Twee weken geleden adopteerden wij buurtboef Bob. Een hond adopteren is een beetje zoals een tweedehands auto kopen: als je eenmaal de motorkap opengooit, springen allerlei schroeven in de rondte en zie je toch van alles sputteren en pruttelen.
Het was feest voor Bob de Herder toen hij bij ons binnenkwam. Hij bleek intens gelukkig te worden van het strand en zijn ogen veranderen in glanzende zwarte XTC-schoteltjes zodra hij de clicker te voorschijn ziet komen.
Voor iemand die Japanse rassen (shiba’s en akita’s) is gewend, is het trainen van een herder een hele nieuwe ervaring. Waar ik mijn andere honden continue moe(s)t overtuigen dat naar mij luisteren hen een direct voordeel oplevert (dus eigenlijk de gehoorzaming in moest luizen), blijken herders simpelweg hysterisch blij te worden van het idee dat ze iets goeds doen.
Bob leert graag en dus razendsnel. Zijn eerste autoritje ontspoorde in een paniekerige herder die tijdens het rijden zijn 32 kg (en dan is hij nog acht kilo te licht) op schoot probeerde te planten. Maar binnen een paar dagen springt hij netjes in de achterbak en blijft zitten totdat hij te horen krijgt dat hij eruit mag (in plaats van zijn hoofd als stormram te gebruiken zodra hij een deurklik hoort). Wanneer ik mijn schoenen pak, gaat hij al parmantig zitten om aangelijnd te worden - zijn lompe staart met een a-ritmische anticipatiezwiep tegen de muur (pok, pok, pok). Slapen binnenshuis blijkt ook geen probleem. Hij doet het veel en ook graag tussen de wandelrondes door.
Zelfs bij de dierenarts viel zijn leergierigheid op. Waar we hem de eerste keer met drie man sterk op de weegschaal moesten krijgen, was de tweede keer het volgen van een hand met gedroogde kip al voldoende.
Helaas viel wel meer op bij de dierenarts: Bob heeft hartwormen en (waarschijnlijk) ook leishmania, een nare eencellige bloedparasiet. Beide parasieten komen vooral voor in Zuid-Europa en worden verspreid via muggen en zandvliegen. De hartworm bestrijden is op dit moment eerste prioriteit: de larven kunnen uitgroeien tot wormen van tientallen centimeters lang (ieuw), die vooral in de longslagaders en hart leven.
Het behandeltraject is alleen, zo waarschuwde de dierenarts, muito longo e muito chato (heel lang en heel stom). Deze week zijn we begonnen met antibiotica om de bacteriën die in de hartwormen leven aan te pakken en de volwassen wormen alvast te verzwakken. Ook heeft hij een eerste ontworming gehad tegen de larven, ivermectine. De dierenarts grapte erbij dat het echt alleen voor Bob was en ik het niet kon gebruiken tegen corona.
Het aanrecht staat nu vol met allerlei doosjes pillen. Om te voorkomen dat de restjes dode larven ontstekingsreacties veroorzaken, krijgt Bob prednison. Dus slobbert hij de drinkbakken minimaal vier keer per dag leeg en moet daardoor ook ‘s nachts twee keer eruit.
Over twee maanden, vlak voor kerst, krijgt hij zijn eerste injectie om de volwassen hartwormen te killen. De maand erop nog eens twee extra injecties binnen 24 uur. De meest spannende periode, want dode volwassen wormen zijn groter dan de hartlarven die we nu in de beginfase behandelen. Al het dode spul moet door het lichaam zelf worden opgeruimd en afgevoerd. Grotere wormen vormen ook grotere brokken die de de bloedsomloop (in hart en longen) kunnen blokkeren.
Om het afvoeren van de dode parasieten zo rustig mogelijk te laten verlopen, moet Bob (als bijna driejarige, zeer speelse herder) zo rustig mogelijk worden gehouden. Tot half april zit hij verplicht aan de lijn: niet rennen, niet wild spelen en dus helaas geen lange wandelingen.
Balen, want zijn GPS-trackertje lag al klaar voor een winter lang banjeren door bossen, hiken in de heuvels en razen over lege stranden. De hondenschool kan hij voorlopig ook wel vergeten, de ballen en frisbees zijn opgeborgen en ik zal hem ook maar niet meenemen met fietsen door de Ria Formosa.
Politieke analyses, Chris Die Erbij Is, de Haagse Grabbelton van Bas Paternotte of het laatste Portugese Straathondennieuws: de meeste artikelen op DieuwsNieuws zijn gratis te lezen. Maar met uw abonnement kunnen we de boel een beetje uitbouwen, en Bob van brokken voorzien! Inschrijven kost niks, betaald opwaarderen wordt kwispelend ontvangen:
Tweedehondsmodel
Het is, zo weten wij na drie geadopteerde honden, inherent aan het tweedehondsmodel. Adoptiehonden komen altijd met gebreken, gebruikssporen, achterstallig onderhoud en rare eigenaardigheden waarvan je denkt: hoezo is dit de vorige eigenaar nooit opgevallen?
