen nastreven. In Duitsland bijvoorbeeld, waar ledenstructuren verplicht zijn, voldoet een partij zoals Die Rechte aan alle formele democratische eisen (het is bijvoorbeeld een vereniging met statuten en ledeninvloed) maar is toch door de Duitse veiligheidsdiensten als staatsgevaarlijk aangemerkt wegens extremistische politieke ideeën.
Gelukkig waste een rits experts dan ook de opportunistische oren van de Kamerleden tijdens een hoorzitting in juni vorig jaar. Gerrit Voerman, directeur Documentatiecentrum Politieke Partijen, benadrukte dat juist formeel democratische partijen ook sterke machtsconcentratie kunnen kennen. Hij noemde als voorbeeld Jan Marijnissen van de SP. Die was niet alleen 27 jaar lang partijvoorzitter, maar ook veertien jaar lang fractievoorzitter in de Tweede Kamer - en werd toch echt steeds op partijcongressen met ruime meerderheid herkozen.
Voormalig SP-kamerlid Sharon Gesthuizen deed in Schoonheid macht liefde: in het leven en de politiek een boekje open over het schrikbewind van fractievoorzitter Marijnissen in de Tweede Kamer. Ook nadat hij het stokje al had overgedragen aan Emile Roemer zou hij de fractie nog in zijn greep hebben, waardoor Kamerleden snel opbrandden. Ze probeerde zelf in 2015 partijvoorzitter te worden maar verloor de strijd van Ron Meyer omdat deze laatste - als gewenste kandidaat van de partijtop - alle hulp kreeg.
Machtige partijbaronnen, samenkliekende bestuurders en politici met allerlei informele rollen binnen de vereniging: het leidt botweg tot oligarchie. Partijen hebben een trauma opgelopen van ledeninspraak en associeëren interne discussie met ‘gedoe’. Van Mark Rutte versus Rita Verdonk en Pieter Omtzigt vs ‘Dank u voor uw stem op Hugo de Jonge’ tot aan het befaamde ledencongres van het CDA in 2010, toen de partij met de gele en groene stembriefjes stemde over regeringsdeelname met de PVV (wat overigens óók een epische documentaire opleverde).
Toch is de vraag wat erger is: af en toe wat ‘gedoe’ (en een vilein artikeltje op de website van Chris Aalberts) of de koers uit handen geven aan partijbaronnen?
Partijdemocratie op zichzelf is immers niet per se een middel tegen machtsconcentratie. Een ijzeren wet van organisaties is, zoals politicoloog Robert Michels in 1911 stelde, dat mits niet actief bestreden uiteindelijk elke organisatie, ook de democratische, verandert in een oligarchie (‘Wer Organisation sagt, sagt Oligarchie’).
Formele handelingen maken nog geen democratie
Niet geheel verrassend staat in die nieuwe wet voor politieke partijen niets opgenomen over bijvoorbeeld maximale zittingstermijnen voor bestuursleden, bindende ledenreferenda of experimenteren met alternatieve vormen van ledendemocratie (zoals in Europa de Piratenpartijen en VOLT dat doen). Want een wet die eist dat er een interne kiesprocedure bestaat, maakt een partij niet vanzelf veel democratischer. Het formaliseert een handeling, maar garandeert geen betekenisvolle invloed.
Zolang partijen zelf bepalen hoe die procedures eruitzien, wie mag meebeslissen en hoe kandidaten worden geselecteerd, blijft de regie bij het partijbestuur (partijen zijn immers verenigingen). De wet legitimeert daarmee eerder bestaande machtsverhoudingen dan dat ze deze fundamenteel verandert.
Het nieuwe wetsvoorstel is dus vooral een consolidatie van het heersende partijmodel waar vrijwel alle partijen - behalve de PVV - aan voldoen.
Want tjah, regels die daadwerkelijk verschil maken, gelden dan ook voor jezelf. En daar zit in Den Haag echt geen énkele politieke partij op te wachten.
Deze artikelen zijn gratis te lezen, maar niet gratis te maken. Steun mijn werk en schrijf je in, deel het artikel of overweeg een betalend lidmaatschap. Een eenmalige donatie is uiteraard ook mogelijk!
Het is (weer eens) uitstekend vastgesteld: partijen en hun dichtgetikte oligarchie zijn uitzendbureaus voor politieke functies. En dat willen ze graag zo houden. Leerzaam, in dit verband, een uitvoerig interview met rising star (?) Tijs van den Brink in het Nederlands Dagblad van donderdag 28/8. Tijs aasde allang op een kamerlidmaatschapje en belde - omdat zijn
eigenlijke clubje ChristenUnie maar drie kansrijke zeteltjes te vergeven had en NSC al was verkruimeld - ,,eventjes'' met die andere rising star (?) Henri Bontenbal met de mededeling, dat-ie wel in de Kamer wilde. ,,Ik kan niets voor je doen'', zou B. hebben gezegd en verwees hem naar
het bestuur en de partijmachinerie. Daar zat Van den Brink binnen no-time aan tafel. En de rest is (nu al) geschiedenis. Het ND vroeg hem (argeloos?) of hij wellicht een ministerschap in het vooruitzicht zag? Tijs bleef bescheiden , zoals we dat achter dat gristelijke smoeltje kennen: eerst het politieke ,,vak'' maar eens leren als Kamerlid. Impliciet: daarna zien we verder! Walgelijk deze carroussel. En overigens, Dieuwke: ik deel graag je compliment voor de onvermoeibare Chris Aalbers, die dat gekonkel bijna dagelijkse vaststelt in zijn blog.