Zeker wanneer honden worden aangeboden via een asiel, gastgezin of een stichting van kruidenvrouwtjes vol goed bedoelingen die ondertussen - blijkens het regelmatig terugkerende advies om ‘bachbloesem te proberen’ - geen idéé hebben waar ze mee bezig zijn.
Ondanks alle goede dierenbedoelingen ten spijt kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat adoptiehonden opzettelijk mooier worden omschreven om te voorkomen dat toekomstige eigenaren precies weten waar ze aan beginnen:
In het geval van Bob deden de vorige eigenaren - bij het horen van het nieuws dat hun voormalige herder dankzij achterstallig onderhoud momenteel solliciteert voor de rol van ‘wolfdog’ in de remake van The Thing - een sociaal verplichte ‘grutjes, hoe kan dat nou’-hand voor de mond.
Een hond die 8 kilo te licht is, snel hijgt na inspanning en ondanks ontvlooiing last heeft van jeuk en rare huidplekjes, is misschien het best te vergelijken met de verdroogde rubbers in de twintig jaar oude auto. Je voelt ook zonder monteursdiploma aan je theewater dat als je de motorkap openklapt, je daarmee ook de poeplap moet trekken, dus dan is vaak een combinatie van negeren en de boel op AutoScout zetten een goede optie.
Een hondenleven redden
Mijn man waarschuwde al dat ik niet wist waar ik aan begon, en daar heeft hij gelijk in. Tegelijkertijd zou ik het evengoed hebben gedaan als ik wel precies had geweten waar ik aan begon.
Sterker nog, als ik wist dat hij hartworm onder de leden had, was ik misschien zelfs eerder tot actie over gegaan. Zeker omdat verschillende buurvrouwen wisten te vertellen dat de vorige herder (die het terrein van de buren bewaakte aan een touw aan dezelfde boom) binnen twee jaar was doorgedraaid en in het derde jaar is overleden. Aan hartworm?
Nu had ik bij Bob al het idee dat we er geestelijk op tijd bij waren (een permanent overprikkelde hond zonder houvast kan omslaan naar een gefrustreerde hond en vanuit daar is de overstap naar een ronduit agressieve hond zo gemaakt), maar nu zijn we ook op tijd om de farmaceutische (Hup Big Pharma!) vlammenwerper op de wormen te zetten die - als een stel ongure uitvreters - zijn organen behandelen als kraakpand.
Deze zes maanden gaan we gebruiken om van Bob een modelhond aan de lijn te maken. We kunnen die clickertraining ook zelf geven. Momenteel is hij op ‘basiscursus’ in een lokaal stadspark: elke dag zijn we er rond zonsopgang, als het nog rustig is, om te oefenen met andere honden en hardlopers. Als dat beter gaat mag hij promoveren naar een later, drukker, moment. Wanneer hij daar zijn zelfverzonnen diploma voor heeft behaald, mag hij mee naar het dorp om op een rustig terras een bak water (voor ons: koffie) te drinken. Daarna een winkel. Een drukkere straat. Het buurtrestaurant tijdens een drukke zondagmiddaglunch.
Want net zoals er onverwachte tegenvallers zijn, zijn er ook onverwachte meevallers.
Bob heeft als buitenhond, vaak vastgebonden aan een boom, nooit echt goed kunnen slapen en heeft ontdekt dat het hier binnen op een tapijtje goed toeven is. Hoe overzichtelijker zijn dagen zijn (drie keer per dag eruit met training, daarna eten, daarna tukken) des te rustiger hij is en des te meer hij slaapt. Eigenlijk vindt hij het helemaal niet zo erg, aan de lijn. Er zit immers een menselijke kip-en-complimentjes-dispenser aan vast, in plaats van een boom, dus dat is sowieso een hele verbetering.
Hij is nog wel veel te mager maar omdat hij geen troep meer van straat eet en eindelijk een beetje normaal voer krijgt, voelt zijn vacht al tien keer zo zacht. Ik verwacht veel fluffy floof zodra alle parasieten zijn afgemaakt.
Bica de Shiba, wier bijnaam in de hondenopvang ‘Bica de Antisociale Shiba’ is wegens haar totale desinteresse in (tot ronduit intense afkeer van) andere honden, speelt elke ochtend in het park even met Bob. Ze gaat zelfs uit zichzelf bij hem in de buurt liggen. We hoeven ze dus niet apart te houden (en te gaan klooien met compartimentalisering in verschillende kamers), terwijl we Bob leren om alleen thuis te blijven. #Winning
Vooralsnog staat Bob op de brug met de motorkap wagenwijd open, maar met een beetje geluk kan die klep vanaf half april weer dicht en kunnen we eindelijk eens kijken wat er gebeurt als je bij dit tweedehondsmodel herder het gaspedaal intrapt.









Heerlijk nieuws!! Je maakt ook prachtige foto's!
Wat fijn dat hij bij jullie woont nu.